Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Portfolio-adviesgesprekken belangrijk voor zelfsturingsvaardigheden

Ik reis deze week veel met de trein, en kom dus weer eens aan mijn papieren leesvoer toe. Bijvoorbeeld aan het artikel "Portfolio-adviesgesprekken: samen zelfstandig" van Wendy Kicken uit Meso Magazine (april 2009; helaas niet online te vinden).

Kicken heeft onderzoek gedaan naar de inrichting van portfolio-adviesgesprekken. Zij concludeert dat het aanbieden van instrumenten en techieken alleen

"niet voldoende is om leerlingen te ondersteunen bij het gebruik van vaardigheden die zij niet eerder hebben ontwikkeld" (Kicken, 2009, 19).

Zij concludeert dat er positieve effecten zijn als sprake is van een dialoog tussen lerende en begeleider, in aanvulling op het gebruik van een e-portfolio. Pas dan verbeteren lerenden hun zelfsturingsvaardigheden, en ontwikkelen zij zich. Vooral in het eerste jaar zullen lerenden hierbij actief ondersteund moeten worden.

De belangrijkste meerwaarde van Kicken's bijdrage is dat zij datgene wat al langer wordt beweerd (maar lang niet altijd wordt gepraktiseerd) onderbouwt met -weliswaar beperkt- onderzoek. Smaakt naar meer.

Weblog + wiki = e-portfolio

Als het gaat om e-portfolio's, dan heb ik wel eens het idee dat dat we te veel energie steken in de applicatie, en te weinig in de didactische toepassing ervan. Met name onderwijsgevenden en onderwijskundigen hebben er wel eens een handje van om eisen te stellen aan functionaliteiten van een e-portfolio, die niets met een e-portfolio te maken hebben (maar eerder met een elektronische leeromgeving).

Dat het ook anders kan laat de Bliki-portfolio zien. Een Bliki is een samentrekking van blog en wiki. Beide web 2.0-toepassingen vormen het portfoliosysteem. Gerben Mesman en Arne Horst (werkzaam bij de Hogeschool InHolland) zijn de bedenkers van de Bliki-portfolio.

De twee pijlers van Bliki in competentiegericht onderwijs bestaan uit de Blogfolio en de Competentiewiki's. (...). In de Blog vindt beschrijving en ondersteuning van het proces plaats (zowel supervisie als intervisie), in de Competentiewiki's worden de verworven competenties ingevuld.

Zij hebben een bliki-portfolio binnen Sharepoint vormgegeven, maar volgens mij kun je daarvoor ook andere blog- en wiki-tools voor gebruiken.

De blog wordt dus gebruikt voor de procesbeschrijving en reflectie. Bij reflectie op persoonlijk functioneren is m.i. een besloten blog aan te bevelen. De wiki wordt gebruikt als competentiematrix, waarbinnen producten kunnen worden geupload. Zowel blog als wiki hebben de mogelijkheid om te reageren.

Volgens mij heb je inderdaad qua technologie niet veel meer nodig. De didactische inbedding is veel spannender. 

Conferentie arbeidsmobiliteit en een leven lang leren

Vandaag heb ik deelgenomen aan de conferentie Mobiliteit gevraagd (m/v). Crisis als motor!, georganiseerd door de Provincie Limburg. Dit congres -gehouden in het prachtige Landgoed Kasteel Daelenbroeck in Herkenbosch- ging over arbeidsmobiliteit en een leven lang leren tijdens de huidige economische crisis. Ik wil een aantal opvallende waarnemingen met jullie delen.

