Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Hoe je een conferentie met ICT kunt versterken

Verleden week vond vond in de VS de zomerconferentie plaats van het New Media Consortium (één van de initiatiefnemers van het Horizon-rapport over trends op het gebied van ICT en onderwijs). Alan Levine laat zien hoe tijdens dit congres gebruik is gemaakt van diverse sociale media.

Bloggen, twitteren, online foto's, social bookmarking, video streams, geotagging. Het komt allemaal voorbij. Maar ook -nieuw voor mij- een sociale netwerk site, speciaal voor deze conferentie (gebaseerd op Pathable). Verder is ook gebruik gemaakt van QR-codes op conferentiebadges.

Ondanks het intensieve gebruik van technologie, heeft de congresorganisatie ook geïnvestesteerd in 'vergroening' van ICT.

Een uitgebreide post, die laat zien hoe technologie conferenties als deze kan versterken. Een mooi voorbeeld, ook voor Nederlandse congressen zoals de Onderwijsdagen 2009 of de congressen van het Consortium voor Innovatie.

OEB09: Call for Papers

De Online Educa Berlijn is het grootste congres over ICT en leren in Europa. Ik ben er diverse keren, met veel plezier, geweest. De keynotes van de afgelopen jaren kun je nog op internet bekijken.

Voor editie 2009 kun je -tot 30 april aanstaande- voorstellen voor pre-conferences, presentaties, discussiethema's of kennisuitwisselingsthema's indienen.

OEB08: wat anderen publiceren?

Er is tijdens en vlak na afloop van de Online Educa Berlijn 2008 veel online gepubliceerd (ik kom daar zo op terug). Ik was overduidelijk niet de enige. Ik heb tijdens de ontbijtsessie van de Online Educa 2008 gevraagd of deelnemers uiterlijk vandaag hun lessons learned naar mij wilden mailen, voor publicatie op mijn blog. Rob Feenstra van M&I-partners heeft dat gedaan. Rob schrijft

Ik heb de afgelopen dagen in Berlijn heel veel opgestoken. Een belangrijkste lesson learned kan ik niet geven. Er is wel iets dat me erg opviel en dat ik dan maar als voor mij meest opmerkelijke feit aan je wil voorleggen.

In een grijs verleden heb ik een lerarenopleiding gevolgd. Daarna ben ik de IT ingerold en heb ik beroepshalve weinig meer met onderwijs te maken gehad tot ik een paar maanden geleden bij M&I ging werken. Ik kijk er dus met een redelijk frisse blik tegenaan. Mijn verwachting was dat er op de Educa een synthese gemaakt zou worden van techniek en didactiek, maar ik kwam toch wel bedrogen uit. Wel heb ik veel mensen gehoord die benadrukten hoe belangrijk en goed het is om IT, en web 2.0 in het bijzonder, te gebruiken in het onderwijs, maar daar bleef het eigenlijk steeds bij steken. Wat ik veel meer had verwacht is hoe je je onderwijs inhoudelijk inricht als je gebruik maakt van IT.

Ik kan me grotendeels vinden in het o.a. door Ton Zijlstra geschetste beeld van Generation Y als een groep die niet door leeftijd wordt begrensd. Maar er is wel een verschil: waar de generatie die opgroeit met computers alles wat met ICT te maken heeft als vanzelfsprekend aanneemt, zijn mensen van mijn generatie, ook als ze ICT-vaardig zijn, nog zwaar onder de indruk van wat er allemaal mogelijk is, ikzelf niet in de laatste plaats. En ik heb het idee dat het daardoor komt dat ICT vaak niet als middel, maar als doel op zich gezien wordt.

Misschien zie ik het verkeerd hoor, maar het viel me gewoon op dat in de presentaties die ik heb gehoord er vooral sprake was van een technology push.

Ik heb zelf dit gevoel niet. Ik vond veel bijdragen gaan over zaken als concepten en verandermanagement. Maar het valt me wel op dat veel mensen heel verschillend reageren op de Online Educa, en er ook heel verschillende 'dingen' uit halen. Volgens mij onderstreept dat de meerwaarde van een conferentiebezoek. Je referentiekader werkt m.i. als een filter.

