Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Over e-portfolio's en leerdagboeken

Mijn presentatie over over de invoering van het e-portfolio tijdens de derde en laatste workshopronde van het congres Social skills durch social software verliep goed. Ik had betrekkelijk weinig problemen met de Duitse taal (al realiseer je je wel wat voor een jargon je gebruikt). Ik kreeg veel vragen over hoe het portfolio wordt gebruikt en wat aan verandermanagement is gedaan. Men waardeerde het zeer dat ik Duits sprak en men vond het ook goed om ervaringen te horen uit een land dat al langer ervaring heeft met het werken met een e-portfolio. In Oostenrijk en Duitsland lijkt het e-portfolio ook aan populariteit te winnen (de Learntec in Karsruhe krijgt een eigen portfolio track), maar grootschalige ervaringen zijn er nog betrekkelijk weinig.

De tweede spreker was afkomstig van een bedrijf (Factline Webservices) en liet een e-portfolio omgeving zien. Zag er wel aardig uit. De omgeving had o.a. een tool waarmee je kon zien wat recent veranderd was aan het e-portfolio. Verder signaleerde hij wat voor mij bekende vragen rond privacy en wie bewaart de e-portfolio's op langere termijn (en hoe). Duitsers noemen dat "langfristige Verfügbarkeit". Wat hebben ze toch vaak prachtige woorden.

De derde spreekster deed verslag van een onderzoek waarin ze hadden gekeken wanneer je het beste een online forum, een wiki of een weblog kunt inzetten in het onderwijs. Zij constateerden bijvoorbeeld dat om een groepsresultaat te bereiken, een sterk gestructureerde taak nodig en is een wiki minder geschikt. Voor discussies blijkt een weblog en forum effectievere media te zijn dan een wiki. Wiki's zijn erg geschikt om bijvoorbeeld samen een leerboek te schrijven. De spreekster liet het voorbeeld zien van "Gestalten und evaluieren van elearning Szenarien", dat binnen het onderwijs is ontwikkeld. Men heeft daarbij veel aandacht geschonken aan correct citeren.

Forumwikiblog

Zij gaf ook andere voorbeelden van toepassingen van social software in het universitaire onderwijs:

  • Weblog om informatie over een vak te geven.
  • Del.icio.us als onderzoekstool (gezamenlijk bronnen verzamelen).
  • Weblog voor "Kritikgruppen": de ene groep studenten gebruikt een weblog om feedback te geven op het werk van een andere groep studenten.
  • Een wiki voor projectwerk.
  • Een weblog als "leerdagboek". Hiervoor gebruiken ze ook ELGG, zie bijvoorbeeld http://elearn.jku.at/elgg/tjadin

De spreekster benadrukte het belang om studenten goed voor te bereiden op het gebruik van de tools, en vooral op het belang om het concept achter de tools te verhelderen.

Over de web 1.0 generatie en zelforganisatie als succesfactor

Sebastian Fiedler liet tijdens de tweede workshopronde van het congres Social skills durch social software een voorbeeld zijn van een projectomgeving die gebaseerd is op web 2.0 principes. Deze omgeving, iCamp is ontwikkeld door het bedrijf Permalink en wordt binnen een Europees project gebruikt. Alle deelnemers kunnen bijvoorbeeld zien wie wanneer voor het laatst in de omgeving is geweest (sociale druk?). Centraal in de omgeving zijn de weblogs van de individuele projectdeelnemers. Zij posten hun bijdrage (eventueel met bijlage), die chronologisch wordt geplaatst. Het platform is niet voorgestructureerd (via categorieën). Gebruikers hangen zelf trefwoorden (tags) aan een bericht. Als bijvoorbeeld een deelnemer een bericht wil schrijven over een bijeenkomst in het kader van workpackage 1, dan kan h/zij de tags "WP1" en "Meeting" gebruiken. Als een deelnemer een tag begint te schrijven, dan worden al enkele suggesties gedaan. De deelnemer typt bijvoorbeeld de "M" in en de reeds gebruikte tags "Meeting" en "Meetings" verschijnen, omdat die eerder zijn gebruikt. Deelnemers kunnen dus verschillende tags gebruiken, terwijl ze dezelfde categorie bedoelen. Je kunt berichten vervolgens dus ook op tag terug zoeken. Per tag is een RSS-feed beschikbaar zodat je snel kunt zien wat er veranderd is.

