Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

« juni 2008 | Hoofdmenu | augustus 2008 »

Casestudie podcasts in het onderwijs

Hoe kun je podcast op een krachtige niet-instructivistische manier binnen leersituaties inzetten? Deze vraag staat in feite centraal binnen het paper The Role of Podcasts in Students’ Learning van Indra Nataatmadja en Laurel Evelyn Dyson (registreren verplicht)

In this paper, we explore the reasons why students either use, or fail to use, podcasts provided for their education. We report on the motivation of students enrolled in a large first-year information systems subject. These varied considerably and show that podcasts are a useful adjunct for providing for the diverse range of learning styles of our students.

Na een korte beschrijving van een literatuurstudie over podcasts in het onderwijs, gaan de auteurs in op een eigen gevalsstudie. Daarbij gaat het om de collegereeks 'Inleiding in Informatiesystemen' waar 340 eerstejaars studenten aan deel hebben genomen. Er zijn podcasts gemaakt van negen college's, waarbij studenten samenvattingen van inleidingen konden beluisteren (lengte tussen de 11 en 24 minuten). De samenvattingen bevatten onder andere aanvullend materiaal, waarvan de docent het idee had dat dit materiaal ondersteunend zou werken.

For example,when students had asked questions during or at the end of the lecture, or posted questions on an online discussion board set up specially for the purpose, the lecturer would try to clarify concepts that had not been clearly understood by all the students.

Het gebruik van de podcasts was niet verplicht, maar bedoeld als extra ondersteuning. Uit de evaluatie bleek dat 36% van de respondenten de podcasts heeft gebruikt. Verreweg de belangrijkste reden om de podcasts te gebruiken, was de hulp die deze geluidsbestanden boden als studenten iets niet begrepen hadden. Een typisch 'mobile learning argument' scoorde met bijna 15% de op één na belangrijkste reden: Good alternative learning tool for use on train or when walking. De belangrijkste reden om de podcasts niet te gebruiken was de aanwezigheid bij de colleges (en het maken van aantekeningen tijdens deze college's). Zestien procent van de respondenten houdt er niet van om naar podcasts te luisteren. Ongeveer 5% van de respondenten vond de podcasts saai. De auteurs schrijven anderzijds ook:

An interesting finding was that some students found they fitted with their learning style: for their private study they preferred listening rather than reading.

Ik vind deze toepassing van podcasting zeker toegevoegde waarde hebben, als je het combineert met andere meer activerende werkvormen (zoals verwerkingsopdrachten of discussies). De auteurs geven dat ook zelf aan. Het alleen beluisteren van podcasts leidt niet tot verdiepend leren, stellen zij. In elk geval vind ik het samenstellen van samenvattingen van inleidingen, inclusief aanvullende informatie, een hele verbetering ten opzichte van het één-op-één beschikbaar stellen van opgenomen lezingen. Maar uiteraard kost dit wel extra onderwijsontwikkeltijd.

Knippen en plakken geen plagiaat?

Dr. Dale Spender heeft wel heel aparte opvattingen over plagiaat in het onderwijs. In de prikkelende bijdrage Cut and paste 'not plagiarism' zegt zij onder meer dat het kopiëren van teksten van internet, en het plakken daarvan in werkstukken, geen plagiaat is.

"They take bits and pieces, mixing and matching them and making something that is their own product."

Verder stelt zij

"I don't really care if there are bits and pieces in their initial information that is downloaded from different points. What I care about is: do they understand it and did they use that information to come up with a solution to solve a problem?"

Als dit de praktijk zou zijn, dan zou ik Spender gelijk geven. Maar de realiteit is volgens mij anders. Het komt te vaak voor dat lerenden hele stukken uit bestaande documenten overnemen, zonder bronvermelding. Er is daarbij dan geen sprake van een 'eigen product'. Want als je vervolgens aan lerenden vraagt om in eigen woorden te vertellen, wat zij daar 'geschreven' hebben, dan blijft het vaak stil.

Nee, ik blijf het belangrijk vinden om binnen het onderwijs aandacht te besteden aan het verschil tussen citeren en plagiaat plegen.

Lezen in het digitale tijdperk

Het New York Times artikel Literacy Debate: Online, R U Really Reading? gaat over het lang lopende internationale debat over de ontwikkeling van lees- en informatievaardigheden binnen de informatiesamenleving. Jongeren lezen veel, maar dan vooral online. Zij verwerken veel informatie, met behulp van tal van media. Gaat dit ten koste van een waardevolle leescultuur, die vooral gebaseerd is op het lezen van boeken? Of ontstaat hierdoor een nieuwe cultuur van lezen, en is verandering van de manier van lezen zelfs noodzakelijk om overeind te blijven ten opzichte van de onvermijdelijke tsunami aan informatie?

