Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Blended learning belangrijk bij leven lang leren

Om als land concurrerend te kunnen blijven, is het noodzakelijk dat meer mensen hoger opgeleid worden. Dat betekent niet alleen dat jongeren steeds meer moeten in- en doorstromen naar hogere opleidingsniveaus. Volwassenen zullen ook hun leven lang moeten (mogen?) leren. Dat is één van de maatschappelijke uitdagingen voor de komende jaren. In dit kader heeft de Onderwijsraad gisteren een verkenning gepubliceerd: Middelbaar en hoger onderwijs voor volwassenen.

Ik heb het rapport selectief gelezen (o.a. de samenvatting). Een aantal zaken valt mij op:

  • De Onderwijsraad spitst de verkenning toe op onderwijs vanaf niveau MBO-4. Ik vind dat te beperkt, omdat menig werknemer volgens mij via niveau 3 'opgeschoold' zou moeten worden.
  • Volwassenenonderwijs stond lange tijd synoniem voor algemeen vormend onderwijs (basiseducatie, voortgezet algemeen volwassenenonderwijs). De Onderwijsraad pleit nu voor meer beroepsgericht volwassenenonderwijs.
  • Een gevoel van urgentie voor een leven lang leren ontbreekt vaak op alle fronten, schrijft de Onderwijsraad.
  • Het bestaande onderwijs heeft volwassenen inhoudelijk veel te bieden. Maar de manier waarop het is ingericht (onder meer wat betreft opleidingsduur) past volgens de samenstellers van het rapport slecht bij de doelgroep volwassenen. Op dit moment maken volwassenen nauwelijks gebruik van het reguliere hoger onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs. De Onderwijsraad pleit daarom onder meer om het bekostigen van deeltijd volwassenenonderwijs.
  • Procedures op het gebied van elders verworven competenties kunnen er voor zorgen dat volwassenen sneller gekwalificeerd kunnen worden, maar de Onderwijsraad waarschuwt ook voor ongewenste neveneffecten (jongeren die het onderwijs voortijdig verlaten om via EVC alsnog een diploma te behalen). Ik verbaas me daarover, aangezien er diverse maatregelen zijn getroffen om jongeren te dwingen op school te blijven (heeft ook nadelen). Bovendien kun je jongeren volgens mij heel goed duidelijk maken dat je eerst de nodige ervaring moet opdoen voordat je in aanmerking komt voor een EVC-procedure. En anno 2009 kom je zonder diploma praktisch niet meer aan de bak (slecht betaalde banen uitgezonderd).
  • De Onderwijsraad erkent het belang van meer informele vormen van leren. Dat is winst. Toch gaat de meeste aandacht in de verkenning uit naar formele vormen van scholing. Natuurlijk: voor de meeste volwassen lerenden is het belangrijk dat zij een leertraject afsluiten met een kwalificatie een civiel effect heeft. Toch valt er volgens mij meer winst te halen als je kritischer kijkt naar leerarrangementen die bestaan uit een mix van meer informele en formele leeractiviteiten, EVC-procedures (aan de hand van een e-portfolio) en betekenisvolle beoordelingen. Opvallend is dat veel volwassenen zelf aangeven een actievere rol te willen vervullen in het samenstellen van leerarrangementen, waarbij zij onder andere ook pleiten voor meer coaching op de werkvloer (zie pagina 29).
  • De Onderwijsraad denkt dat afstandsleren en e-learning de beste kansen bieden om volwassenen te interesseren voor scholing. Zij breken daarbij -hulde, hulde- een lans voor de vrije toegang tot informatiebronnen en leermiddelen (open access, open education). Helaas zijn de aanbevelingen op dit punt weinig concreet.
    Ik ben (uiteraard) groot voorstander van het gebruik van e-learning bij een leven lang leren. Ik zie echter wel nog wat uitdagingen als het gaat om de acceptatie hiervan. Niet alleen door opleidingsinstituten en onderwijsinstellingen. Ik vraag me ook af of de doelgroep 'volwassenen' op dit moment al voldoende 'e-learning ready' is. Ik word hierin gesterkt door de opvattingen van volwassen studenten over contact met docenten. Daar waar de Onderwijsraad in de samenvatting spreekt over e-learning en afstandsleren, pleit men op pagina 74 voor 'blended learning'. Persoonlijk lijkt mij dat inderdaad een betere benadering.