Ik vind een dergelijke opzet plezierig, maar tijdens de discussie werd duidelijk dat niet iedereen een dergelijke manier van werken handig vindt. Ik ken bijvoorbeeld mensen die er moeite mee hebben als een projectomgeving niet is voorgestructureerd (bijvoorbeeld via categorieën). Deze mensen -noem hen de web 1.0 generatie- vindt verschillende tags (meeting, meetings) voor dezelfde categorie verwarrend, en RSS complex. E-mail is voor deze generatie dé online communicatietool, terwijl mensen als Fiedler (en ik!) e-mail eigenlijk alleen voor 1-op-1 a synchrone communicatie willen gebruiken. Ook kwam tijdens de discussie naar voren dat mensen het erg onhandig vinden om meerdere platforms te moeten gebruiken, omdat zij in meerdere projecten werken. Maar daarom heb je inderdaad RSS! Je RSS feedreader zou dan je centrale toegang tot alle projectomgevingen moeten zijn. En er zijn ook desktop tools die het mogelijk maken om in verschillende bloggeoriënteerde omgevingen te posten. Dat is overigens niet mogelijk als het gaat om commentaar geven. Bovendien ondersteunen lang niet alle projectomgevingen deze optie.

Martin Röll koos in het tweede deel van deze workshopronde voor een andere aanpak, het "knowledge café". De achterliggende gedachte van deze werkvorm is dat het meest leerzame aan congressen vaak de informele gesprekken zijn. Volgens Röll moet er tijdens congressen meer ruimte zijn voor goede gesprekken. In groepjes van vijf personen gingen we daarom gedurende 20 minuten (dat was kort) praten over ervaringen met online communities en social software (kleven er ook nadelen aan?). Vervolgens kwamen de high lights plenair terug. Een leuke afwisselende werkvorm. Makkelijk scoren voor Martin op een congres waar voor de rest presentaties werden gegeven (maar wel vaak met discussie).

Ik zat in een groepje met -zo bleek- een voormalig projectpartner van een collega van me ("Ben jij dan een collega van...?" Inderdaad).

Knowledgecafe

Foto: Martin Röll

Het leuke was dat ons groepje een middelbare school student in ons midden hadden die het initiatief had genomen om voor communicatie binnen de klas een groepsblog te gebruiken. Dat bleek erg goed te werken. Deze student had de kosten voor eigen rekening genomen (serverruimte etc). Hij werd nu gevraagd door zijn schooldirectie om dit medium binnen de school breder te implementeren. Op basis van ons gesprek kom ik tot de volgende drie succesfactoren van dit initiatief:

  • Het was zelfgeorganiseerd.
  • Het sloot aan op een werkelijke behoefte van de jongeren.
  • De blog was eigendom van de studenten, niet van de onderwijsinstelling (ownership).
  • Hoge mate van intrinsieke motivatie.

Weer een prima sessie, dus!
Martin heeft een foto en video impressie in zijn blog opgenomen. Je ziet mij in aktie!

Over "wired fences" en "Wissen Bloggers"

Tijdens de eerste workshopronde van het congres Social skills durch social software leverde Graham Attwell als vanouds kritiek op de manier waarop wij het leren organiseren: "Learning has become commodified", zo stelde hij, kennis dreigt geprivatiseerd te worden en een leven lang leren wordt wel heel beperkt geïnterpreteerd.

Mede hierdoor, aldus Attwell, zijn leertechnologieën zo armoedig (en zeker niet neutraal). Veel van die technologieën zijn gericht op beheersing. Denk aan de term leermanagementsysteem, dat door Attwell getypeerd werd als een "wired fence" om onze onderwijsinstellingen.

Volgens hem is er sprake van een conflict tussen dominante "teaching ideologies" en de wijze waarop we leertechnologieën gebruiken. Social software kan leiden tot een andere aanpak. E-portfolio's zouden bijvoorbeeld ingezet kunnen worden voor samenwerkend leren, en onderdeel moeten zijn van een persoonlijke leeromgeving (en voor informeel leren). Maar eigenlijk, zo gaf Graham tijdens de discussie toe, is een curriculumverandering nodig.
Attwell levert stevige systeemkritiek op het onderwijs (zijn bijdrage staat online). Hij zet je aan het denken, maar ik vrees dat een doorsnee docent hier niet veel mee kan.

