Vandaag ben ik naar de conferentie Networks, communities and learning: show that you share geweest. Deze conferentie vond plaats in Utrecht en is georganiseerd door het Bazaar-project, in samenwerking met mijn oud-werkgever het IVLOS. Wat is me opgevallen en wat heb ik geleerd?
- De organisatoren wilden geen traditionele powerpoint-conferentie, maar een dynamisch geheel van ronde tafelgesprekken en echte workshops. Men werd hierin beperkt door een ruimte waarin stoelen niet mochten worden verplaatst en waar geen posters aan de muur mochten worden opgehangen. Gelukkig kon men beschikken over kleinere zalen zodat het toch een heel interactief 'gebeuren' is geworden.
- De opzet was erg leuk. Sessies van anderhalf uur bestonden uit drie onderdelen waarbij de inleiders afwisselende werkvormen gebruikten. De eerste bijdrage bestond bijvoorbeeld uit een Delphi-onderzoekje (brainstormen, prioriteren en via statistiek consensus zoeken). Een andere bijdrage startte bijvoorbeeld met een spel waarbij de vraag- en antwoordkaarten moest matchen. Je werd in subgroepjes verdeeld, maar al snel bleek dat subgroepen elkaar nodig hadden om die match te maken. Er waren overigens ook stellingendiscussies.Juist die afwisseling maakte de dag de moeite waard. Wel was er soms onvoldoende tijd voor diepgang.
- Veel aanwezigen hadden duidelijke opvattingen en waren niet bang hun mening te ventileren. Ook dat maakte de dag volgens mij tot een succes. De meeste aanwezigen waren ook overduidelijk aanhangers van het idee om educational resources met elkaar te delen. Het was dus geen doorsnee congresgroep.
- Het Bazaar-project werkt vanuit een duidelijke visie. Kennis en leren zijn publieke goederen, die vrij beschikbaar zouden moeten zijn. De samenleving zou alle vormen van leren moeten waarderen. Dat zijn twee ingrediënten van deze visie.
- Web 2.0 is technologisch gezien niet spannend. Het gaat er vooral om hier mensen deze technologieën gebruiken om te communiceren en te leren, en wat daar het sociale effect van is.
- Volgens Graham Attwell -één van de initiatiefnemers- is 90% van het e-learning budget besteed aan studenten die al toegang hebben tot goed face-to-face onderwijs. Terwijl e-learning eigenlijk ten goede zou moeten komen aan studenten die nog geen toegang hebben tot onderwijs.
- Communities kunnen een belangrijke rol spelen bij de levenslange ontwikkeling van competenties. Denk daarbij aan het geven van feedback, het geven van expertadviezen en het prikkelen van de motivatie.
- Dankzij Open Educational Resources kun je effectiever gebruik maken van schaarse middelen voor onderwijsontwikkeling. Ook kunnen OER's de kloof tussen de 'have's' en 'have not's' helpen dichten. Daarnaast kun je door de feedback die je krijgt op resources die je deelt, de kwaliteit van die content vergroten.
- Er zijn tutorials ontwikkeld om mensen bewust te maken van het belang van OER's, en om hen bewust te maken van wat komt kijken bij OER's.
- Eén van de grote uitdagingen van OER's is: hoe maak je het materiaal toegankelijk, zichtbaar? Het gedecentraliseerd opslaan van OER's heeft voordelen (eigenaarschap onder andere), maar maakt ontsluiting lastig. Echt goede zoekmachines voor dit doel ontbreken, en RSS is vooral geschikt voor just in case vinden (en niet just in time).
- Hoe bereiken opslagplaatsen voor OER's het "Flickr-effect" (Pierre Gorissen). Dat wil zeggen: een intuïtieve omgeving, die docenten heel gemakkelijk (en zonder veel tijdsinvestering) kunnen gebruiken?
- Het is belangrijk dat lerenden, docenten en ouders zich bewust worden van de effecten die online presence kan hebben, van de risico's van het opslaan van data bij commerciële organisaties. Daar komt bij dat je als gebruiker te maken hebt met verschillende jurisdicties als servers en services zich in verschillende landen bevinden. Ik heb een voorbeeld gezien van een docent die studenten gevraagd heeft een weblog over web 2.0 te schrijven om al doende achter allerlei dilemma's rond the digital self te komen.
- Als je een e-portfolio als digital self presenteert, dan werkt dat motiverend (het is echt iets van de lerende, niet van de organisatie).
- Het is belangrijk voor studenten om online aanwezig te zijn. Steeds meer bedrijven zoeken eerst op Internet, voordat zij jou uitnodigen voor een sollicitatiegesprek. Bijvoorbeeld via Wink
- Bedrijven zoals Facebook hanteren verschillende gebruikersvoorwaarden, maar niemand leest deze. Deze bedrijven zouden moeten werken met eenvoudige en transparante terms of use.
- Communities kunnen antwoorden genereren en foutieve antwoorden corrigeren. Mits de autoriteit van experts binnen die community serieus wordt genomen.
- Wiki's zijn belangrijke tools voor things I did not know I did not know (doordenkertje).
- Wiki's worden door studenten gebruikt als je ze koppelt aan leeractiviteiten. Bijvoorbeeld: ontwikkel gezamenlijk een wikiquette.
- Steve Wheeler presenteerde vijf stappen binnen wikiactiviteiten. Dat deed hij zo snel dat ik ze niet heb op kunnen schrijven. Maar hij zou ze op zijn blog posten.
- Bij de ontwikkeling van OER's moet je rekening houden met
- Licensing (het hergebruiken van content met verschillende Creative Commons licenties is erg complex)
- Auteursomgevingen (zoals eXe)
- De doelgroep (met wie wil je delen)
- De beloningen (waarom zouden mensen delen en hergebruiken; het WO beloont bijvoorbeeld voornamelijk het publiceren van wetenschappelijke artikelen)
- Metadata
- Granuarity (hoe klein of groot moet een OER zijn)
- Interoperability (het format moet omgevingsonafhankelijk zijn)
- Je zou een systeem moeten hebben dat jou gemakkelijk in staat stelt om degene waarvan jij het materiaal gebruikt, te informeren over het feit dat je het materiaal gebruikt, hoe en in welke context, èn wat je van zijn materiaal vindt.
- Geef lerenden zelf de keuze welke tools ze willen gebruiken om te leren.




superinteressante post, zeer veel bruikbaar denk- en doemateriaal. Danke
Geplaatst door: Ignatia/Inge de Waard | 18-12-07 at 9:05