Impressie Top 10 presentaties Managementconferentie Netwerken

Behalve dat ik zelf mocht 'optreden', heb ik ook een aantal andere sessies bezocht tijdens TOP 10 beste presentaties van Dé Managementconferentie Netwerken. Ik heb daarover al uitgebreid getwitterd. Daarom volsta ik met een korte impressie:

  • Lily Stap van het Noorderpoort College illustreerde samen met Remco van de Beek het belang en de kracht van netwerken. Lily past dit toe met leerlingen die ondernemer willen worden. Deze leerlingen worden gekoppeld aan ondernemers, die optreden als coach. Deze ondernemers worden onder meer via netwerken geworven. Deze ondernemers treden ook op als gastdocent.
    Lily en Remco maakten de aanwezigen eerst bewust van hoeveel mensen zij kennen (uit tal van groepen). Vervolgens vroegen zij de aanwezigen een vraag te bedenken, waar zij op dit moment mee 'zaten'. Die vraag werd in diverse ronden aan verschillende personen gesteld. Aan het eind bleek dat bijna iedereen verder geholpen was. Het belangrijkste bij netwerken is volgens Lily het vaak stellen van vragen. Uiteraard is wederkerigheid ook belangrijk (mensen uit je netwerk helpen met vragen).
    Ik vond het erg sterk hoe de sprekers de principes van netwerken tastbaar maakten.
  • Bij ROC Rivor is men een initiatief gestart waar docenten onder de 35 jaar elkaar regelmatig treffen, rond een zelf gekozen thema. De aanleiding was de vraag hoe je jonge medewerkers kunt boeien en binden? Tijdens de sessies worden die thema's met behulp van creatieve technieken uitgediept. Creatief denken, buiten gebaande kaders denken is belangrijk. Tijdens deze sessie hebben we dit aan den lijve uitgeprobeerd met de vraag hoe je jonge medewerkers kunt boeien en binden.
    Wat mij vooral aansprak was het benaderen van de specifieke groep, jonge docenten. Als je het hebt over sleutelfiguren binnen de organisatie, dan zijn dat vaak de oudere medewerkers die zich hebben geprofileerd op thema's. Terwijl jongere medewerkers natuurlijk ook goede ideeën hebben. Volgens mij komen zij binnen de meeste ROC's weinig 'aan het woord'.
  • Frans Bleumer van het Radius College, (onderdeel ROC West Brabant) is ingegaan op de Radius Academie: het eigen instituut dat zich bezighoudt met professionalisering van docenten. Het is een fysieke, geoutilleerde ruimte, waar 4 stafmedewerkers professionalisering verzorgen op gebied van curriculumontwikkeling, en training in onderwijsuitvoering. Een belangrijk element hierbij is ook leren in netwerken. Frans ging uitgebreid in op de visie op leren van het Radius College, en hoe dat is uitgewerkt richting didactiek. Professionalisering en onderwijsontwikkeling vloeien daarbij ineen. Dit autonome college investeert ongeveer 10% van het budget hier in. Vanuit de zaal werd terecht opgemerkt dat dit feitelijk Research & Development betreft.
    De presentatie van Frans Bleumer in Noordwijkerhout is overigens integraal terug te kijken.
  • De laatste sessie, die ik heb bijgewoond, was een MBO 2010 presentatie over stress in het klaslokaal. Liliane van Lier en Maarten Kleijne van SARV vertelden over de ROC-scans die zij hebben uitgevoerd, en de conclusies daaruit. SARV heeft met diverse groepen leerlingen gesproken over de invoering van competentiegericht leren. Zij concluderen onder meer dat 'stress' bij leerlingen vooral wordt veroorzaakt door gebrekkige communicatie. Verder concluderen zij dat leerlingen positief staan ten opzichte van competentiegericht leren, maar vaak één en ander hebben op te merken over de praktijk ervan. Ook gaven zij aan dat de voorkeur voor de manier van leren, afhankelijk is van het vakgebied. De leerlingen leren volgens hen met hoofd (kennis verwerven en kunnen toepassen), hart (vertrouwen ontwikkelen en er vertrouwd mee raken) en handen (er mee aan de slag gaan en ervaring op doen). Leerlingen handel leren het liefst via de volgorde 'hart, handen, hoofd', terwijl bijvoorbeeld leerlingen techniek leren via 'hoofd, handen, hart'. Zie ook het hoofdstuk 'Het zwarte gat dichten' uit de MBO 2010-publicatie Met het oog op talent (pdf).
    Ik vind de benadering van verschillende leervoorkeuren wel zinvol. Toch vond ik de sprekers wel erg sterk generaliseren. Ik vraag me af of er daadwerkelijk 'bewijs' is voor de koppeling 'leervoorkeuren - domein'.