De tweede spreker presenteerde resultaten van een onderzoek naar het gebruik van weblogs. Iets meer dan 33% van de respondenten blogde om kennis met anderen te delen. Deze groep worden "Wissen Bloggers" genoemd. Deze groep -waartoe de meeste Edubloggers behoren- onderscheidt zich op een aantal kenmerken van andere bloggers. Men is naar verhouding vaker mannelijk, hoog opgeleid en zit meer dan 25 uur per week op Internet. Wat betreft ICT acceptatie behoort men tot de "early adopters" en is men ook meer thematisch georiënteerd. Zij hechten verder minder aan anonimiteit en lezen naar verhouding meer weblogs van anderen. Verder gebruiken "Wissen Bloggers" relatief vaak RSS. Zij verwachten van weblogs dat deze RSS en trackback hebben, dat men op trefwoorden kan zoeken en dat men in een weblog informatie vindt die men niet elders kan vinden. Via http://www.fonk-bamberg.de schijnt meer informatie over dit onderzoek te vinden te zijn.

Web20

Van de derde bijdrage heb ik alleen een URL onthouden: http://www.mindtheplanet.net en het feit dat enkele mensen zich erg druk maakten om datgene wat werd gepresenteerd.

E-learning en "the long tail"

Het congres Social skills durch social software was redelijk traditioneel opgezet, vandaar dat Lee Bryant van Headshift een derde key note mocht houden. Maar ook deze was weer de moeite waard. Bryant ging eerst in op social software. Had niet gehoeven, maar hij deed het wel op een heldere manier.

Leebryant

Bryant durfde zelfs te stellen dat veel van de inspanningen op het gebied van e-learning uit de jaren negentig eigenlijk verspilde moeite waren (the lost world of e-learning dinosaurs). E-learning was te gestructureerd, te zeer top-down en te "prescriptive". Volgens hem is het belangrijker om in te spelen op het feit dat jongeren veel spontaan leren, en niet altijd structuur nodig hebben. Wat wel belangrijk is, is dat e-learning geresocialiseerd wordt (gekoppeld aan sociale contexten). Verder is het belangrijk om leren te personaliseren, en juist op dergelijke aspecten kan social software inspelen.

Bryant ging ook in op "the long tail": het fenomeen dat een beperkt aantal weblogs zeer veel bezoekers hebben. De meeste weblogs, daarentegen, trekken een beperkt aantal bezoekers. Maar samen overtreffen zij het totale bezoek aan de meest populaire weblogs. En juist dáár vinden de meest interessante interacties plaats (neem de Edubloggers). Hierdoor is er ook ruimte voor diversiteit (ander voorbeeld: dankzij Amazon kun je nu boeken aanschaffen, waarvoor vroeger geen markt was).

Lee Bryant had verder nog aardige typeringen. Hij omschreef weblogs als "sense making networks", en hij benadrukte de waarde van wiki's voor co-productie. Hij stelde dat "different tools support different interaction nodes and depths of involvement". Bryant pleitte er voor om binnen organisaties experimenten met social software aan te moedigen. ICT-ers kunnen hier bij belemmerend werken en experimenten tegenhouden. Hij omschreef hen daarom als "priests in organisations". Een leuke metafoor, maar wat mij betreft ook een duidelijke overdrijving.

E-portfolio's: focus on improvement not on judgement

Helen Barret mocht de tweede key note houden van het congres Social skills durch social software. Toen zij dinsdagavond van Graham en mij hoorde dat veel deelnemers ook het e-portfolio congres in Cambridge hadden bezocht, verzuchtte zij: "Oh, my God". Zij had nu namelijk weer hetzelfde verhaal. En toch was dat niet erg. Barret heeft een prettige stijl van praten, en geeft op een helder manier aan waar het bij een e-Portfolio om zou moeten gaan. Om digital storytelling, "focus on improvement not on judgement", om kennisconstructie, om reflectie als hart van een "learning portfolio". En door gebruik te maken van technologieën als podcasting en streaming video hoeft een e-portfolio niet alleen tekstgebaseerd te zijn. Barret pleitte er voor om lerenden 2-4 minuten durende "digital stories" op te laten nemen, die gebaseerd zijn op een uitgeschreven script (het schrijven helpt gedachten opnieuw te structureren). Een stem impliceert immers authenticiteit, en maakt een e-portfolio echt persoonlijk. "It gives the reflections a uniqueness", aldus Barret.

Helenbarret

Helen Barret ging ook in op de relevantie van "pocket technology" voor e-portfolio's (de lerende kan het e-portfolio permanent bij zich dragen op PDA's, flash drives of iPods). Haar presentatie staat op haar website.

E-learning: van monoloog naar dialoog

John Erpenbeck mocht de eerste key note houden van het congres Social skills durch social software. Erpenbeck legde de relatie tussen competentieontwikkeling en social software. Hij ging eerst in op het begrip 'competentie'.

