Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

« september 2008 | Hoofdmenu | november 2008 »

Leerstijlen-instrumenten vergeleken

Mensen die mij volgen via de RSS-feed van mijn Delicious-pagina, of via Twitter hebben de studie al voorbij zien komen: Should we be using learning styles?: een Britse studie uit 2004 waarin dertien veelgebruikte instrumenten voor leerstijlen met elkaar worden vergeleken. De samenstellers kijken daarbij met name naar de betrouwbaarheid en validiteit, en naar de invloed van deze instrumenten op didactiek. Hun focus ligt op het gebruik van de instrumenten bij lerenden van 16 jaar en ouder.

De auteurs presenteren op pagina 26 een aardige indeling van leerstijlen-instrumenten. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat sommige instrumenten uitgaan van stabiele persoonlijkheidstypen, terwijl anderen de relatie met voorkeuren voor leren benadrukken, of juist uitgaan van een relatie met leerconcepten.

Het rapport beschrijft de dertien instrumenten volgens een vast format. Daarbij geven zij sterke en zwakke kanten op verschillende aspecten weer. In een aparte tabel op pagina 63 worden de dertien onderzochte instrumenten vervolgens met elkaar vergeleken.

Uit deze analyse blijkt dat de bij mij volstrekt onbekende Cognitive Styles Index (CSI) van Allinson en Hayes er op het gebied van betrouwbaarheid en validiteit het beste uit de bus komt (al zegt dit nog niet alles over de toepasbaarheid binnen het onderwijs). Herrmann’s Brain Dominance Instrument (HBDI) -onder meer gebruikt bij de School van de Toekomst- wordt veelbelovend genoemd. Kolb's populaire leerstijlen inventarisatie blijkt daarentegen slecht te scoren op betrouwbaarheid en validiteit, ook al is dit instrument in de loop der jaren verbeterd. 'Kolb' wordt waarschijnlijk zo veel gebruikt omdat het een eenvoudig middel is.

Tot mijn verbazing is ook de Myers-Briggs Type Indicator (MBTI) in het overzicht opgenomen. Dit is vooral een persoonlijkheidstest. De auteurs geven dat ook aan. Het overall oordeel van de MBTI is overigens 'matig'. De inventory of learning styles van de Nederlandse hoogleraar Jan Vermunt wordt een 'rijk' model genoemd, waarbij wel opgemerkt wordt dat er tot dusver weinig bewijs is voor de invloed op didactiek. Zie ook pagina 62 en 63 voor een samenvatting van de toepasbaarheid van de leerstijlen-instrumenten.

De studie Should we be using learning styles? vergelijkt niet alleen dertien instrumenten voor leerstijlen, maar plaatst deze tools ook in een context. Het rapport bevat veel -en zo te zien gedegen- achtergrondinformatie over dit complexe, maar boeiende onderwerp. De auteurs geven daarbij onder meer aan:

A reliable and valid instrument which measures learning styles and approaches could be used as a tool to encourage self-development, not only by diagnosing how people learn, but by showing them how to enhance their learning.

Met andere woorden: een goede leerstijlentest is vooral een zinvol instrument voor de lerende zelf.

Zie ook: De mythe van de leerstijlen van Daan Assen.

Hoe technologie leren zal beïnvloeden?

Het (hoger) onderwijs zal binnen vijf jaar aanzienlijk veranderen, als gevolg van de invloed van technologie. Dat stelt althans het paper The Future of Higher Education: How Technology will Shape Learning. Deze publicatie is het resultaat van een onderzoek onder bijna 300 Chief Information Officers van binnen en buiten het onderwijs.

Als je het rapport overigens meer in detail leest, dan blijkt het met die hervorming nogal mee te vallen, als je het mij vraagt:

  • Docenten zullen volgens de respondenten naar verwachting meerdere media gebruiken.
  • 60% van de respondenten denkt dat online leren over vijf jaar een fundamenteel onderdeel zal vormen van het onderwijs.
  • Sociale netwerk technologieën worden belangrijke middelen om contacten met alumni te onderhouden.

Dit is geen disruptive innovation. Eerder een geleidelijke verandering, denk ik dan.