Clearly, reading in print and on the Internet are different. On paper, text has a predetermined beginning, middle and end, where readers focus for a sustained period on one author’s vision. On the Internet, readers skate through cyberspace at will and, in effect, compose their own beginnings, middles and ends.

Het artikel geeft een goed overzicht van de discussie tussen 'vernieuwers' en 'traditionelen' op dit gebied. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag of het eenzijdig lezen van boeken niet ten koste gaat van bepaalde informatievaardigheden. Maar ook over de vraag of veel online lezen niet ten koste gaat van het vermogen om te reflecteren en het je kunnen concentreren. Het artikel illustreert ook de beperkingen van boeken: er staat vaak maar één thema in centraal, dat in veel gevallen vanuit één invalshoek wordt belicht waarbij ook nog eens sprake is van eenrichtingsverkeer.

Het is ook grappig om te zien dat in een begeleidend filmpje ouders het waardevol vinden dat hun zoon intensief gebruik maakt van RSS en weblogs, maar dat zij zich zorgen maken om het sociale netwerken van hun dochter. Het volgende citaat uit het artikel vind ik ook relevant:

Elizabeth Birr Moje, a professor at the University of Michigan who led the study, said novel reading was similar to what schools demand already. But on the Internet, she said, students are developing new reading skills that are neither taught nor evaluated in school.

Ik denk dat het belangrijk is dat fundamenteel gediscussieerd wordt over welke lees- en informatievaardigheden binnen de informatiesamenleving belangrijk zijn, en welke vaardigheden binnen het onderwijs aan de orde moeten komen. Vervolgens zullen nieuwe toetsen en testen ontwikkeld moeten worden waarmee in kaart gebracht wordt hoe het staat met het niveau van lerenden op dit gebied. Want het is vreemd on nieuwe doelen na te streven, maar verouderde beoordelingsmethoden te hanteren.

Via Will Richardson

Leren in de 21ste eeuw

Welke drie stappen moeten worden gezet om eigentijds leren vorm te geven?

Mijn eerste uitgebreidere ervaringen met de Asus EEE 4G

Ik ben nu een dag of tien in het bezit van de ultraportable Asus EEE 4G. Tijd om de sterke en minder sterke kanten op een rij te zetten.

Sterke kanten

  • De ultraportable start snel op.
  • Ik heb altijd begrepen dat deze goedkope ultraportables geen harde schijf hebben waar je documenten kunt opslaan. Dat is wel het geval. Uiteraard kun je deze harde schijf niet vergelijken met de harde schijven van moderne desktop PC's of laptops.
  • De kwaliteit van het geluid vind ik goed.
  • De user interface met de tabbladen Internet, Werken, Leren, Spelen, Instellingen en Favorieten is erg gemakkelijk in gebruik.
  • De Asus EEE is erg licht en compact.
  • De batterij gaat langer mee dan de batterij van mijn gewone laptop. In combinatie met het lichte gewicht en de compacte omvang, maakt dit de Asus EEE uitstekend transportable.
  • Het beeldscherm is klein. Maar ik heb er geen moeite mee om langere tijd met dit beeldscherm te werken. Ik gebruik wel vaak de F11 functietoets binnen de browser. Bij een groter beeldscherm wordt het subnotebook ongetwijfeld zwaarder en duurder. En gaat daarmee meer op een gewone laptop lijken. Wat volgens mij niet de bedoeling is.

