Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

« december 2007 | Hoofdmenu | februari 2008 »

Wat moeten we van het Edublogs Magazine vinden?

Ook het Edublogs Magazine al gespot?
The Edublogs Magazine brings you the news, information, interviews, highlights, and techniques from around the Edublogs Network and the world of education.
Je vindt er onder meer artikelen over en van Edubloggers. Stephen Downes is positief:
This is a good idea whose time has come. The EduBlogs Magazine is a compendium of what's happening in the world of Edublogs.
Persoonlijk ben ik wat sceptischer. (Edu)bloggers krijgen nu al eens het verwijt ijdel te zijn. Voedt een specifiek Edublog-maagzine dat niet? Wordt zo'n magazine niet vooral gelezen door Edubloggers zelf, en lijkt het niet eerder op navelstaren? En publiceren Edubloggers niet al via hun eigen blog, zodat je met een aggregator -waar er velen van zijn- kunt volstaan?

Ik heb me toch maar eens geabonneerd op de RSS feed. Wellicht stel ik mijn mening nog bij.

Nieuwe stelling: web 2.0 en 'baas' in eigen klaslokaal

Dankzij web 2.0 ben je als docent minder aangewezen op je organisatie (denk aan ICT-beheer). Software is bijvoorbeeld gratis via Internet beschikbaar. Het risico hiervan is dat dit (weer) kan leiden tot "koning, keizer, admiraal: ik ben baas in mijn eigen klaslokaal". Wat vind jij?

Web 2.0 kan leiden tot de docent als 'baas' in eigen klaslokaal. Dat is een risico.
Web 2.0 kan leiden tot de docent als 'baas' in eigen klaslokaal. Dat is een risico.
Eens
Neutraal
Niet mee eens
Weet niet/geen mening

Is social software in het algemeen beter geschikt voor samenwerkend leren dan elektronische leeromgevingen?

Op 19 januari j.l. postte ik een herinnering voor de stemming over de stelling:
Social software is in het algemeen beter geschikt voor samenwerkend leren dan elektronische leeromgevingen.

Dit ten behoeve van mijn workshop tijdens het nationale e-learning congres. Dit is de einduitslag:

Csclensocsoftw

Er zijn ook een aantal reacties gekomen op deze bijdrage. Ik besef dat het nadeel van een stelling het gebrek aan nuance is. Daar zijn weer discussies voor.

Jeroen van Bijnen noemt de stelling "geen vergelijking" en geeft onder andere aan

Een ELO is in mijn ogen juist een systeem waar weblogs, wiki's, fora, e-maillijsten e.d. in geintegreerd zitten. Ik denk niet dat je deze systemen los van elkaar moeten zien.

Ik denk dat het ook zo is dat deze verschillende tools allemaal geschikt zijn voor CSCL mits deze op ene goede manier gebruikt worden.

Eus van Hove noemt onderwijs met wiki en blog i.p.v. onderwijs met een elektronische leeromgeving goedkoop maar ook erg armoedig. Ignatia aan de andere kant schrijft onder meer dat haar studenten liever met sociale media werken dan met Blackboard.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf getwijfeld heb over een keuze. En dat zit 'm met name er in dat elektronische leeromgevingen ook in ontwikkeling zijn (er zijn bijvoorbeeld ook elektronische leeromgevingen die vooral bedoeld zijn voor samenwerkend leren). Toch heb ik uiteindelijk ook 'eens' gestemd. Om een aantal redenen.

In de eerste plaats kun je bij social software eenvoudiger diverse groepen samen stellen. Ik heb bijvoorbeeld een paar jaar geleden een project gedaan waarbij studenten van verschillende scholen betrokken waren. En die konden geen toegang krijgen tot elkaars elektronische leeromgeving (het was in elk geval een hoop 'gedoe'). Ook zou ik graag de mogelijkheid willen hebben om externen (bijvoorbeeld van bedrijven) bij samenwerkend leren te betrekken. En ook dat is vaak moeilijk te realiseren. Bovendien: weblogs binnen een elektronische leeromgeving ondermijnen de kracht van blogs als dit betekent dat deze weblogs besloten zijn.

