Serendipiteit is het het verschijnsel waarbij je iets onverwachts en bruikbaars vindt, terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders. Ik spreek zelf van serendipity learning ('toevallig leren'), als je iets onverwachts en bruikbaars leert, terwijl je eigenlijk met iets totaal bezig bent (dat hoeft niet persé leren te zijn). Serendipity learning is dus in feite een extreme vorm van informeel leren. Maar ook binnen formele leersituaties kan sprake zijn van serendipity learning. Je moet bijvoorbeeld iets over aardrijkskunde leren, maar je stuit bij toeval op een bron waardoor je meer leert over geschiedenis.
In Make Serendipity Work for You lees je eerst wat achtergronden van dit fenomeen. Daaruit blijkt dat het vermogen om een aantal toevallige observaties te combineren tot iets betekenisvols erg belangrijk is. Serendipiteit wordt door de auteurs daarom getypeerd als een bekwaamheid, die ontwikkeld en onderhouden moet worden. Deze bekwaamheid heeft duidelijke verwantschap met creativiteit.
Verder stellen de samenstellers dat serendipiteit ook voortkomt uit een zekere mate van slordigheid, doorzettingsvermogen en het durven hebben van een afwijkende mening. Serendipiteit kan ook niet top down worden afgedwongen.
Bij serendipiteit verbind je ook ervaringen uit het verleden met datgene wat je in het heden waarneemt. Tenslotte zijn relevant voor serendipiteit:
- Het onderhouden van sociale contacten.
- Diversiteit (aan opvattingen).
- De mogelijkheid om te 'knutselen', dingen uit te proberen.
Als je deze kenmerken vertaald naar leersituaties dan impliceert dit m.i. dat sprake moet zijn van een grote mate van autonomie (met name wat betreft leeractiviteiten, de setting waarin leren plaats vindt, de tools die men wil gebruiken, en de leerinhouden), van de gelegenheid om -ook niet taakgebonden- te communiceren met anderen, en om de mogelijkheid om te experimenteren. Serendipiteit in leersituaties kun je niet organiseren, wel faciliteren.