Links Leon Simons, rechts Wilfred Rubens. Foto: cviweblog

Al met al een zinvolle dag. Ik vind het goed dat het Consortium voor Innovatie de tien beste presentatie van de managementconferentie nog eens in de vorm van een conferentie heeft aangeboden. Volgens mij bereiken ze hiermee in potentie ook een andere doelgroep ('gewone'docenten, in plaats van managers). Of dat daadwerkelijk zo is, zal de toekomst moeten uitwijzen. Want zo iets moet groeien.

Top 10 presentaties Managementconferentie Netwerken: bijdrage plateauplanning

Ik mocht gisteren met mijn CvB-lid Leon Simons de workshop herhalen, die wij hebben verzorgd tijdens de afgelopen managementconferentie van het Consortium voor Innovatie. De tien beste presentaties van dit congres werden gisteren namelijk nog eens aangeboden, en onze workshop hoorde daar schijnbaar bij.

Onze sessie ging (weer) over de plateauplanning: een aanpak die we gebruiken bij de invoering van competentiegericht leren, en voor de verantwoording hiervan.

Tijdens de sessie hebben we weer gevraagd naar opvattingen van de aanwezigen over de voordelen en beperkingen van deze aanpak. Wat opvalt in vergelijking met verleden keer, is vooral de overeenstemming over de voordelen.

Als voordelen noemden de aanwezigen:

  • Het is een integrale aanpak, die de samenhang benadrukt.
  • Het is een transparante aanpak.
  • De aanpak reduceert de complexiteit van de materie.
  • Je maakt de invoering van CGO concreet door het in 'hapklare'brokken te verdelen. Competentiegericht leren krijgt hierdoor 'handen en voeten'.
  • Het kan als een goed communicatiemiddel werken.
  • Het kan worden gebruikt als een instrument voor cultuurverandering.

Beperkingen werden ook genoemd:

  • Behalve dat het de complexiteit van de materie reduceert, is de aanpak ook arbeidsintensief en best complex.
  • Er kan gemakkelijk ruis in de communicatie ontstaan, doordat de planning aan de top van de organisatie plaats vindt, en een lange weg te gaan heeft naar de werkvloer.
  • De aanpak kan leiden tot verstarring.
  • De aanpak zegt niets over de interventies die je pleegt, en die zijn vooral bepalend voor het succes.

Wat verder opviel was dat de aanwezigen verdeeld waren over de vraag of je deze aanpak op alle niveaus in de organisatie kunt gebruiken. Daarnaast ging de discussie o.a. over de aannames die ten grondslag liggen aan bepaalde doelen in relatie tot de beoogde gevolgen. Aannames, die soms gebaseerd zijn op intuïtie (voortkomend uit ervaring).