Op de tweede plaats hebben elektronische leeromgevingen vaak geen goede tools om samen aan documenten te werken (met versiebeheer en waarbij de historie zichtbaar is). En juist dat vind ik een belangrijke functionaliteit. Ik weet: er zijn elektronische leeromgevingen die wel wiki-functionaliteit hebben. Maar ook dan geldt: hoe makkelijk is het om externen er bij te betrekken? Op de derde plaats gaan veel elektronische leeromgevingen uit van docenten en studenten, met daar aan gekoppelde rollen. Ik zou de mogelijkheid willen hebben -vooral met het oog op learner centred samenwerkend leren- om dat te doorbreken. En volgens mij zijn elektronische leeromgevingen daar in het algemeen niet sterk in. Mijn vierde en laatste argument om 'eens' te stemmen, is het gebrek aan 'eigenaarschap' van veel lerenden en hun docenten bij elektronische leeromgevingen. Juist het kunnen 'uitdragen' (over de grenzen van de elektronische leeromgeving heen) motiveert.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over informele vormen van samenwerkend leren.....

Hoe worden trends beïnvloed?

Worden trends veroorzaakt door een kleine groep beïnvloeders? Duncan Watts denkt van niet. Hij verzet zich al een aantal jaren tegen deze Influentials thesis, waartoe hij onder meer Malcolm Gladwell's Tipping point rekent (in het Nederlands vertaald als 'Het beslissende moment').

He (Watts, WR) has developed a new technique for propagating ads virally, which can double or even quadruple the reach of an ordinary online campaign by harnessing the pass-around power of everyday people--and ignoring Influentials altogether.

Watts heeft onder meer een 'e-mail experiment' uitgevoerd waaruit bleek dat veronderstelde beïnvloeders slechts betrokken waren bij 5% van het aantal verstuurde berichten (overigens gaat het daarbij nog steeds om erg veel berichten). In feite is hierbij dus ook sprake van een long tail, die in feite alleen door massacommunicatie gerealiseerd zou kunnen worden. Helaas legt het artikel dit verband niet.

Watts concludeert

"If society is ready to embrace a trend, almost anyone can start one--and if it isn't, then almost no one can"

Een wat makkelijke en onbevredigende conclusie, vind ik. Bovendien focust Watts zich wel heel sterk op de beïnvloeders, terwijl Gladwell zich daar bepaalt niet toe beperkt. Bovendien zou de aard van de Internet-experimenten nog wel eens van invloed kunnen zijn op de bevindingen (een mail doorsturen naar 18 personen is immers erg eenvoudig).

Maak (t)e-learning betekenisvol voor docenten

Vandaag heb ik een sessie bezocht van de kenniskring over de docent van de 21ste eeuw. Hoe kunnen we de ICT-competenties van docenten vergroten? Deze  vraag staat feitelijk centraal binnen deze kenniskring. We hebben tijdens deze sessie voortgeborduurd op een bijeenkomst waar ik helaas niet bij kon zijn. In die bijeenkomst waren een aantal mogelijke antwoorden geformuleerd op deze vraag. Drie van deze mogelijke antwoorden zijn tijdens deze sessie verder uitgewerkt. Daarnaast heeft Alfons ten Brummelhuis een presentatie gegeven over relevant onderzoek.

Mijn hoofdconclusie: docenten adopteren ICT ten behoeve van het onderwijs als ICT betekenisvol voor hen is.  En ICT wordt betekenisvol als je veel investeert in awareness (nut, noodzaak, urgentie, toegevoegde waarde). Werk daarbij met beelden, en laat docenten elkaar professionaliseren (en niet tool-driven e-learning missionarissen). Sluit verder aan bij de zone van naaste ontwikkeling van docenten (zowel technologisch als didactisch).