Competentie

Normaal gesproken word ik daar een beetje moe van; hoe vaak heb je dat niet gehoord. Maar Erpenbeck -die een Duits standaardwerk over competentieontwikkeling heeft geschreven- wist me zeker te boeien. Hij gaf aan dat iemand gekwalificeerd kan zijn, maar niet competent. Je bent competent als je bepaalde waarden, regels en normen hebt geïnternaliseerd. Dat komt vooral tot uiting in kritische beroepssituaties. In complexe, open, betekenisvolle situaties waarin een professional moet handelen en moet laten zien dat h/zij zich bepaalde waarden etc eigen heeft gemaakt. En dat op een intuitieve manier. Aan een lopende band komen dergelijke situaties amper voor. Maar steeds vaker hebben werknemers met dergelijke situaties te maken (ik moest onmiddellijk aan het werk van Jeroen Onstenk denken). Erpenbeck introduceerde hierbij het begrip "Wertlernen" (te vertalen door waardevol leren?). Je probeert in problematische situaties al doende, waardevol te handelen. Vervolgens reflecteer je daar op en internaliseer je de betreffende waarde. Volgens John Erpenbeck zou dat de kern van competentieontwikkeling moeten zijn.

Vervolgens legde hij de link met e-learning. Hij stelde dat traditionele vormen van e-learning uitgingen van een monoloog, waarbij een duidelijk onderscheid was tussen expert en lerende. Er was hierbij met name sprake van interactie tussen lerende en de computer, waarbij lerenden niet konden "Wertlernen". Daarna kwam blended learning, waarbij kritische beroepssituaties (al dan niet gesimuleerd) in face-to-face leersituaties geïncorporeerd werden (blend-o-loog). Volgens Erpenbeck kan social software er toe bijdragen dat sprake is van een dialoog. En dat lerenden via social software meningen en waarden kunnen ontwikkelen, zodat daadwerkelijk sprake zal zijn van competentieontwikkeling. Zelforganisatie is hierbij een kernbegrip en volgens Erpenbeck bevordert social software zelforganisatie. Ook gaat het hierbij er om "konfliktäre Kommunikationsformen" bij te gebruiken, die juist tot de ontwikkeling van competenties leiden. Graham Attwell en ik hebben in de pauze nog met Erpenbeck gesproken.  Dit gesprek komt op Bazaar.org te staan (waarschijnlijk na dit weekend). Volgens mij zeker de moeite van het beluisteren waard.

Social skills durch social software: een aanrader!

Gisteren heb ik het congres Social skills durch social software in Salzburg bezocht. En ik moet zeggen: zelden zo'n inhoudelijk goed congres bezocht! Drie prima key notes, goede workshops (veel discussie!), redelijk kleinschalig, interessante mensen (voornamelijk uit Oostenrijk en Duitsland). Bovendien zie je steeds meer een combinatie tussen een face-to-face congres en online activiteiten, die het congres versterken.

Om met het laatste te beginnen: het is natuurlijk al vrij gebruikelijk dat bloggers ter plekke of na afloop een impressie schrijven. Zoals dit keer Martin Röll en ikzelf (update 27 mei 2006: lees ook de bijdragen van Graham Attwell hier en hier). Ook kende deze conferentie een eigen wiki. Bijzonder interessant is dat Graham Attwell korte interviews afnam met deelnemers (tussen de sessies door) om hier podcasts van te maken. Volgens Graham -en daar heeft hij gelijk in- zijn de gesprekken aan de lunch, bij de koffie, borrel en het diner vaak erg de moeite waard. Bovendien wil hij niet alleen bekende 'talking heads'aan het woord laten, maar ook minder bekende deelnemers die wel wat te melden hebben. En vaak ontstaat zo iets ook spontaan. Na afloop van de key notes waren Graham en ik vooral erg enthousiast over de eerste spreker. Ik suggereerde Graham dat hij hem moest interviewen, waarop Graham voorstelde om het interview samen te doen. Aldus geschiedde. Het interview staat waarschijnlijk na dit weekend online op Bazaar.org. Dat is trouwens een platform waar groepen gratis werkruimtes kunnen gebruiken, die gebaseerd zijn op social software (maar dit terzijde).

Grahamjohn

Graham Attwell (links) en John Erpenbeck, de eerste key note spreker.