Ik zal dit weekend wat uitgebreider reflecteren op dit congres. Je kunt wel al de 'aantekeningen' in CoveritLive bekijken (liever op een aparte pagina?):

Innoveren meer maakbaar maken, met winst voor het onderwijs

Mijn oud-directeur Jan Geurts stelt in Maakbaar innoveren in het beroepsonderwijs (Word-document) dat onderwijsinstellingen veel winst kunnen boeken als zij innoveren meer maakbaar maken. Jan baseert zich daarbij op een audit van innovatieprojecten binnen het onderwijs, en laat zich inspireren door zijn grote hobby 'voetbal'. Jan schrijft:

Sociale factoren zoals doel- en resultaatgerichtheid, inspirerend leiderschap en draagvlak op alle niveaus van de organisatie blijken doorslaggevend. Wat ook geldt is dat succes niet zozeer afhangt van spectaculaire vernieuwingssprongen, maar wel van jarenlang consequent en systematisch zoeken naar verbetering. (...) Wel is het managen ervan een apart vak.

In zijn artikel gaat hij in op verschillende typen innovatie, en op de aanpak van Het Platform Beroepsonderwijs (HPBO) om systematische zelfreflectie van onderwijs op innovatieprojecten te bevorderen. Hij schrijft:

De idee is dat zo niet alleen innoveren en presteren, maar ook het leren van onderwijsvernieuwingen nauwer met elkaar worden verbonden en dat dit een positieve invloed zal hebben op de innovatiekracht van scholen.

Volgens Jan Geurts is er bij innovatieprojecten vaak sprake van een grote kloof planning en uitvoering van onderwijsinnovatie. Vooral de 'zachte', 'sociale' kant van onderwijsinnovatie schiet tekort, en hij pleit er voor om dat te verbeteren. Jan constateert onder meer ook dat wat betreft resultaatgerichtheid' onderwijsinnovatieprojecten vaak het slechts scoren. Geurts pleit voor ondersteuning van de professionaliteit van innoveren. Hij hanteert daarbij een model waarbij 'leren innoveren'cruciaal is, en urgentie en eigenaarschap vóór visie en ambitie komen.

Wat mij hierbij opvalt, is dat Jan Geurts niet ingaat op de vraag welke betrokkenen geprofessionaliseerd moeten worden. Meestal wordt m.i. geïnvesteerd in professionalisering van projectleiders en -medewerkers, terwijl ook managers vanuit hun rol binnen projecten deskundigheidsbevordering zouden behoeven. Daarnaast stelt Jan Geurts geen vraagtekens bij de projectaanpak 'an sich'. Bij de start van een project zou de 'sense of urgency' expliciet gemaakt moeten worden, en zou er een duidelijke bereidheid moeten zijn om de projectresultaten na afloop binnen de organisatie in te bedden. Volgens mij gebeurt het te vaak dat een project wordt gestart, 'omwille van het project zelf' (en de extra gelden die er mee gemoeid zijn. Zouden niet betere resultaten worden geboekt door innovaties structureel te financieren (met oormerking en resultaatverantwoording)?

Jan hamert flink op het belang van resultaatgerichtheid, maar volgens mij verliest hij daarbij uit het oog dat bepaalde resultaten (denk aan reductie van schooluitval) ook beïnvloed worden door factoren, waar de onderwijsinstelling nauwelijks of geen grip op heeft. Hij stelt wel

Succesvol beroepsonderwijs hangt van te veel actoren en factoren af om toeval te kunnen uitsluiten.

Wat mij betreft had hij dat verder mogen uitwerken.

