Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

« januari 2008 | Hoofdmenu | maart 2008 »

De donkere kant van het internet

Er zijn nogal wat mensen die mij -vermoed ik- beschouwen als een web 2.0-adept die blind is voor de risico's van social software. Dat is echter niet zo. Ik zie absoluut risico's op het gebied van privacy, cyberpesten of het aantasten van reputaties. Ik houd alleen niet zo van schreeuwers à la Andrew Keen.

Hogere verwachtingen heb ik van het boek The Future of Reputation: gossip, rumor, and privacy on the internet van Daniel J. Solove (de PDF-versie is gratis).

This is a book about how the free flow of information on the Internet can make us less free.(...). The free flow of information on the Internet provides wondrous new opportunities for people to express themselves and communicate. But there’s a dark side. As social reputation–shaping practices such as gossip and shaming migrate to the Internet, they are being transformed in significant ways. Information that was once scattered, forgettable, and localized is becoming permanent and searchable. Ironically, the free flow of information threatens to undermine our freedom in the future.
Komt dus op mijn 'to do'-lijst te staan.

Via Ignatia.

Willen Britse lerenden (t)e-learning?

Het Britse Becta heeft onderzoek gedaan naar het gebruik van ICT voor further education (een leven lang leren, zeg maar). Als je de samenvatting leest, kun je onder meer concluderen dat

  • een ruime meerderheid van de lerenden zich vertrouwd voelt met ICT
  • een ruime meerderheid van de lerenden in staat is om vanuit huis aan (t)e-learning te doen
  • bijna twee derde van de lerenden de computer essentieel vindt voor het leren, maar ICT vooral gebruikt voor onderzoek en om te presenteren (bijvoorbeeld een tekst schrijven)
  • een meerderheid voordelen ziet in ICT ten behoeve van het leren, maar toch de voorkeur geeft aan klassikaal leren.

Het onderzoek is gebaseerd op 4000 telefonische interviews, met lerenden van 16 jaar of ouder. Er zijn overigens behoorlijke verschillen tussen oudere en jongeren lerenden. 16-18 jarigen willen bijvoorbeeld veel liever ICT voor leren gebruiken dan oudere lerenden.

Via Graham Attwell

Sony verkoopt hoofdkantoor op Potsdamer Platz

Regelmatige deelnemers aan de Online Educa Berlijn zullen het volgende bericht met aandacht lezen, vermoed ik:

Sony verkoopt hoofdkantoor op Potsdamer Platz

Sonybuilding

Een vaste plek om in Berlijn naar terug te keren.

Google Sites: spannend, maar met risico's

Volgens de AutomatiseringsGids gaat Google met Sites op de Sharepoint-toer. Google zelf ontkent deze vergelijking: men richt zich alleen op de eindgebruiker. Google Sites profileert zich in elk geval als toepassing om teamsites mee te maken. Onder meer om er samen met lerenden mee aan de slag te gaan. Zie -met dank aan Willem Karssenberg-het voorbeeld van Classroom.

De focus op de eindgebruiker, en niet op de organisatie, is natuurlijk een erg interessante. De AutomatiseringsGids meldt:

Met de recente introductie van de Team Edition van de online softwaresuite is het dus mogelijk een groepssite op te zetten zonder tussenkomst van de IT-afdeling. "Dit is democratisering van de technologie, zonder dat de beveiliging in gevaar komt", zegt Dave Armstrong, product & marketing manager EMEA van Google.

Je zou kunnen zeggen dat docenten met behulp van deze applicatie een eigen leeromgeving kunnen ontwikkelen. Dat heeft absoluut positieve kanten. Maar ook risico's. Op de eerste plaats kan dit er wellicht toe leiden dat docenten zich individualistisch opstellen, en bijvoorbeeld niet met collega's afstemmen over hoe zij welke tools ten behoeve van het onderwijs in gaan zetten. Zie de discussie elders op mijn blog.

Op de tweede plaats moet je bij de inzet van tools als Google Sites, gratis wiki's of YouTube realiseren dat je niet altijd terug kunt vallen op een goede service (denk aan back ups) en op een stabiele omgeving. Ook moet je je afvragen hoe het zit met de continuïteit van dergelijke sites. Lees ook de bijdrage van Marcel de Leeuwe. Tenslotte is het vaak geen overbodige luxe om je te verdiepen in de privacyregels van de betreffende site. Wat doen ze met jouw data?

Ik wil absoluut niet beweren dat je moet afzien van het gebruik van dergelijke tools binnen je onderwijs. Maar je moet wel rekening houden met risico's en vaak zelf zorgen voor een alternatief waar je op kunt terugvallen. En verder zal het helaas nodig zijn om je te verdiepen in de kleine lettertjes. Al met al heel wat argumenten om niet op eigen houtje met tools zoals Goolgle Sites aan de slag te gaan, maar in teamverband.

Inleiding Creative Commons

Anol heeft een PDF-bestand (meer dan 17 mb) en een wiki gelinkt waarin Creative Commons in stripvorm worden uitgelegd.  Achtergronden en verschillende licenties worden duidelijk uitgelegd. Als ik meer tijd had, zou ik gaan vertalen.  Want deze publicatie heeft zelf natuurlijk ook een Creative Commons-licentie.