Enkele interessante en leuke (weblog)-berichten (zonder volledig te willen zijn)

  • René van der Burgt blikt terug
  • Enhance Mobile Learning, Sessie 3. René van der Burgt (die erg veel heeft geblogd) doet verslag van een sessie van mobile learning. Deze beschrijving bevat voorbeelden van praktische toepassingen.Volgens mij is dit een sessie die tijdens de ontbijtsessie van het CvI ook ter sprake kwam).
  • 3 dingen om te onthouden: Rudi Clause van Avans Hogescholen heeft collega's geïnterviewd: "Wat zijn de drie dingen die je wil onthouden van Online Educa Berlin 2008" & "Met welk actiepunt hier in Berlijn opgedaan begin je de eerst volgende werkdag".
  • Het verslag van een lunchsessie over de effecten van de economische crisis op e-learning. Lees ook haar goede de pre-conference over informeel leren.
  • Stanley Portier blikt terug op een sessie die onder meer ging over risico's met betrekking tot Open Educational Resources en Content Repositories.
  • Ton Zijlstra vat de belangrijkste boodschappen van zijn keynote samen.
  • Je kunt de radio-uitzendingen van Sounds of the Bazaar van dag 1 en van dan 2 terug luisteren.
  • Hans de Zwart geeft een goede samenvatting van twee keynotes van vrijdag j.l.
  • Bert de Coutere doet verslag over een sessie over kennisuitwisselingssessie over learning 2.0.
  • De organisatie van de Online Educa Berlijn heeft inmiddels een fotogallerij gepubliceerd.

Tot slot wil ik jullie deze foto van René van der Burgt niet onthouden...

OEB08: een terugblik

Ik heb weer met veel plezier deelgenomen aan de Online Educa Berlijn. Ik heb het gevoel dat het wel een steeds een intensere ervaring wordt. Omdat ik een jaartje ouder wordt? Ik denk (en hoop) van niet.

Volgens mij komt het enerzijds doordat ik zelf meer technologie heb gebruikt. Ik heb dit jaar meer gefotografeerd (en geupload naar Flickr). Ik heb ook meer getwitterd en ervaren dat ik niet echt goed in staat ben bij goede sprekers via twitter 'aantekeningen' te maken (pen en papier werken dan beter). En ik heb veel blogposts geschreven en -tot vrijdagmiddag- mijn werk- en privémail bijgehouden. De Asus EEE is overigens prima bevallen. Geschikt voor deze doelen en veel transportabeler. Een nadeel is alleen dat ik de cdrom met presentaties uit de congrestas niet kon lezen. Mijn netbook heeft geen cd rom drive. Maar ja: cd roms zijn ook bijna antieke informatiedragers;-)

De intensiteit van deze conferentie wordt ook veroorzaakt door de diverse activiteiten die ik tijdens het congres heb ondernomen. Ik heb bijvoorbeeld een ontbijtsessie van het Consortium voor Innovatie gefaciliteerd.

Ik ben door Josie Fraser geïnterviewd (het interview met mij begint na ongeveer anderhalve minuut). Ik heb deelgenomen aan de battle of the bloggers en heb ik veel gekletst met mensen tijdens koffiepauzes, ontbijt, lunch, borrels en dinertjes (elke avond met andere groepjes mensen). En waar gaan de gesprekken -één keer tot 1 uur in de hotelbar- over? Bijna zonder uitzondering over (t)e-learning. Erg leuk maar wel intensief.

Wat is mij opgevallen?

Als ik terugblik op de Online Educa Berlijn, editie 2008, dan vallen mij een aantal zaken op:

  1. De kracht van blended netwerken.
    Ik heb -zoals gezegd- met veel verschillende mensen gesproken. Met 'oude' bekenden uit Nederland en met mensen uit het buitenland waar ik in het verleden mee heb samengewerkt. Zowel de Nederlanders als de buitenlanders zie ik vaak alleen in Berlijn. Een andere groep mensen kende ik tot dusver eigenlijk alleen online via Twitter of via onze blogs. En er zijn mensen die ik face-to-face heb ontmoet en waarmee ik nu ook online contact ga hebben. Daarom noem ik dit de kracht van blended netwerken, waarvan Ton Zijlstra onder meer het belang heeft benadrukt. In de informatiesamenleving van de 21ste eeuw ontwikkel je immers vooral ook via connecties kennis.
  2. Er zijn twee stromingen in de discussie over het al dan niet bestaan van de net-generatie, of de generatie Y zoals deze tot congresthema van dit jaar was verheven. De eerste stroming houdt consequent vast aan de kloof tussen digitale immigranten en digitale 'geborenen'. De tweede groep legt de nadruk op de sociale impact van technologie. Deze groep ziet dat er mensen zijn die intensief omgaan met nieuwe media (en user-generated content ontwikkelt). En er zijn ook mensen die hier niet in mee gaan. Maar beide groepen zijn niet van een bepaalde leeftijd.
  3. Diverse sprekers hebben de nadruk gelegd op een kwaliteitsimpuls voor opleiden en leren. Meer betekenisvol, significant, leren. Michael Wesch zei onder meer: How we can create students who can create meaningful connections?
    Er was volop aandacht voor het beter en meer doordacht gebruik maken van technologie. Daarbij viel ook het verschil in volwassenheid van technologieën op. Bij virtuele werelden is men men nog veel meer zoekende naar een doordacht didactisch gebruik dan bij weblogs of games. Wel zou er meer geïnvesteerd moeten worden in sociale aspecten van technologie, bijvoorbeeld door er ook voor te zorgen dat lerenden plezier hebben binnen leeromgevingen (meer toys, ipv tools). Opvallend hierbij is dat hiervoor 'oude' opvattingen van Ivan Illich (De-schooling society) en Malcolm Knowles van stal worden gehaald.
  4. Er lijkt binnen de doelgroep van de Online Educa sprake te zijn van een continuüm van opvattingen over het gebruik van e-learning. Ik heb dat de kloof tussen "praat en praktijk" genoemd. Het ene uiterste heeft behoudende opvattingen over e-learning. E-learning is dan vooral cursus/training-gericht, waarbij het initiatief ligt bij de organisatie (e-learning 1.0). Het andere uiterste is innovatief van aard, waarbij er veel aandacht is voor het gebruik van social software binnen (overwegend) informele leersituaties. Het debat met betrekking tot opvattingen over onderwijs lijkt ook hier door heen te lopen.
  5. De meerwaarde van conferenties als deze is vooral gelegen in de vele unconferencing activiteiten, die participanten zelf organiseren. Deze activiteiten maken deel uit van dezelfde leercultuur, die sterk wordt beïnvloed door nieuwe media en die gericht is op openheid en co-creatie. Binnen deze cultuur zijn ook 'zwakke verbanden' voor sommige doeleinden krachtiger dan 'sterke verbanden'.
  6. Praat niet langer over informeel leren, maar reorganiseer het werk zodanig dat informeel leren onvermijdelijk wordt en gebeurd. Informeel leren kun je ook zelf organiseren, als je de ruimte krijgt en neemt.
  7. Leren op de werkplek gebeurt als mensen gepassioneerd en betrokken zijn bij hun werk. Het gaat dus vooral om de vraag: hoe krijg je mensen gepassioneerd en betrokken bij hun werk?
  8. Als CEO van een e-learningbedrijf sla je de plank volledig mis als 80% van je keynote bestaat uit reclame. Je kunt veel beter je klanten op een eerlijke manier over hun ervaringen laten vertellen. Lees ook de kritiek van Hans de Zwart . Citaat van Jay Cross: ”Roger talks of open source as a concept but sells a closed system. “
  9. Wat bij de selectie van een elektronische leeromgeving een goede keuze is voor de ene organisatie, hoeft dat nog niet bij de andere organisatie te zijn. De redenen om een ELO te gebruiken, en je omstandigheden, kunnen anders zijn.
  10. Je krijgt geen vernieuwing door gebruikers te vragen hoe zij op dit moment hun onderwijs gebruiken. Je komt dan niet verder dan het bestaande proces te automatiseren.
  11. Het automatisch toevoegen van metadata aan leerobjecten is een belangrijke positieve ontwikkeling.
  12. Er is sprake van een grote diversiteit waarin e-learning binnen grote bedrijven wordt gebruikt. Hierbij spelen verschillende factoren een rol. Deze diversiteit vraagt ook om 'maatwerk' als het gaat om implementaties en strategieontwikkeling.
  13. Er bestaan positieve voorbeelden waarbij leraren in opleiding via co-creatie met behulp van social software werken aan hun eigen professionalisering.
  14. Organisaties (zoals scholen) hebben lang niet altijd een cultuur waarbinnen het mogelijk is te experimenteren en te vernieuwen. Terwijl dat zo belangrijk is.
  15. Dit jaar werd er tijdens de Online Educa met meer afwisselende werkvormen gewerkt, dan andere jaren. Dat is positief en mag verder worden versterkt (onder meer door lessen te leren uit de ervaringen van dit jaar . Als ik de organisatie was, zou ik in ieder geval meer gebruik maken van streaming video in combinatie met back channels. Daarmee prikkel je mensen (de non-consumers) naar de conferentie te komen, omdat het blended netwerken toch het belangrijkste is en de sfeer van een dergelijk congres moeilijk te beschrijven is.