Tenslotte moest ik bij het lezen van Jan's artikel (een aanrader, trouwens) denken aan de opvattingen van Clayton Christensen cs over disruptive innovation. De typen innovatie , die Jan Geurts, onderscheidt, passen volgens mij niet binnen Christensen's opvattingen over 'ontwrichtende innovatie'. Dergelijke innovaties worden m.i. ook niet binnen het Nederlandse onderwijs bevorderd. Wellicht is dat ook een reden voor het vaak marginale effect van bestaande vernieuwingsprojecten binnen het onderwijs. Of zoals Nicolas Negroponte dan wel Sam Walton het ooit gezegd schijnt te hebben:

Incrementalism is innovation's worst enemy.We don't want continuous improvement,we want radical change.

Conferentie arbeidsmobiliteit en een leven lang leren

Vandaag heb ik deelgenomen aan de conferentie Mobiliteit gevraagd (m/v). Crisis als motor!, georganiseerd door de Provincie Limburg. Dit congres -gehouden in het prachtige Landgoed Kasteel Daelenbroeck in Herkenbosch- ging over arbeidsmobiliteit en een leven lang leren tijdens de huidige economische crisis. Ik wil een aantal opvallende waarnemingen met jullie delen.

  • Veel bedrijven zitten met het dilemma dat men nu eigenlijk werknemers wil ontslaan vanwege financiële redenen', terwijl men weet deze medewerkers over een paar jaar hard nodig te hebben.
  • Er is een duidelijke tweedeling tussen bedrijven die leren beschouwen als een kostenpost (en daar als eerste in gaan snijden), en bedrijven die leren beschouwen als investering (en daar niet op gaan beknibbelen). Veel kleine bedrijven zijn echter niet in staat om leren te beschouwen als investering.
  • Er is een groot verschil tussen kleine bedrijven en grote bedrijven, als het gaat om het belang dat men hecht aan talentmanagement en professionalisering. Kleine bedrijven zijn op een conferentie als deze zwaar ondervertegenwoordigd. Daar zit echter wel het gros van de werkgelegenheid.
  • Via leerwerkcontracten kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken over professionalisering.
  • Ik heb een presentatie bijgewoond van Luk Vervenne van Synergetics over een Employability Portfolio. Bekijk ter illustratie deze film. Bepaalde data uit verschillende applicaties van diverse domeinen moeten via een personal data exchange server uitgewisseld kunnen worden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse 'standaarden' (zoals de Europass en HR-XML). Meerdere organisaties beschikken over delen van relevante informatie over een individu. Hierbij zijn harmonisatie van semantieken (termen), trust & security erg belangrijk (wie beheert die persoonlijke data?). De vaak felle discussie ging vooral over de vraag
    1. of dit complexe proces van cross-domain specification neutral gegevensuitwisseling wel gaat werken (zelfs binnen eenzelfde branche is interoperabiliteit een 'issue', laat staan tussen branches),
    2. of het individu daarbij wel centraal staat (zelfs al heeft het individu controle over de eigen gegevens)
    3. en wie de data gaat beheren.
    Een lastige, technisch-organisatorische, materie. Ik krijg hierbij de associatie van de Toren van Babylon, waarbij de bouwers bij de start al een verschillende taal spreken.
  • Ik heb een boeiende sessie bijgewoond van de Hogeschool Zuyd over een Zuid-Limburgs initiatief met betrekking tot erkenning van elders verworven competenties. De sprekers maakten een onderscheid tussen erkenning van door (werk)ervaring verworven competenties, en erkenning van voor arbeidsmarkt/werkplek benodigde competenties. In het eerste geval worden werknemers beoordeeld, en ontvangen zij een certificaat van ROC of HBO-instelling. Daarbij kunnen zij desgewenst versneld deelnemen aan een reguliere opleiding. In het tweede geval wordt gekeken naar de match tussen reeds aanwezige competenties en (voor de toekomst) gewenste competenties.