Als je kijkt naar antwoorden met betrekking tot een daadwerkelijk ander -meer studentgecentreerd- onderwijsconcept, dan blijkt een minderheid van de respondenten van mening dat het onderwijs binnen vijf jaar zal veranderen:

Wat wel opvalt is het m.i. hoge gebruik van social software binnen het onderwijs. Weblogs worden

Nmcstudie

op dit moment in 44% van de instituten ingezet, wiki's 41%, video podcasts 53% en sociale netwerken in 56% van de instituten. Uiteraard zeggen deze percentages nietrs over de schaal waarop deze technologieën worden gebruikt.

Via Curtis Bonk

Internetters denken anders

De AutomatiseringsGids besteedt -net als de BBC verleden week- aandacht aan het onderzoek van hoogleraar Gary Small naar de invloed van internetgebruik op onze hersenen. Op basis van eigen onderzoek concludeert Small dat het gebruik van internet van invloed is op de manier waarop het menselijk brein werkt:

  • Ervaren internetters zijn gemakkelijker in staat om informatie te filteren en knopen door te hakken.
  • Het veelvuldig gebruik van internet stimuleert het vermogen van de hersenen.
  • Het voortdurend op zoek zijn naar nieuwe informatie kan leiden tot stress, en zelfs hersenbeschadiging.
  • Ouderen leren meer methodisch, stap voor stap en preciezer.

Belangrijke kanttekening: de testgroep was te klein om statistisch significante uitkomsten op te leveren. Meer grootschalig onderzoek is nodig om Small's conclusies hard te maken.

Small maakt ook een onderscheid tussen 'digitale natives' en 'immigranten'. jammer. Want volgens mij is intensief internetgebruik niet leeftijdsgebonden. Ik heb bijvoorbeeld sterk de indruk dat ik vandaag de dag beter in staat bent om informatie te filteren, dan tien jaar geleden (dankzij social software).

Massaal ICT gebruik in Nederland

Het CBS heeft weer onderzoeksresultaten gepubliceerd over het gebruik van ICT binnen Nederland. De resultaten illusteren wat mij betreft hoe diep internettechnologie binnen onze samenleving is geworteld. Je ziet bijvoorbeeld dat internet op grote schaal gebruikt wordt als delivery platform voor nieuws (beeld, geluid, tekst). Ook wordt meer dan de helft van alle internetgebruikers omschreven als frequente e-shoppers.

Helaas heeft het CBS niet gekeken naar het gebruik van internet voor formeel leren, en bijvoorbeeld naar het gebruik van social networking.

Een beperking van Delicious (en hoe je daar mee om kunt gaan?)

Ik ben een fanatiek Delicious-gebruiker. Met behulp van deze tool kun je je favoriete websites met anderen op internet delen (social bookmarking). Een mooie, eenvoudige, web 2.0-applicatie, die je zonder veel moeite binnen het onderwijs kunt inzetten. Voor wie niet weet waar ik het over heb: bekijk dit verhelderende filmpje van dik 3 minuten.

Eén van de voordelen van Delicious was dat je websites voor anderen kon bewaren. Binnen Delicious kun je een netwerk van andere Delicious-gebruikers aanleggen. Als je een website opslaat, kun je ook gebruikers-namen aanklikken van diegenen die tot jouw netwerk behoren. Als je een site voor hen opslaat, dan zien zij deze site in hun Delicious-inbox staan. Vervolgens kunnen zij jouw suggestie negeren of deze ook toevoegen aan hun overzicht met favorieten.

Dat was een voordeel. Maar ik ben nu tegen een beperking aangelopen. Mijn netwerk bestaat uit een grote groep personen. De meesten ken ik niet persoonlijk. Ik heb wel het sterke vermoeden dat zij allen in (t)e-learning geïnteresseerd zijn. Als ik een link met deze groep wil delen, dan moet ik vele namen aan klikken. Ik kan helaas geen groep selecteren. Dat is al niet zo handig.

Bovendien -zo ontdekte ik deze week- stelt Delicious grenzen aan het aantal trefwoorden dat je aan een link kunt toekennen. En een naam in je netwerk wordt beschouwd als een trefwoord. Ik had onlangs meer dan vijftig namen (en trefwoorden) aangeklikt. Dat pikte Delicious niet. Vervolgens moest ik een aantal de-selecteren.

Helemaal niet handig :-(. Op deze manier kost social bookmarken veel tijd.

Ik heb daarom met mezelf afgesproken om selectief te zijn met het aanklikken van namen. Gelukkig is er een prima alternatief om toch favorieten met anderen te delen.  Delicious heeft namelijk een andere optie waarmee je snel en gemakkelijk kunt zien welke websites iemand bewaart: een RSS-feed (deze is van mijn Delicious-pagina). Je kunt dan zelf beslissen welke favorieten van anderen jij wilt opslaan.