Want ondanks de uitgebreide verslaglegging is het heel moeilijk de enthousiaste en motiverende sfeer van een congres als de Online Educa Berlijn via een weblog over te brengen.

Tot slot nog al mijn impressies op een rij:

OEB08: Battle of the Bloggers overleefd

Ik ben -vind ik- zonder kleerscheuren uit de Battle of the Bloggers te voorschijn gekomen. Het was wel een grappige ervaring. Jammer alleen dat de sessie niet live uitgezonden werd. Een paar zaken zijn me opgevallen:

  • We zaten op een podium in een hele grote zaal, waar aanwezigen verspreid zaten. Dat is geen echt goede omgeving voor een discussie met de zaal.
  • Jay Cross, Steve Warburton en ik verschilden te weinig van mening om echt een veldslag te krijgen. Je zou een meer divers panel moeten hebben, en discussieonderwerpen waarover deelnemers echt verschillende meningen hebben.
  • De back channel Backnoise werkte goed. Er werd vooral vanuit de zaal op gereageerd. De panelleden zelf -met name Steve en ik- hebben er ook veel gebruik van gemaakt. Dan blijkt weer hoe lastig het is om een gesprek te voeren en via een back channel te reageren (zelfs om de bijdragen te volgen). Van buitenaf heb ik in elk geval Marcel de Leeuwe zien deelnemen.

Ik hoop dat de organisatie van de Online Educa Berlijn meer van deze werkvormen inzet, en de ervaringen gebruikt om ze bij te stellen.

OEB08: professionalisering en social software

De laatste sessie voor de battle of the bloggers ging over het gebruik van social software binnen lerarenopleidingen. De Vrije Universiteit Amsterdam liet een aantal voorbeelden zien van het gebruik van allerlei soorten social software ten behoeve van de professionalisering van leraren in opleiding. Zij geven dit vorm in een community of learners, waar ook alumni toegang toe hebben (naast docenten van de lerarenopleiding, studenten en betrokkenen van stagescholen). Men denkt er over om ook leerlingen van stagescholen toegang te geven tot deze leergemeenschap (die overigens in Ning is gerealiseerd).

Eén van de leeractiviteiten was overigens een webquest waarbinnen leraren in opleiding opdrachten moesten maken in de dierentuin (d'r Jaia-jaat) van Kerkrade (jawel, mijn geboorteplaats!). Een resultaat is bijvoorbeeld een video die via YouTube ontsloten wordt, of een mindmap.

Er is dus duidelijk sprake van het ontwikkelen van user generated responses, zoals Clive Shepherd dat donderdagavond noemde. Cruciaal hierbij was ook het verzorgen van workshops over het gebruik van de tools binnen het onderwijs (met veel hands-on oefeningen).

Volgens de sprekers had deze aanpak positieve gevolgen:

  • Studenten ontwikkelden al doende ICT-vaardigheden. Dit maakte overigens eerder geen deel uit van het curriculum.
  • De diversiteit in werkvormen, en het gebruik van social software, waren positief voor de motivatie.
  • Al doende werden ICT-modules binnen het curriculum ontwikkeld.

De ontwikkeling van deze manier van werken vroeg wel om extra middelen. De VU beschikt nu wel om goede voorbeelden, die elders ter inspiratie kunnen worden gebruikt.

In hun Ning-community vind je ook meer informatie (onder meer de getoonde video's).

Vuning

Een tweede initiatief op dit gebied ging ook over professionalisering van docenten in opleiding op het gebied van een creatief gebruik van ICT. Volgens de spreekster zijn belangrijke voorwaarden voor een transformatie in deze richting:

  • Mogelijkheden om te samenwerken.
  • Het gebruik van communities of practice.
  • Een positieve schoolcultuur. Als elk nieuw initiatief met “ja, maar” wordt begroet, dan werkt dit niet stimulerend.
  • De houding van docenten ten aanzien van innovaties.