Is een mobiele telefoon gezond?

Geek And Poke groeit langzamerhand uit tot één van mijn favoriete blogs? Waarom? Hierom:

:-)

Plasterk pleit (te) vrijblijvend voor mediawijsheid

Minister Plasterk reageert vandaag op kamervragen van Tofik Dibi van GroenLinks over mediawijsheid. In zijn reactie lijkt Ronald Plasterk  het belang van 'mediawijsheid' onmiskenbaar te onderkennen. Een reeds eerder aangekondigd Expertisecentrum Mediawijsheid moet "kinderen, opvoeders, docenten en scholen ondersteunen in het leren omgaan met de veelheid aan media-uitingen". Plasterk pleit daarbij voor een meer gestructureerd aanbod.

Hij lijkt er overigens niets voor te willen voelen om moderne 'geletterdheid' te verplichten (wat de Schotse overheid wel blijkt te doen). Verder ontwijkt hij de lastig te beantwoorden vraag "Kunt u aangeven hoeveel scholen aandacht geven aan media-educatie? Zo neen, bent u bereid dat te onderzoeken?". Zijn antwoord heeft een groot 'kluitje in het riet'-gehalte (zoals zo vaak bij kamervragen het geval is). Daarmee is zijn reactie wat mij betreft redelijk vrijblijvend.
 

Virtuele omgevingen waardevol voor het onderwijs

Om een virtuele omgeving als Second Live binnen het onderwijs goed te gebruiken is het verstandig om het project te koppelen aan een concreet onderwerp. Aldus één van de conclusies uit een (kleinschalig) onderzoek dat in opdracht van Stichting Kennisnet is uitgevoerd. Zeven VO-scholen hebben deelgenomen aan een pilot, die is gemonitord. Vier scholen voerden een pilot uit met Active Worlds, drie scholen experimenteerden met Second Life. Op de website MUVE's in het onderwijs vind je de belangrijkste bevindingen. Er wordt onder meer ingegaan op de kennis en vaardigheden, die lerenden ontwikkelen met behulp van virtuele omgevingen. Denk daarbij aan vakkennis (dus over het onderwerp), of aan leren samenwerken.

Op zich kun je deze leerdoelen ook op een andere manier bereiken. Maar de ervaring leert dat een virtuele wereld enthousiasmerend werkt. Overigens blijkt niet elk onderwerp even geschikt te zijn om binnen een virtuele wereld te ontwikkelen, blijkt uit het onderzoek. Verder valt op dat de onderzoekster concludeert dat een vakoverstijgend project wat betreft leerdoelen interessant kan zijn, maar ook complex te managen is. Opvallend is ook de groepsgrootte. De onderzoekster gaat uit van een project met 15 lerenden. In vergelijking met opvattingen over samenwerkend leren met behulp van ICT is dat aan de forse kant.

De onderzoeksresultaten bieden wat mij betreft handige handvatten voor docenten om binnen het onderwijs met virtuele werelden aan de slag te gaan. Maar zonder technische ondersteuning zal dat de meesten niet lukken, vermoed ik op basis van het onderdeel Waar moet ik technisch rekening mee houden?

Wat is geletterdheid?

Mijn eerste baan was coördinator van activiteiten in het kader van het Internationale Jaar van de Alfabetisering. We hebben het over 1990. In die tijd was 'geletterdheid' het equivalent van kunnen lezen en schrijven. Vandaag de dag wordt 'geletterdheid' veelal veel breder opgevat, met name in landen als Schotland (jawel!). Volgens Ewan McIntosh bevat het nieuwe Schotse nationale curriculum onder andere een veel bredere omschrijving van literacy
sense of audience, distinction between information sources, information gathering, information presentation and purpose of writing, seeking regular reading for pleasure of a certain calibre.
En bekijk ook eens wat men onder 'tekst' verstaat.

Als ik naar deze doelen kijk (en naar de omschrijving van 'tekst'), kan ik alleen maar concluderen dat ik volgens de nieuwe definitie in 1990 allesbehalve 'geletterd' was. En niet alleen omdat weblogs en social networking sites toen niet bestonden. Ik begon toe net een computer te gebruiken.

Zie oom Paulo's bijdrage over Britse discussies over geletterdheid.

Educatief gebruik van een avatar

Ik kan me niet herinneren dat één van de Nederlandstalige Edubloggers al over Voki heeft geschreven.  Met behulp van deze tool kun je een avatar aan je weblog of website toevoegen. Educatieve redenen hiervoor kunnen zijn:

  • Je maakt je blog of website wat menselijker. Dat werkt vaak motiverend.
  • Je kunt lerenden op een speelse manier laten werken aan taalvaardigheden.
  • Je kunt er op een creatieve manier mee aan storytelling doen.
  • Je kunt er op een creatieve manier polls mee houden.
  • Je kunt er Idols-achtige wedstrijden mee houden.
  • Je kunt lerenden laten wedijveren  wie de  meest creatieve of grappige avatar kan maken.
  • Je kunt lerenden op een speelse manier kennis laten maken met citaten van bekende personen.

Zie ook: Adding A Voki Speaking Avatar To Your Blog Sidebar