  • Veel bedrijven zitten met het dilemma dat men nu eigenlijk werknemers wil ontslaan vanwege financiële redenen', terwijl men weet deze medewerkers over een paar jaar hard nodig te hebben.
  • Er is een duidelijke tweedeling tussen bedrijven die leren beschouwen als een kostenpost (en daar als eerste in gaan snijden), en bedrijven die leren beschouwen als investering (en daar niet op gaan beknibbelen). Veel kleine bedrijven zijn echter niet in staat om leren te beschouwen als investering.
  • Er is een groot verschil tussen kleine bedrijven en grote bedrijven, als het gaat om het belang dat men hecht aan talentmanagement en professionalisering. Kleine bedrijven zijn op een conferentie als deze zwaar ondervertegenwoordigd. Daar zit echter wel het gros van de werkgelegenheid.
  • Via leerwerkcontracten kunnen werkgevers en werknemers afspraken maken over professionalisering.
  • Ik heb een presentatie bijgewoond van Luk Vervenne van Synergetics over een Employability Portfolio. Bekijk ter illustratie deze film. Bepaalde data uit verschillende applicaties van diverse domeinen moeten via een personal data exchange server uitgewisseld kunnen worden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van diverse 'standaarden' (zoals de Europass en HR-XML). Meerdere organisaties beschikken over delen van relevante informatie over een individu. Hierbij zijn harmonisatie van semantieken (termen), trust & security erg belangrijk (wie beheert die persoonlijke data?). De vaak felle discussie ging vooral over de vraag
    1. of dit complexe proces van cross-domain specification neutral gegevensuitwisseling wel gaat werken (zelfs binnen eenzelfde branche is interoperabiliteit een 'issue', laat staan tussen branches),
    2. of het individu daarbij wel centraal staat (zelfs al heeft het individu controle over de eigen gegevens)
    3. en wie de data gaat beheren.
    Een lastige, technisch-organisatorische, materie. Ik krijg hierbij de associatie van de Toren van Babylon, waarbij de bouwers bij de start al een verschillende taal spreken.
  • Ik heb een boeiende sessie bijgewoond van de Hogeschool Zuyd over een Zuid-Limburgs initiatief met betrekking tot erkenning van elders verworven competenties. De sprekers maakten een onderscheid tussen erkenning van door (werk)ervaring verworven competenties, en erkenning van voor arbeidsmarkt/werkplek benodigde competenties. In het eerste geval worden werknemers beoordeeld, en ontvangen zij een certificaat van ROC of HBO-instelling. Daarbij kunnen zij desgewenst versneld deelnemen aan een reguliere opleiding. In het tweede geval wordt gekeken naar de match tussen reeds aanwezige competenties en (voor de toekomst) gewenste competenties.
    Tijdens deze sessie zijn we met name ingegaan op de procedure, en op enkele cases:
    1. Er wordt gebruik gemaakt van een interne assessor en externe assessor. Beide assessoren zijn niet betrokken geweest bij de intake en beoordeling van de kandidaat.
    2. Er wordt in principe geen gebruik gemaakt van bewijsmateriaal dat ouder is dan vijf jaar.
    3. Het e-portfolio is een cruciaal element in de procedure. Kandidaten binnen het MBO worden begeleid bij de samenstelling van hun e-portfolio. Binnen het HBO worden studenten minder intensief begeleid.
    4. Bij elk bewijsmateriaal moeten kandidaten een beschrijving inleveren volgens de STARR-methode. Assessoren worden er op getraind om door te vragen, zodat kandidaten die zichzelf beter voordoen dan ze zijn, door de mand vallen.
    5. Er worden ten aanzien van het bewijsmateriaal geen eisen gesteld ten aanzien van de kwantiteit. Subjectiviteit bij de beoordeling wordt gereduceerd door gebruik te maken van twee beoordelaars.
    6. Een assessor heeft vier assessments uitgevoerd waarna h/zij wordt gecertificeerd.
    7. Zowel werknemers als werkgevers kunnen weerstand hebben tegen een EVC-procedure. Werkgevers kunnen bang zijn te investeren in een EVC-procedure, omdat medewerkers het bedrijf anders gaan verlaten. Werknemers associëren EVC vaak als een eerste stap richting ontslag. Er bestaat in elk geval nog veel onduidelijkheid over EVC.
    Bij mijn ROC kun je overigens ook terecht voor een EVC-procedure.
  • 'Sociale innovatie' lijkt weer zo'n begrip te zijn waarvan menig werkgever zal zeggen: "Dat doen wij al". De invulling ervan is heel divers, zo bleek tijdens deze conferentie. Een werkgever die na teruglopende omzet onmiddellijk kort op leren en ontwikkelen, zegt 'sociaal innovatief' bezig te zijn. Maar ook een werkgever die medewerkers verplicht 'bij te blijven' op het vakgebied, en die ontwikkelingsgericht leren van medewerkers vergoedt, maar hen verplicht in eigen tijd te leren.
  • Anita van Gils van de Universiteit Maastricht brak een lans voor 'sociaal ondernemen'. Zij pleitte ervoor om -zeker in economisch moeilijkere en dus wat betreft productie rustigere tijden- te investeren in de sociale omgeving van je onderneming. Menigeen in de zaal deed er lacherig over. Loek Vandebroek, HR-director van Boston Scientific (met wereldwijd zo'n 25 duizend werknemers), viel haar echter bij. Hij vond het volstrekt normaal dat een bedrijf ook investeert in buurtcentra en lokale sportverenigingen.
  • De nadruk ten aanzien van een leven lang leren lag vooral tijdens de plenaire gedeeltes op formeel leren. Daar waar het ging over informeel leren, betrof het begeleiding/instructie op de werkplek. Leren in netwerken en beroepsgemeenschappen kreeg geen aandacht. Net zo min als e-learning in het algemeen (het e-portfolio uitgezonderd).
  • De meeste congressen, die ik bezoek, houden vandaag de dag rekening met Twitteraars en bloggers. In dit prachtige landgoed had ik in één gebouw helaas geen bereik van mijn 3G-netwerk. In een ander gebouw vond mijn iPhone vaak een Duitse provider. Draadloos internet was er ook niet. Maar de locatie maakte veel goed.