Werkt als een trein. Met behulp van enkele RSS-feeds van anderen ben ik bijvoorbeeld op het spoor gekomen van verschillende interessante websites. Echt een aanrader.

Dimensies van een edublog

Wes Holleman heeft een interessante bijdrage geschreven over dimensies van een edublog. Samenvattend onderscheidt Wes drie dimensies:

  • Een edublog kan een breder of smaller thema hebben.
  • Een edublog kan meer of minder evenwichtig onderwerpen aansnijden.
  • Een edublog kan meer of minder onafhankelijk zijn.

Volgens mij is er nog een vierde dimensie: een edublog kan meer of minder verdiepend zijn.

Volgens Wes zijn edubloggers niet altijd even evenwichtig. Zij pleiten vaak zonder veel voorbehoud voor een ruime toepassing van ICT in het onderwijs. Wes vraagt zich ook af hoe edubloggers zich positioneren. Hij schrijft:

De moraal van het verhaal is eerder dat edubloggers ernaar moeten streven in hun weblog transparant te zijn over de breedte van hun thema, over hun eigen doelen en vooringenomenheden, en over de grenzen van hun onafhankelijkheid.

Ik heb op basis van de vier dimensies een ontwikkelveld voor edubloggen gemaakt:

Edublogdimensies

Persoonlijk wil ik me als volgt positioneren:

EdublogdimensiesWR

Binnen het terrein van (t)e-learning schrijf ik redelijk breed. Ik ben vooral geïnteresseerd in het didactisch gebruik van ICT binnen leersituaties, maar schrijf ook over veranderaanpakken, informeel-formeel leren, serious gaming, onderzoek, enzovoorts.

Ik probeer onderwerpen redelijk evenwichtig te behandelen, al geef ik onmiddellijk toe dat ik positief sta tegenover ICT in het onderwijs, social software, samenwerkend leren, een actieve rol voor lerenden, enzovoorts.

Verder probeer ik zo onafhankelijk mogelijk te zijn. Als ik niet onafhankelijk over een onderwerp kan schrijven, dan schrijf ik er niet over. En er zijn verschillende werkgerelateerde onderwerpen waar ik niet over schrijf.

Tenslotte probeer ik niet alleen te signaleren, maar ook te reflecteren op onderwerpen. Het is afhankelijk van de beschikbare tijd, of ik daar ook daadwerkelijk aan toe kom.

Uiteraard ben ik benieuwd of jullie als lezers het met mijn typering eens zijn.

Discussiestellingen over de (niet-bestaande) net-generatie gezocht (en een nieuwe poll hierover)

Op 12 november verzorg ik een sessie tijdens de Onderwijsdagen 2008 van de Surf Foundation. De titel van de sessie luidt "De niet-bestaande net-generatie en de impact op het onderwijs".

Steeds vaker wordt getwijfeld of de net-generatie wel bestaat. Nog steeds ontbreekt het aan op onderzoek gebaseerde 'evidence'. Tegelijkertijd laat ook de dagelijkse praktijk een grote diversiteit zien in de wijze waarop jongeren technologie gebruiken. Het is de vraag of je wel van een 'generatie' kunt spreken. Ook lijken veel jongeren wel ICT-vaardig, maar niet ICT-competent. Voor het onderwijs wordt het er niet gemakkelijker op. Via korte inleidingen en veel discussie verkennen we de betekenis hiervan voor het hoger onderwijs.

Ter voorbereiding maak ik gebruik van een wiki, bij Surfgroepen.

Via deze wiki wil ik discussiestellingen inventariseren, die ik tijdens de workshop met de zaal wil bespreken. Verder staan hier relevante bronnen.

Weet je een goede discussiestelling? Ken je aanvullende bronnen? Laat ze dan op de wiki achter (inloggen verplicht). Je kunt ze ook via de commentaarfunctie van deze blogpost achterlaten. Dan voeg ik ze toe. Deadline: 9 november 2008.

Op één stelling kun je alvast via een poll reageren:

Jongeren zijn zó verschillend in mediagebruik, dat de term ‘net-generation’ niet gerechtvaardigd is.

Deadline: 10 november aanstaande.

De uitkomsten gebruik ik tijdens de sessie.