    Tijdens deze sessie zijn we met name ingegaan op de procedure, en op enkele cases:
    1. Er wordt gebruik gemaakt van een interne assessor en externe assessor. Beide assessoren zijn niet betrokken geweest bij de intake en beoordeling van de kandidaat.
    2. Er wordt in principe geen gebruik gemaakt van bewijsmateriaal dat ouder is dan vijf jaar.
    3. Het e-portfolio is een cruciaal element in de procedure. Kandidaten binnen het MBO worden begeleid bij de samenstelling van hun e-portfolio. Binnen het HBO worden studenten minder intensief begeleid.
    4. Bij elk bewijsmateriaal moeten kandidaten een beschrijving inleveren volgens de STARR-methode. Assessoren worden er op getraind om door te vragen, zodat kandidaten die zichzelf beter voordoen dan ze zijn, door de mand vallen.
    5. Er worden ten aanzien van het bewijsmateriaal geen eisen gesteld ten aanzien van de kwantiteit. Subjectiviteit bij de beoordeling wordt gereduceerd door gebruik te maken van twee beoordelaars.
    6. Een assessor heeft vier assessments uitgevoerd waarna h/zij wordt gecertificeerd.
    7. Zowel werknemers als werkgevers kunnen weerstand hebben tegen een EVC-procedure. Werkgevers kunnen bang zijn te investeren in een EVC-procedure, omdat medewerkers het bedrijf anders gaan verlaten. Werknemers associëren EVC vaak als een eerste stap richting ontslag. Er bestaat in elk geval nog veel onduidelijkheid over EVC.
    Bij mijn ROC kun je overigens ook terecht voor een EVC-procedure.
  • 'Sociale innovatie' lijkt weer zo'n begrip te zijn waarvan menig werkgever zal zeggen: "Dat doen wij al". De invulling ervan is heel divers, zo bleek tijdens deze conferentie. Een werkgever die na teruglopende omzet onmiddellijk kort op leren en ontwikkelen, zegt 'sociaal innovatief' bezig te zijn. Maar ook een werkgever die medewerkers verplicht 'bij te blijven' op het vakgebied, en die ontwikkelingsgericht leren van medewerkers vergoedt, maar hen verplicht in eigen tijd te leren.
  • Anita van Gils van de Universiteit Maastricht brak een lans voor 'sociaal ondernemen'. Zij pleitte ervoor om -zeker in economisch moeilijkere en dus wat betreft productie rustigere tijden- te investeren in de sociale omgeving van je onderneming. Menigeen in de zaal deed er lacherig over. Loek Vandebroek, HR-director van Boston Scientific (met wereldwijd zo'n 25 duizend werknemers), viel haar echter bij. Hij vond het volstrekt normaal dat een bedrijf ook investeert in buurtcentra en lokale sportverenigingen.
  • De nadruk ten aanzien van een leven lang leren lag vooral tijdens de plenaire gedeeltes op formeel leren. Daar waar het ging over informeel leren, betrof het begeleiding/instructie op de werkplek. Leren in netwerken en beroepsgemeenschappen kreeg geen aandacht. Net zo min als e-learning in het algemeen (het e-portfolio uitgezonderd).
  • De meeste congressen, die ik bezoek, houden vandaag de dag rekening met Twitteraars en bloggers. In dit prachtige landgoed had ik in één gebouw helaas geen bereik van mijn 3G-netwerk. In een ander gebouw vond mijn iPhone vaak een Duitse provider. Draadloos internet was er ook niet. Maar de locatie maakte veel goed.

Fundamenten voor onderwijs in open source

Ik heb me de laatste tijd nogal eens kritisch geuit over de m.i. te sturende invloed van enkele grote ICT-leveranciers op het ICT-onderwijs. Ik ben dan ook te spreken over het initiatief van ECABO, het Free Knowledge Institute en de Mondriaan Onderwijsgroep om open source een fundamentele plek binnen het beroepsonderwijs te geven.

De initiatiefnemers signaleren een groeiende behoefte aan leveranciersonafhankelijke ICT. Tegelijkertijd constateer men dat "zowel onderwijs als certificering op dit gebied" nog minimaal ontwikkeld zijn. Het lesmateriaal wil men ook laten aansluiten op bestaande competentieprofielen en het certificeringsraamwerk.