Kies op basis van intuïtie

Het dwaalspoor van de goede keuze is een prikkelend artikel over studieloopbaanbegeleiding. Binnen het onderwijs is en wordt veel geïnvesteerd in loopbaanbegeleiding, terwijl de tevredenheid hierover laag is en zelfs af lijkt te nemen. Ton Luken -binnenkort lector 'Career development' bij Fontys Hogescholen- denkt dat dit komt doordat het maken van keuzen ten aanzien van je leertraject beschouwd wordt als een rationeel proces. Hij zet zich af tegen begeleidingsmodellen waarin sterk de nadruk ligt op reflectie.

Te eenzijdig, vindt Luken. Er moet ook aandacht worden geschonken aan "waarnemen, voelen, willen en doen en de samenhang van dit alles in een cyclisch proces". Hij baseert zich hierbij op op hersenonderzoek. Verder bekritiseert hij de gehanteerde testen.

Ik moest hierbij denken aan het boek 'Intuïtie' van Malcolm Gladwell dat ik tijdens de kerstvakantie heb gelezen (zijn nieuwste boek 'Uitblinkers' ligt ook al in de boekhandel; met boeken loop ik hopeloos achter). Gladwell illustreert hierin dat snelle conclusies tot net zulke goede besluiten kunnen leiden dan de rationele benadering (zelfs tot betere besluiten). Selectieve informatiereductie is hierbij een belangrijke voorwaarde. Op de Engelstalige wikipedia-pagina van dit boek lees je onder meer:

In what Gladwell contends is an age of information overload, he finds that experts often make better decisions with snap judgments than they do with volumes of analysis.(...) The challenge is to identify and focus on only the most significant information. The other information could be just noise and can confuse the decision maker. Collecting more and more information, in most cases, just reinforces our judgment but does not help to make it more accurate

(Gladwell heeft het in zijn boek niet over RSS, maar het verband lijkt me helder). Zie ook een inleiding van Gladwell hierover.

Gladwell gaat niet in op studieloopbaanbegeleiding. De parallel is dat het bij Gladwell's voorbeelden (zoals de aanschaf van een duur museumstuk) en bij keuzebegeleiding gaat om zeer belangrijke beslissingen, en dat hij en Luken de rationele benadering bekritiseren.

Ik ben overigens benieuwd hoe Luken "waarnemen, voelen, willen en doen" in een cyclisch proces concretiseert. Ik ben uit de Paulo Freire-school waar reflectie onlosmakelijk verbonden is met leren. Tegelijkertijd onderken ik dat reflectie binnen het onderwijs vaak te abstract wordt vormgegeven, bijvoorbeeld bij het gebruik van het elektronisch portfolio bij de ontwikkeling van de lerende. Het komt m.i. te vaak voor dat de verkeerde -niet betekenisvolle- "reflectieve vragen" worden gesteld. Of dat reflectie gekunsteld aan de orde komt (je hoeft niet overal op te reflecteren).

Maar verder hecht ik nogal aan reflectie binnen leersituaties. Bijvoorbeeld door achteraf te analyseren op basis waarvan je een intuïtief besluit hebt genomen.

Taxonomie e-portfolio's

Als je academisch Duits goed is, en je bent geïnteresseerd in e-portfolio's, dan is het interview met hoogleraar Peter Baumgartner de moeite waard. Baumgartner ziet e-portfolio's als een belangrijk middel om in het kader van een leven lang leren grip te krijgen op competentieontwikkeling van lerenden. Het e-portfolio binnen onderwijsinstellingen vormt dan de start van de leerloopbaan.