Volgens mij sluit dit aan bij een aantal opmerkingen van Ten Brummelhuis. Hij gaf onder meer aan dat op het gebied van ICT en leer vaker de vraag wordt gesteld hoe we bepaalde technologieën moeten inzetten, in plaats van wat we kunnen bereiken door ICT ten behoeve van het leren in te zetten. Ten Brummelhuis liet ook zien dat docenten vaak heel andere percepties hebben als het gaat om het zetten van een volgende stap bij de invoering van (t)e-learning (docenten hameren sterk op ICT-infrastructuur, managers op professionalisering van onderwijsgevenden). Daarnaast stelde hij dat succesvolle adoptie van (t)e-learning staat of valt bij:

  • Experimenteer ruimtevoor docenten.
  • Van en aan elkaar leren.
  • Systematische reflectie inbouwen.

Interessante stelling n.a.v. een discussie: dankzij web 2.0 ben je als docent minder aangewezen op je organisatie (denk aan ICT-beheer). Software is bijvoorbeeld gratis via Internet beschikbaar. Het risico hiervan is dat dit (weer) kan leiden tot "koning, keizer, admiraal: ik ben baas in mijn eigen klaslokaal". En dat is niet wenselijk, lijkt me.

Horizon rapport editie 2008: technologieën en onderwijsontwikkelingen

Het 2008 Horizon rapport is uit. Al een aantal jaren geven The New Media Consortium en het EDUCAUSE Learning Initiative dit rapport uit waarin technologische ontwikkelingen en hun invloed op het onderwijs worden beschreven. De auteurs geven daarbij ook aan binnen welke termijn bepaalde technologieën naar verwachting geadopteerd zullen worden door het (hoger) onderwijs. Men denkt dit jaar dat webbased tools voor samenwerken (collaboration webs) en laagdrempelige manieren van videogebruik (grassroot video) op korte termijn geadopteerd zullen worden.

What used to be difficult and expensive, and often required special servers and content distribution networks, now has become something anyone can do easily for almost nothing.

Op middellange termijn denken de samenstellers dat mobiel breedband en data mashup breed toegepast zullen worden (persoonlijk vind ik hen optimistisch op dit punt). Collectieve intelligentie en social operating systems (next generation social networking) zullen volgens het 2008 Horizon Report binnen vier of vijf jaar gaan spelen.

Ik lees de Horizon rapporten altijd met plezier. Het is niet zo dat de rapporten altijd uitgaan van dezelfde technologische ontwikkelingen, die elk jaar dichterbij komen. Maar er zit wel een duidelijke logica en congruentie is. De rapporten illustreren ook de dynamiek op het gebied van technologie en leren.

Steeds meer kritiek op Facebook

Facebook lijkt de laatste tijd steeds meer onder vuur te liggen. Niet als het gaat om de applicatie zelf, maar over hoe de organisatie achter Facebook omgaat met leden die zich niet helemaal aan de huisregels houden. En dan heb ik het vooral over leden die meer dan 5000 'vrienden' willen hebben. Een Canadese vakbondsman is onlangs bijvoorbeeld in de ban gedaan omdat hij te veel 'vrienden' had.

Met name de manier van communiceren door Facebook is niet om over naar huis te schrijven als ik Graham Attwell geloven mag

Derek got a note from the good book, telling him he was trying to add too many friends, and should calm down a bit, or else. Now as a union organiser, he’s quite likely to want to add lots of friends - it’s kind of what he does. So he waits a bit and tries again, and is told he can’t add any more at the moment and to wait and try later. Fair enough. He waits a bit more and tries again, same message. By now, he’s probably frothing at the mouth and muttering “must organise, must organise”, so he has another go to see if the coast is clear, and promptly gets himself a ban. That being a ban from Facebook itself - no more profile, no access to the stuff he’s built up, no appeal.

Een ander kritiekpunt stipt Martin Ebner aan als hij een hoogleraar Informatica citeert die over social networking sites zegt

“Die haben mehr Informationen, als die Stasi je hatte”

Lees ook Josie Fraser's kritiek.