Goed nieuws dat structureel aandacht komt voor open source in het MBO. Opvallend is wel dat Loket MBO-ICT en enkele ROC's onlangs stelden dat het onderwijs al voldoende aandacht besteed aan open source, als we WebWereld mogen geloven. De initiatiefnemers van Vrije Technologie Onderwijs stellen nu wat anders.

Instemmingsrecht invoering CGO. Maar hoe?

De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met een motie -mede ondersteund door 'mijn' partij, waarin de regering verzocht wordt een ministeriële regeling te maken waarin wordt opgenomen dat docententeams van mbo-opleidingen instemmingsrecht krijgen over de invoering van het competentiegericht onderwijs.

Ik vraag me eerlijk gezegd langzamerhand af of onze geachte volksvertegenwoordigers wel weten waar ze mee bezig zijn. Laat ik dat illustreren aan de hand van een aantal voorbeelden.

  • Binnen mijn regionaal opleidingencentrum heb je meerdere niveaus. Het ROC als geheel, sectoren, afdelingen, locaties en kernteams. Op welk niveau wordt instemmingsrecht gevraagd?
  • Stel we gaan uit van kernteams. Een opleiding wordt verzorgd door meerdere kernteams. Het vormgeven van competentiegericht leren verloopt echter niet op een uniforme manier. Wat doe je als team A niet instemt en team B wel? Krijgen de leerlingen van beide teams dan ander onderwijs? En waar verschilt dat onderwijs dan in?
  • Welke vraag stellen we teams? Stemt u in met competentiegericht leren? Competentiegericht leren heeft te maken met een grotere praktijkgerichtheid, integratie van kennis/vaardigheden/houdingen, meer rekening houden met datgene wat iemand al kent en kan, andere kwalificatiedossiers, een andere manier van beoordelen, enzovoorts.  Waar stemt men mee in (of niet)?
  • Wat zijn de gevolgen als een team niet instemt met competentiegericht onderwijs? Vallen we dan terug op de oude kwalificatiedossiers? En was men daar zo blij mee? Want je kunt m.i. niet alleen de 'oude' manier van lesgeven handhaven, maar met nieuwe leerdoelen werken. Wes Holleman geeft ook aan dat opleidingsdoelen niet door docenten vastgesteld kunnen worden. Voor een groot deel gaat competentiegericht leren daar wel over (kwalificatiedossiers).

Al met al vraag ik me af of de Tweede Kamer zich voldoende rekenschap heeft gegeven over de uitvoerbaarheid van de motie. En volgens mij is dat ook de rol van kamerleden. Het was m.i. beter geweest als de kamer zich sterk had gemaakt voor meer innovatiemiddelen, om de verdere vormgeving van kwalitatief goed competentiegericht leren mogelijk te maken.

Eerste vergadering programmacommissie congres ICT en onderwijsvernieuwing

Het laatste congres van het Consortium voor Innovatie is amper achter de rug, of de voorbereidingen de volgende conferentie zijn al weer van start gegaan. Over ongeveer een jaar vindt een nieuwe editie van het congres 'onderwijsvernieuwing en ICT' plaats. Net als ruim een jaar geleden, ben ik weer lid van de programmacommissie (dit keer ook voorzitter).

Vanmiddag is de programmacommissie voor het eerst bij elkaar gekomen. Bijzonder is dat deze commissie dit keer niet alleen bestaat uit medewerkers van ROC's en AOC's, maar dat ook twee leerlingen van het Regiocollege in deze commissie zitten (welkom Thom en Floor). We willen meer vanuit het perspectief van jongeren kijken naar het programma (dat met name voor managers, stafmedewerkers, etc is bedoeld).  Een behoorlijke uitdaging, lijkt me.