Minder sterke kanten

  • De mini-notebook had aanvankelijk grote problemen om verbinding te maken met mijn draadloze netwerk. Ik heb één keer -na een aantal keren proberen- verbinding gekregen. Na het updaten van software waarmee beter ingespeeld kon worden op een beveiligd WPA netwerk lukte het wel.
  • Je kunt via de standaard configuratie alleen maar software installeren die Asus voorselecteert. Ik kan tot nu toe bijvoorbeeld niet versie 3 van Firefox installeren. Asus is sowieso niet snel met updates van software, als ik Keith Russell mag geloven.
  • Je kunt de tabbladen Internet, Werken, Leren, Spelen en Instellingen niet aanpassen. Ik gebruik bijvoorbeeld geen Hotmail. Maar die optie kan ik niet verwijderen of vervangen door een link naar de webmail bij mijn providers.
  • Het touchpad is niet handig in gebruik als je gewend bent aan linker- en rechtermuisknoppen. De knop om de Asus EEE mee te openen is tevens de muisknop. Het duurde even voor ik daar achter was. Een aparte muis vind ik echt een 'must' voor langdurig gebruik.
  • Het toetsenbord is erg klein. Ik typ met twee vingers en sla vaak de verkeerde toets aan doordat de toetsen dicht bij elkaar zitten. Het typen van langere teksten verloopt daarom minder efficiënt dan bij een gewone laptop.
  • Het is me niet gelukt mijn iPod Nano aan te sluiten op de Asus EEE en via het subnotebook muziek van mijn iPod af te spelen. Als ik de iPod op de Asus EEE aansluit, dan opent ie wel een muziekbeheer programma. Maar vervolgens kan ik de bestanden niet benaderen. Ook niet via bestandsbeheer.
  • Applicaties die ik via een usb-stick benader, werken voornamelijk onder Windows (exe-bestanden). Ik kan ze op mijn subnotebook niet gebruiken (en nee, ik wil juist een keer niet met Windows werken). Ik moet dus op zoek naar versies die onder Linux werken.
  • Op de Asus EEE is onder meer Thunderbird van Mozilla geïnstalleerd. Hiermee kun je onder andere RSS-feeds lezen. Het importeren van mijn OPML-bestand (met meer dan 260 feeds) lukt helaas niet. Ik zou alle feeds handmatig moeten invoeren. En dat ga ik natuurlijk niet doen.

Samenvattend: de Asus EEE is m.i. geen volwaardige vervanger voor de laptop of desktop PC. Maar wel een handige aanvulling voor als je bijvoorbeeld tijdens een congres wilt bloggen.

Zelf posters maken met Glogster

Via een bijdrage van Stephen Downes ben ik geattendeerd op Glogster: een tool waarmee je digitale posters kunt samenstellen die bestaan uit tekeningen, foto's, videofragmenten, audiofragmenten en tekst. Een aantal voorbeelden vind je op de Top Glog-pagina.

Glogster is weer zo'n tool die je in het onderwijs kunt inzetten. Laat lerenden maar eens een glog maken over een bepaald onderwerp.

Digital storytelling en (t)e-learning

Het gebruik van social software kan leiden tot innovaties op het gebied van (t)e-learning, waarbij lerenden zelf een grotere rol spelen bij het creëren van content. Een voorbeeld daarvan is digital storytelling: door middel van verhalen en anekdotes probeer je een bepaald 'punt' te maken, bepaalde opvattingen kracht bij te zetten. Goede docenten en keynote sprekers maken vaak gebruik van verhalen om bepaalde zaken te illustreren. Denk bijvoorbeeld aan Sugata Mitra tijdens de laatste Online Educa in Berlijn.

Dankzij social software is het mogelijk om lerenden digitale verhalen te laten vertellen. Dat kan natuurlijk prima via weblogs, maar ook door middel van podcasts of via slidecasts, zoals onderstaand digitaal verhaal van Marcel de Leeuwe illustreert

Een ander krachtig voorbeeld van digital storytelling vind je in een andere bijdrage van Marcel. Bij Ikea heeft men de kernwaarden van het bedrijf overgebracht aan de hand van video's waarin medewerkers verhalen vertellen.

De boodschap blijft langer en beter hangen, is mijn ervaring, als gebruik wordt gemaakt van verhalen. Op basis van deze wiki wil ik criteria formuleren waaraan een goed verhaal moet voldoen:

  • Het verhaal is concreet.
  • Het verhaal is authentiek en geloofwaardig.
  • Het verhaal roept een emotie op. Volgens mij is dit cultureel gebonden. Ik heb ooit in de VS een spreker verhalen horen vertellen waarbij Amerikanen de tranen over de wangen rolden, maar waarvan de meeste Nederlanders over hun nek gingen. Humor kan ook goed werken, maar is ook cultureel gebonden
  • Het verhaal is niet voorspelbaar.
  • Het verhaal ondersteunt je boodschap.

Ik zie dus behoorlijk wat mogelijkheden voor digital storytelling, met behulp van social software. Ik ben dan ook verbaasd over de opvatting van Stephen Downes:

Me, I notice that when the speaker at the front of the room tells a story, I stop typing notes. Why? Because the flow of information has slowed to just about zero. So I have mixed feelings about it.

Ik stop ook met aantekeningen te maken als een spreker (al dan niet via een online video of podcast) een verhaal vertelt. Maar dat komt omdat ik bij een goed verhaal maar één sleutelwoord hoef op te schrijven om mij de hele anekdote plus de onderliggende boodschap te herinneren.

Lees ook andere berichten van Marcel de Leeuwe over digital storytelling.