Ik zie zelf behoorlijk veel potentie in het gebruik van Facebook (en andere sociale netwerk tools) ten behoeve van het leren. Maar deze kritiek legt wel de vinger op twee potentieel zwakke plekken:

  • Het onderwijs moet continuïteit kunnen garanderen. Lerenden moeten er op aan kunnen dat gemaakte producten niet verloren gaan. Facebook lijkt daar niet in te voorzien.  Als je gebruik maakt van Facebook, zul je dus een back up moeten maken van de data.
  • Je moet goed weten wat social network sites met informatie over personen doen. Welke garanties geven zij? Vind je dat acceptabel?

Robert Scoble -onlangs zelf 'slachtoffer- toont inmiddels meer begrip. Hij heeft de afgelopen week uitgebreid gesproken met de oprichter van Facebook, Mark Zuckerberg. Scoble schrijft

Facebook has a limitation on the number of friends a person can have, which is 4,999 friends. He says that was due to scaling/technical issues and they are working on getting rid of that limitation. Partly to make it possible to have celebrities on Facebook but also to make it possible to have more grouping kinds of features. He told me many members were getting thousands of friends and that those users are also asking for many more features to put their friends into different groups. He expects to see improvements in that area this year. (...)
This post sounds fawning, I know. But Zuckerberg demonstrated to me that he is, indeed, the real deal and that the hype he’s gotten over the past year has largely been deserved. He definitely won me over.

Aapjes kijken

Via John van Dongen 's blog ben ik op MonkeySee gestuit. Op deze website (nu nog een Beta-versie) vind je een groot aantal video's waarin experts instructies over tal van onderwerpen verzorgen. Er is ook een rubriek Careers & Education.

Sommige films zijn cultuurgebonden (wat is het verschil tussen een college en een high school?), of cultuurgebonden wat betreft stijl. Andere video's zijn meer generalistisch van aard. Bijvoorbeeld over het formuleren van doelstellingen. De video's duren een paar minuten. Films die langer duren, zijn in afgebakende fragmenten onderverdeeld.

Is dit een web 2.0-toepassing? De puristen onder ons zullen deze vraag waarschijnlijk ontkennend beantwoorden. Want men gaat er van uit dat experts kennis delen. Aan de andere kant: iedereen die zich aanmeldt kan video's uploaden. Er is niemand die de inhoud checkt. In de terms and conditions staat bijvoorbeeld

Do not rely on any financial, medical, legal or other professional advice contained in any Content. Consult your own financial, medical, legal or other professional for advice specific to your situation.

Maar niemand leest deze voorwaarden normaal gesproken. De ondertitel See how the experts do it kan bezoekers dus op het verkeerde been zetten.

Ps: lees ook wat men schrijft over de licentie. Het copyright van de video's blijft bij degene die het upload, maar je geeft wel toestemming aan de eigenaren van  MonkeySee om er van alles mee te doen.

Waarom 4Teachers niet in Nederland kan...of toch?

John van Dongen attendeert op 4Teachers.org en vraagt zich daarbij af waarom een dergelijk initiatief in Nederland niet van de grond komt. 4Teachers is een initiatief van de Universiteit van Kansas en wil docenten helpen

locate online resources such as ready-to-use Web lessons, quizzes, rubrics and classroom calendars. There are also tools for student use. Discover valuable professional development resources addressing issues such as equity, ELL, technology planning, and at-risk or special-needs students.

John schrijft hier over

Mij zou het "COOL" lijken, als bijvoorbeeld de Landelijk Pedagogische Centra, samen met PABO's, lerarenopleidingen, universiteiten, Kennisnet en eventueel OCenW zelf, iets dergelijks zouden gaan opzetten.