Verder gaat Baumgartner in op een door hem ontwikkelde taxonomie om e-portfoliosoftware met elkaar te vergelijken. E-portfoliosoftware is vrij nieuw. Baumgartner heeft gekeken welke functionaliteiten e-portfolio's moeten hebben, en aan welke criteria deze functionaliteiten moeten voldoen. Op basis hiervan zijn vijf basistypen e-portfolio's ontwikkeld, waarvan hij er vier in het interview noemt:

  • Het beroepsportfolio (projectgericht).
  • Reflectieportfolio.
  • Ontwikkelingsportfolio.
  • Showcase portfolio

Het gebruik van e-portfolio's zou binnen het onderwijs moeten leiden tot andere manieren van beoordelen (o.a. 360 graden feedback).

Het interview maakt ook de meerwaarde van video voor conferenties duidelijk. Sprekers geven vooraf een samenvatting van hun presentatie. Deze toepassing zie je steeds vaker in de praktijk gebracht worden.

Via Martin Ebner.

Reflecties op reflecteren

Reflecteren wordt al decennia lang van belang geacht voor leren. Niall Sclater en Shailey Minocha van de Britse Open Universiteit hebben een nieuw model voor reflecteren ontwikkeld. Opvallend daarbij is het verschil in basale reflectie en verdiepende reflectie. Wat ik vreemd vind, is dat het formuleren van leerdoelen of verwachte leerresultaten niet in het model voorkomen. Daar waar bij de meeste reflectiemodellen onvoldoende rekening wordt gehouden met spontane gebeurtenissen die kunnen leiden tot reflectie, mis ik in dit model de geplande reflecties.

In zijn bijdrage Reflecting on reflection maakt Slater ook duidelijk dat reflecteren een complex proces is, en dat lerenden aan de hand van reflectieve vragen gestimuleerd kunnen worden om te reflecteren. Bij het gebruik van het elektronisch portfolio voor reflectiedoeleinden wordt dit wat mij betreft nogal eens vergeten.

Ook geeft Slater aan dat docenten het vaak erg lastig vinden om reflecties te beoordelen. Begrijpelijk, als je het mij vraagt. De meeste docenten zijn vakgericht. Bij reflecties moeten zij beoordelen of een lerende de stappen binnen de reflectiecirkel doorlopen heeft en of de argumentatie correspondeert met de verschillende stappen.

Bewijsmateriaal in een e-portfolio

Via het contactformulier op mijn site kreeg ik de vraag naar voorbeelden van opleidingen, die werken met elektronische portfolio's, en waarvan lerenden kwalitatief goed bewijsmateriaal in het e-portfolio plaatsen. Uit een pilot is gebleken dat de kwaliteit van het door lerenden geleverde bewijs te wensen overliet (een veel voorkomend probleem). De opleiding wil uit de praktijkvoorbeelden vooral criteria destilleren.

Een herkenbare, en niet eenvoudig te beantwoorden vraag. Want het bewijsmateriaal hangt af van de context en van de bekwaamheden/competenties die ontwikkeld moeten worden. Welk gedrag wens je bijvoorbeeld te zien van een leraar in opleiding? Welk gedrag verwacht je van een aankomd arts? En welk bewijsmateriaal toont dat gedrag aan, er van uitgaande dat je niet altijd de beschikking hebt over uitgebreide videofragmenten?

Volgens mij zijn een aantal criteria belangrijk:

  • Er is consensus onder beoordelaars over wat authentiek bewijsmateriaal is. Dus welk bewijsmateriaal zegt wat over de bekwaamheden. Zegt het bewijsmateriaal wat over degene die beoordeeld wordt?
  • Is het bewijsmateriaal relevant? Zegt het wat over de betreffende bekwaamheid? Vergadernotulen zeggen niets over voorzittersvaardigheden.
  • Is het materiaal nog actueel?
  • Er is sprake van gevarieerd bewijsmateriaal. Bijvoorbeeld foto's, evaluaties ingevuld door cliënten/patiënten/klanten, zelfevaluaties (bijvoorbeeld in de vorm van reflecties), feedbackformulieren van collega's en leidinggevenden.
  • Het bewijsmateriaal wordt over een langere periode verzameld.
  • Er is sprake van meerdere beoordelingsmomenten.

Aanvullingen?