Deze middag hebben we gekeken naar de werkzaamheden van de programmacommissie, naar het thema van de conferentie, het selectieproces en de programmalijnen (en onderwerpen daarbij). In onderstaand filmpje (duur ongeveer 1,5 minuut) zie je de programmacommissie voornamelijk brainstormend in actie.

Er zal nu een call for proposals worden opgesteld. Op basis hiervan kunnen voorstellen voor sessies worden ingediend. Die voorstellen worden online beoordeeld door de programmacommissie, en bediscussieerd. Op basis hiervan worden voorstellen door de programmacommissie geselecteerd. Een leuke klus met enkele behoorlijke pieken wat betreft werklast.

Reactie staatssecretaris kamervragen ICT-opleidingen en monopolievorming

Staatssecretaris Frank van Heemskerk heeft deze week geantwoord op kamervragen die de fractie van GroenLinks heeft gesteld naar aanleiding van een kritische blogpost van mij. Op maart j.l. waarschuwde ik voor een te grote invloed van enkele grote ICT-bedrijven op de inhoud van de ICT-opleidingen binnen het middelbaar beroepsonderwijs. GroenLinks heeft in de kamervragen de nadruk gelegd op de relatie met open source software.

Van Heemskerk legt in de antwoorden ook het accent op open source software, en lijkt geen probleem te zien. Wel stelt hij:

Inderdaad schuiven bij het invoeren van certificaten en bij het bepalen van profielen voor het mbo voornamelijk leveranciers van voornamelijk gesloten software aan. Echter Loket MBO-ICT is al begonnen om ook certificeringen van open software op te nemen.

Hij noemt daarbij de onderhandelingen met Novell met betrekking Linux.

Een paar opmerkingen hierbij:

  • Ik ben op zich voorstander van open source software, maar ga hier wel pragmatisch mee om. Waar het mij echter vooral om gaat: moeten reguliere ICT-opleidingen gericht zijn op het behalen van specifieke certificaten? Moeten opleidingen niet veel meer leveranciersonafhankelijk worden ingericht?
    Ik vind nog steeds dat enkele grote bedrijven een te sturende invloed hebben op ICT-opleidingen. Dat Loket MBO-ICT nu ook praat met Novell doet daar niets aan af.
    Ik vrees overigens dat het kostenplaatje hierbij voor onderwijsinstellingen een cruciale rol speelt. Alleen grote leveranciers zijn in staat software, hardware en dergelijke voor een spotprijs (of zelfs gratis) aan te bieden.
  • Ik geloof best dat opleidingen aandacht besteden aan open source software. Toch vraag ik me af of OSS daadwerkelijk binnen het curriculum is ingebed, of aan de orde komt via losse workshops (en afhankelijk van de docent). Ik vind het bijvoorbeeld tekenend dat de term 'open source' in het kwalificatiedossier van de applicatieontwikkelaar niet voorkomt. Het lijkt me juist essentieel dat een applicatieontwikkelaar ook in aanraking komt met het concept 'open source'.

Kortom: ik ben hier niet tevreden mee, en ik hoop op een vervolgactie.

Investeer in onderwijs. Juist nu!

Ik ben zeer terughoudend om op mijn blog 'reclame' te maken voor politieke campagnes, zelfs als het mijn eigen 'kleur' betreft. Maar voor deze maak ik graag een uitzondering:

GroenLinks is bang dat het crisispakket van de regering Balkenende zal leiden tot bezuinigingen in het onderwijs. Daarom is zij een handtekeningenactie gestart waarmee GroenLinks het kabinet oproept om juist nu te investeren in het onderwijs. Een oproep die ik alleen maar kan ondersteunen.

GroenLinks staat overigens niet alleen in haar vrees dat de kredietcrisis ten koste zal gaan van eerdere plannen om het lerarenberoep aantrekkelijker te maken, en de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. De brancheorganisaties in het onderwijs hebben gisteren hierover al een brandbrief naar de Tweede Kamer gestuurd.