Bekijk ook de uitslag van de laatste stelling (moeten we microbloggen serieus nemen?)

Saba en learning 2.0

Saba is wereldwijd één van de marktleiders op het gebied van leermanagementsystemen (LMS). In een grijs verleden heb ik er mee mogen werken. Onlangs hebben zij aangekondigd om halverwege 2009 met Saba Social op de markt te komen. Hiermee integreren zij social networking services binnen hun LMS.

Built on Saba’s unified platform, Saba Social uniquely combines a rich person profile and competency framework with real-time collaboration and comprehensive social networking tools to capture knowledge and connect people with expertise.

Ik heb  gemengde gevoelens bij deze ontwikkeling. Enerzijds geloof ik niet in allesomvattende systemen, in applicaties die elke leeractiviteit willen ondersteunen. Bovendien zijn dergelijke oplossingen -als zij ontwikkeld en vermarkt worden door traditionele LMS-aanbieders- vaak minder open als ik zou willen. Of zoals Clive Shepherd het stelt

Saba's new offering is a leaning towards Web 2.0 from what is very much a Web 1.0 starting point.

Zijn deze traditionele (t)e-learning-aanbieders wel in staat om zich een nieuwe benadering van leren eigen te maken? Of zijn deze initiatieven vooral bedoeld voor 'de Bühne'?

Aan de andere kant illustreert deze ontwikkeling wel dat “learning 2.0” serieus genomen wordt. En wie weet maakt Saba die transformatie wel degelijk.

Leidt (t)e-learning tot vergroening?

De ICT-sector verbruikt veel CO2. Het thema "vergroening" krijgt daarom terecht veel aandacht binnen deze sector. Maar ook binnen de opleidingssector wordt veel CO2 verbruikt. Onder meer door het reizen en door het papiergebruik.

Online leren zou daarom een goede oplossing zijn om de CO2-emissie te reduceren. Dat stelt de bijdrage Distance learning courses consume nearly 90% less energy and produced 85% fewer CO2 emissions, op basis van beperkt onderzoek.

Uiteraard verbruikt (t)e-learning ook stroom, en leidt deze manier van leren dus ook tot CO2-uitstoot. Ik denk dat de vraag of (t)e-learning leidt tot vergroening van de opleidingssector afhankelijk is van een aantal factoren, zoals:

  • Moeten lerenden veel en ver reizen bij face-to-face (f2f) opleiden?
  • Wordt bij f2f-opleiden ook gebruik gemaakt van ICT?
  • Is bij (t)e-learning sprake van volledig online leren of van blended learning (dus in combinatie met f2f leren)?
  • Printen lerenden bij (t)e-learning veel content?
  • Maken lerenden bij (t)e-learning gebruik van zuinige computers?
  • Maken opleiders bij (t)e-learning gebruik van zuinigen hardware?
  • Wordt groene stroom gebruikt?

Waarvoor kun je ICT in de klas gebruiken?

Gerard Dummer denkt dat er vijf redenen zijn waarom je ICT in de klas kunt inzetten:

  1. Je wilt lerenden ondersteunen die moeite hebben met een bepaald onderwerp.
  2. Je wilt lerenden ondersteunen die vooruitlopen op een aantal onderwerpen.
  3. Je wilt een klas/groep stimuleren in het samenwerken/ zelfstandig werken (of ander vakoverstijgend onderwerp).
  4. Je hebt een onderwerp waarbij je de doelen nog niet bereikt.
  5. Je wilt met een onderwerp aan de slag gaan dat nog niet aan bod komt in de klas.

Of er aanvullingen te geven zijn, vraagt Gerard. Volgens mij wel:

  • Je wilt met ICT een onderwerp op een beter manier behandelen, dan zonder ICT. Denk aan het gebruik van animaties die bijvoorbeeld de werking van het smeersysteem van een verbrandingsmotor beter kunnen illustreren, dan jij dat kunt met een inleiding en afbeeldingen.
  • Je wilt de grenzen van de klas doorbreken, bijvoorbeeld door experts op afstand via ICT de klas binnen te halen (of lerenden van andere scholen waarmee samengewerkt kan worden).
  • Je wilt lerenden de mogelijkheid bieden om producten -die zij gemaakt hebben- met de buitenwereld te delen.
  • Je wilt lerenden de gelegenheid geven om hun competentieontwikkeling zichtbaar te maken.

Zijn er nog meer aanvullingen?