De praktijk van het elektronisch portfolio

Het Britse Jisc heeft een publicatie uitgegeven over elektronische portfolio's. De gids bevat vooral enkele succesvolle cases. Het interessante hiervan is dat de cases zijn geordend vanuit verschillende perspectieven, zoals de organisatie of de lerende.

De samenstellers plaatsen het e-portfolio tegen de achtergrond van gepersonaliseerd leren en een leven lang leren. Zij spreken van e-portfolio based learning. Lerenden moeten zelf keuzes kunnen maken, wil een e-portfolio met succes worden gebruikt. Ook benadrukken de auteurs onder meer het belang van begeleiding bij de samenstelling van een e-portfolio.

Het paper is erg informatief, zowel voor beginners als voor degenen die veel van e-portfolio's weten. De samenstellers weten de informatie namelijk op een goede, bondige, manier op een rij te zetten.

Het portfolio gebruiken om reflectievaardigheden te stimuleren en beoordelen

Deze week verdedigde Erik Driessen zijn proefschrift "Educating the self-critical doctor. using a portfolio to stimulate and assess medical students' reflection". De laatste jaren wordt het (elektronisch) portfolio steeds vaker binnen medische opleidingen ingezet, om zogenaamde 'zachte vaardigheden' (zoals samenwerken, communiceren en reflecteren) te ontwikkelen en te beoordelen. Deze vaardigheden worden steeds belangrijker gevonden voor artsen. Eric wilde bewijsmateriaal leveren voor de mogelijkheden en onmogelijkheden van het portfolio als leermiddel voor reflectievaardigheden.

De samenvatting van het proefschrift op Surfspace biedt een goed zicht op het proefschrift van Erik Driessen, en op de complexiteit die het portfolio voor beoordelen met zich meebrengt. De informatie en bevindingen zijn m.i. zeker ook relevant voor andere onderwijssoorten. Een belangrijke conclusie is het portfolio, onder voorwaarden, een effectief instrument is om reflectievaardigheid te bevorderen en te beoordelen. Tot die voorwaarden behoren:

  • een goede begeleiding
  • de mogelijkheid om voldoende verschillende ervaringen op te doen om over te reflecteren
  • een heldere structurering van het portfolio
  • een goede beoordelingsprocedure

De samenvatting bevat ook enkele implicaties voor de onderwijspraktijk. Denk daarbij aan opname van het portfolio in het toetsprogramma, of het geven van duidelijke richtlijnen over wat er van lerenden wordt verwacht zonder dat sprake is van overdreven strakke voorschriften.

In mijn IVLOS-tijd heb ik Erik een verschillende keren ontmoet, en met hem gesproken over het gebruik van e-portfolio's. Ik heb hem leren kennen als een expert op het gebied van portfolio's en beoordelen (en je kunt met hem ook prima een pot bier drinken in Café Einstein te Berlijn). Zijn expertise blijkt natuurlijk ook uit de (samenvatting van) zijn proefschrift, waar waardevolle bevindingen in staan voor het hele onderwijs. Erik, gefeliciteerd!

Gratis online cursus over het gebruik van e-portfolio's

Via e-learning.nl ben ik op het spoor gekomen van een gratis online cursus 'Richtlijnen voor het gebruik van portfolio's in competentiegericht onderwijs' (Vrije Universiteit Brussel, met Creative Commons-licentie). Ik heb de cursus selectief bekeken.

Het valt me op dat de informatie over het portfolio competentiegericht leren (het waarom?) summier is, en specifiek is ingevuld. De samenstellers van de cursus schrijven bijvoorbeeld:

In een examen/toets meet de student zijn kennis, inzicht en vaardigheid. Deze zijn veelal cursusspecifiek.

In een portfolio meet de student meer generieke vaardigheden en attitudes.

De samenstellers zijn overduidelijk uit het hoger onderwijs afkomstig. Toch zie ik duidelijke parallelen met bijvoorbeeld het middelbaar beroepsonderwijs (bijvoorbeeld het belang van competentiematrixen). Wat me trouwens opvalt, is dat de gebruikte literatuur voornamelijk uit Nederland afkomstig is (terwijl de samenstellers uit Brussel afkomstig zijn).

Het '(t)elearning'-gehalte van de online cursus is trouwens gering. Je maakt een hele korte introductietoets. Met de resultaten wordt daarna niets gedaan. Vervolgens krijg je content te zien, die ook in een boek gepresenteerd had kunnen worden. Maar goed: het is -weer- een begin.