Terug naar het congres zelf. De sessie begon met wat officiële plichtplegingen. Overheden, die sponsoren, moeten natuurlijk altijd even aan het woord komen. Maar dit keer kreeg je wel wat meer zicht op de stand van zaken rond e-learning in Oostenrijk. Er schijnen in Oostenrijk ongeveer 35 bedrijven (groot en klein) te zijn die zich met e-learning bezig houden. Verder lijkt e-learning vooral nog in de pilotfase te verkeren (er werd melding gemaakt van veel proefprojecten). Eén spreker positioneerde Oostenrijk in de middengroep, in vergelijking met andere landen. Hij klaagde dat Oostenrijkse bedrijven in het algemeen weinig investeren in opleiden en leren. Er is dus nog één en ander te verbeteren. Een netwerk genaamd e-learning pro Austria, probeert dat te bevorderen.

Stvirgil

De enige tekortkoming aan het congres was de beschikbare Internetverbinding. Ik probeer altijd voor het congres, na afloop en tijdens pauzes (en bij saaie bijdragen) mijn mail bij te houden en te bloggen. Daar was hier weinig gelegenheid voor. Je had een redelijk goede Internetverbinding in zalen, maar daar had je betrekkelijk weinig gelegenheid om te mailen en te bloggen: als een presentatie boeiend is, maak ik liever aantekeningen om deze later uit te werken. Ik houd van uitgebreide verslagen en ben niet in staat deze "on the fly" te schrijven. Dus een betere draadloze Internetverbinding altijd en overal is zeer gewenst.

In mijn volgende berichten ga ik uitgebreider in op de inhoud van de bijdragen.

On the road

Gisteravond rond 18.15 uur in Salzburg aangekomen. De hele dag in de trein gezeten, en flink door kunnen werken. In de trein van Arnhem naar Frankfurt had ik de beschikking over netstroom en heb ik een projectplan bij kunnen stellen en een gespreksverslag uit kunnen werken. Verder heb ik wat mails voor kunnen bereiden.

In Frankfurt moest ik bijna anderhalf uur wachten. Ze hadden er echter een luxueuze wachtruimte voor de eerste klas.....

Ik heb daar in aangename leren stoelen rustig verder kunnen werken, onder het genot van een gratis kopje cappuchino. Alleen het Internet koste 8 euro per uur. Dat weiger ik inmiddels te betalen (en dat zouden meer mensen moeten doen, want je betaalt ook niet apart voor stroom).

In de trein van Frankfurt naar Salzburg heb ik voornamelijk projectplannen zitten doornemen. Ik maak namelijk deel uit van een beoordelingscommissie van een portfolio tender van Kennisnet. De volgende week vergaderen we maar liefst twee dagen over de ingediende voorstellen.

Wat me opvalt is de vriendelijkheid waarmee de Duitse spoorwegen je behandelen. Alleen al de omroepberichten: in twee talen vertellen ze je waar de aansluitende trein te wachten staan en bovendien wensen ze je een prettige dag, terwijl ze dat ook nog lijken te menen.

Ik begin Duitsers steeds meer te waarderen, al zal dat over enkele weken wel weer anders zijn....

Met ruim vijf minuten vertraging kwam ik in Salzburg aan. Rond 18.45 was ik in het congrescentrum dat een flink eind buiten de stad ligt (jammer). Met veel pijn en moeite kon ik nog wat van het buffet gebruiken want rond 19 uur sluit de keuken. Tja. Een tegenvaller is ook dat hier amper Internet is, terwijl de doelgroep van dit congres dat eigenlijk als vanzelfsprekend beschouwd.

Virgil2

Graham Attwell heeft me nog geïnterviewd over Edubloggers. Als de podcast klaar is, zal ik er over schrijven. Verder heb ik boeiende gesprekken over social software gevoerd.

Vandaag begint het congres. Met op het eerste oog een boeiend programma. Ik zal er verslag van doen, maar kan dankzij de beroerde Internetverbinding niet garanderen dat dat vandaag lukt.

Salzburg en e-portfolio's

Morgenvroeg vertrek ik voor een paar dagen naar Salzburg. Ik mag daar woensdagmiddag -auf Deutsch- een presentatie geven over e-portfolio's in het hoger onderwijs. Het congres, waar ik mag presenteren, gaat overigens over "Mehr 'Social Skills' durch 'Social Software'?". Helen Barett (e-portfolio goeroe) houdt onder meer een key note. Als ik Internettoegang heb, doe ik verslag. Maar als het de komende dagen rustig is in deze weblog, zegt dat veel over de ICT-faciliteiten in de geboortestad van Mozart.