Volgens mij geeft John hier al een deel van het antwoord op zijn vraag: er is in Nederland niet één partij die een dergelijk initiatief op pakt. "We" maken er meteen een brede maatschappelijke discussie van waarbij niemand zich echt verantwoordelijk voelt. Daarnaast ligt het m.i. ook aan de wijze van financiering van organisaties. Het vormt geen reguliere taak van de instellingen die John noemt (op Kennisnet kom ik zo nog terug). Dus maakt men gebruik van projectsubsidies. En als de subsidie stopt, dan stopt ook vaak de drive om er mee verder te gaan.

Volgens mij is Kennisnet de meest aangewezen organisatie om dit op te pakken en doet men dit deels ook al.

Maar je krijgt wat mij betreft pas echte massa door middel van 'georganiseerde zelforganisatie': onderwijsgevende delen vanuit een intrinsieke motivatie met elkaar datgene wat ze gemaakt hebben. Ik spreek daarbij van 'georganiseerde zelforganisatie' omdat ik denk dat dit niet vanzelf gaat. Die intrinsieke motivatie moet geprikkeld worden omdat volgens mij de overgrote meerderheid van de onderwijsprofessionals zich hierbij zal afvragen: what's in it for me?. Het moet dus in feite geïncorporeerd worden in de leercultuur van organisaties èn van professies. Daarbij zullen docenten vooral verleid moeten worden en niet verplicht (extrinsieke motivatie is namelijk minder motiverend).

Ik durf te stellen dat dit in andere landen niet anders is. Ook in Angelsaksische landen delen onderwijsgevenden niet en masse en uit zichzelf materiaal en expertise met elkaar. Omdat de potentiële doelgroep daar veel groter is, lijkt het meer indrukwekkend. En dat is wel een belemmering: je creëert geen massa als drie procent van het aantal Nederlandse en Vlaamse docenten commerciële economie met elkaar deelt, terwijl drie procent van het aantal Engelstalige docenten commerciële economie wel 'massa' oplevert. Overigens zou je ook 'massa' kunnen krijgen door bronnen van elders te vertalen.

Dus:

  • Zorg er voor dat een initiatief als 4Teachers.nl een structurele, reguliere taak is van één non-profit organisatie.
  • Creëer een leercultuur binnen organisaties waarbij met elkaar delen wordt gestimuleerd (vooral door te verleiden en door het goede voorbeeld te geven), en een not invented here houding wordt bestreden.
  • Richt je ook op elders ontwikkeld materiaal, vertaal dat en hergebruik het. Wat anderen maken kan ook goed zijn. Je hoeft niet alles zelf te bedenken.
  • Heb hierbij veel geduld.

Meer e-learning implementatietips

Afgelopen dinsdagavond heb ik bij Fontys Interactive een gastcollege verzorgd over de implementatie van e-learning. Eén van de opdrachten was om op basis van eigen ideeën en ervaringen aanvullende tips te formuleren bij mijn Tien tips voor de implementatie van (t)e-learning. Ik heb met deze (enthousiaste) groep afgesproken de resultaten op mijn blog te publiceren. Bij dezen! De credits voor onderstaande tips gaan dus naar hen (de formuleringen zijn van mij):

  1. Houd rekening met 'politiek' binnen organisaties. Beslissers en beïnvloeders kunnen een dubbele agenda hebben. Betrek hen bij de implementatie, maar wees je bewust van belangen, histories en gevoeligheden.
  2. Tel je zegeningen, vier successen en heb een lange adem.
  3. Verlies je (leer)doelen niet uit het oog tijdens de implementatie. Controleer regelmatig of gestelde doelen en verwachte resultaten zijn behaald en evalueer of de ontwikkelde (t)e-learning (content, applicaties, etc.) aansluit bij je doelgroep (de gebruikers).
  4. Zorg voor intrinsieke motivatie. Beroep je niet op externe prikkels, maar ga na waarom jouw organisatie de gekozen oplossing zélf belangrijk vindt. Wek ook geen valse verwachtingen, wees reëel en maak duidelijk wat de toegevoegde waarde van de te implementeren oplossing is.
  5. Zorg voor kwalitatief goede en bereikbare coaches voor gebruikers (deze laatste tip is m.i. een uitwerking van mijn tiende tip).