Aanpak ontwikkeling e-learning strategie

Ik krijg regelmatig vragen van studenten over aspecten van (t)e-learning. Maar slechts zelden zie ik uiteindelijk wat met de antwoorden is gebeurd. Maar er zijn ook uitzonderingen. Michaël Rosseel heeft voor een eindopdracht een presentatie (pdf, 2 MB) gemaakt over e-learning voor professionalisering van verpleegkundigen en vroedvrouwen van het Academisch Zekenhuis Sint-Lucas te Gent. Daarvoor heeft hij gebruik gemaakt van mijn weblog en van http://www.e-learning.nl. Zijn bronnenoverzicht staat op Del.icio.us.

De centrale vraag in zijn eindwerkstuk luidt:

Is et zinvol om,en zo ja,kunnen we door middel van e-learning ervoor zorgen dat de nieuw aangeworven verpleegkundigen en vroedvrouw en de competenties (kennis, vaardigheden en houdingen) verwerven om op hun werkplek de pc en de voor hen voorziene software te gebruiken ter ondersteuning van hun job?

Rosseel geeft een introductie van e-learning, maar de nadruk in zijn eindwerkstuk ligt op de behoefteanalyse en een 'aanvangsanalyse'. Deze analysefase is een belangrijke stap in het ADDIE-model dat hij gebruikt (Analyse, Design, Development, Implementation, Evaluation). Een model dat gebruikt kan worden voor de ontwikkeling van een e-learning strategie.

Bij de analysefase kijkt hij naar de leerdoelen, de leeromgeving (o.a. de organisatiedoelstellingen, de leercultuur en de technologie) en naar de lerende medewerker. Vervolgens presenteert hij de voordelen van e-learning, de kansen en de zwakten/bedreigingen voor zijn organisatie. Uit de analyse valt mij onder andere de motivatie van medewerkers om 'aan e-learning te doen' op.

Michaël Rosseel eindwerkstuk biedt wat mij betreft goede handvatten voor de ontwikkeling van een e-learning strategie, met name wat betreft de analysefase. Bij het onderdeel 'evaluatie' maakt hij vooral gebruik van Kirkpatrick. Een indeling die niet onomstreden is. Bij de ontwerpfase (Design) besteedt Rosseel aandacht aan diverse leeractiviteiten (kennis-activiteiten, doe-activiteiten, transfer-activiteiten). Hij gaat daarbij uit van blended learning (waarmee het leren in vergelijking met e-learning wel minder flexibel wordt). Ook lijkt hij wat betreft content gebruik te willen maken van makkelijk te realiseren content, die echter ook minder krachtig kan zijn. Het onderdeel implementatie is gebaseerd op een e-learning roadmap van een -zo lijkt het- leverancier van leermanagementsystemen. Daar had ik een variant op ontwikkeld, als ik Rosseel was geweest.

Zijn presentatie vind je trouwens ook op Slideshare. Petje af, trouwens, dat hij web 2.0 gebruikt om resultaten te delen.

Wat kunnen je met Second Life bij bedrijfstrainingen?

In een kort artikel besteedt Chief Learning Officer Magazine aandacht aan Second Life voor trainingen. In het artikel komt een vertegenwoordiger van Maryland Association of Certified Public Accountants aan het woord. Deze organisatie heeft zich door een 18 jarige laten adviseren over de inzet van Second Life. Uiteindelijk heeft men een eigen eiland ingericht voor communicatie- leerdoelen.

It has had about six events in the virtual world, some of which are mixed-reality sessions that take place in real life and the virtual world simultaneously, a perk for both younger and older members.

Second Life wordt gezien als een medium dat motiverend kan werken omdat participanten elkaar kunnen zien, en toegang kunnen hebben tot experts en andere bronnen. De experts zijn normaal gesproken lastig te bereiken voor gewone leden van de associatie.

Fusie Outstart en Eedo Knowledgeware

OutStart Inc. en Eedo Knowledgeware Corp. hebben aangekondigd te gaan fuseren en de naam OutStart te gaan voeren. Door deze krachtenbundeling zijn deze twee leveranciers van learning contentmanagement systemen meteen marktleider in deze (t)e-learning niche geworden.

Het persbericht bevat de gebruikelijke merger-blabla, maar beschrijft niet hoe de fusie gerealiseerd wordt. Want het hanteren van de naam van één van de partners duidt meestal op een overname, in plaats van een fusie.

Andere LCMS-leveranciers zijn Giunti Interactive Labs met LearnExact (die enkele maanden geleden Harvest Road hebben overgenomen) en Xyleme Learning Content Management System.

En er is ook een LCMS-leverancier die er in slaagt om de laatste week enkele duizenden keren in mijn feedreader op te duiken, via mijn e-learning news feed van Google. Erg irritant :-(

Daarom vermeld ik dit bedrijf hier niet!