Er is een 'blended learning'-programma ontwikkeld waarbinnen eerst is gekeken hoe docenten in opleiding op dit moment gebruik maken van social software, en er ook tegen aan kijken. De resultaten van dit programma zijn positief:

  • Docenten zijn andere tools gaan gebruiken zoals een weblog of wiki.
  • Docenten zijn meer samen gaan werken.
  • Docenten zijn meer studentgecentreerd onderwijs gaan verzorgen.
  • Docenten zijn meer content gaan creëren.

Nadat docenten hun lerenden content lieten maken, die online gepubliceerd ging worden, merkte men dat lerenden met meer zorgvuldigheid materiaal gingen maken.

Meer informatie?

OEB08: voorbeelden van het gebruik van Fronter

Omdat ik wel eens wilde weten hoe ROC Eindhoven gebruik maakt van de elektronische leeromgeving Fronter, ben ik naar een sessie gegaan waar twee voorbeelden van implementaties van deze ELO gepresenteerd werden. Gelukkig had men maar voor twee casussen gekozen zodat er veel ruimte was voor vragen.

De eerste casus betrof een blended cursus Accounting van de universiteit van Cambridge (75 uur online leren, 25 uren contacttijd). Opvallend was dat de nadruk lag op de ontwikkeling van de modules in een aparte auteurstool. De cursus werd 'afgespeeld' in een aparte SCORM-player (dus niet binnen het frame van Fronter). De tracking and tracing (wat doen lerenden?) vindt wel via Fronter plaats.

Op mijn vraag waarom men heeft gekozen voor Fronter en niet voor een andere ELO, antwoordde de spreker dat de flexibiliteit van Fronter het belangrijkste argument was. Men gebruikt Fronter voor meerdere leerdoeleinden. Fronter heeft ook een tool waarmee je cursussen kunt evalueren. Daarnaast gaf de spreker aan dat Fronter kwalitatief goed trainingmateriaal heeft, en goed luistert naar gebruikers. Het viel me ook op dat Fronter organisaties adviseert drie administrators aan te stellen (waarover zo meteen meer), en dat docenten best wel fors moeten investeren in gebruikerstrainingen (ook afhankelijk van hoe zij Fronter willen inzetten).

De tweede casus was van ROC Eindhoven. Zij vinden Fronter essentieel voor het vormgeven van competentiegericht leren. Ook ROC Eindhoven roemde de flexibiliteit van Fronter, bijvoorbeeld in vergelijking met BlackBoard. Waarop iemand uit de zaal aangaf dat BlackBoard en ook N@tschool de laatste jaren een stuk flexibeler zijn geworden. Elke ELO is in ontwikkeling, merkte deze persoon op.

Karel Werschkull van ROC Eindhoven stelde in zijn presentatie ook dat het bij de invoering van Fronter vooral om verandermanagement gaat (bewustzijn creëren over de noodzaak, professionalisering medewerkers, veel communicatie). Karel gaf ook aan dat de administrators een hele belangrijke rol spelen bij de acceptatie en invoering. Cruciaal is dat deze medewerkers verstand hebben van het onderwijs, en niet zo zeer technische expertise hebben. Bij ROC Eindhoven vergaderen deze administrators elke week over de stand van zaken en relevante ontwikkelingen.


Karel Werschkull

Andere belangrijke aspecten bij de invoering van Fronter zijn volgens Karel:

  • De te ondersteunen processen zijn eenduidig en transparant, en duidelijk beschreven. Bijvoorbeeld: hoe verloopt het proces van trajectbegeleiding? Of: hoe bereidt een deelnemer zich voor op het onderwijs? Hoe gaan docenten om met leerstof?
  • Het gebruik van Fronter is binnen het curriculum ingebed.

Karel liet ook zien dat docenten deelnemers zelf kunnen toevoegen aan bepaalde groepen, dat organisatieonderdelen dezelfde interface gebruiken, dat je voor de configuratie kunt werken met templates, dat functionaliteit beperkt of uitgebreid kan worden aangeboden, dat dagelijks nieuwe deelnemers via een automatische import uit het studentadministratiesysteem werden toegevoegd.

Al met al een behoorlijk positief verhaal van gebruikers van Fronter. Dit is toch veel informatiever dan een promotiepraatje als keynote. Kritische kanttekeningen hierbij:

  • De interface van Fronter wordt door veel lerenden niet aantrekkelijk gevonden, maar saai.
  • Fronter investeert in de ontwikkeling van een e-portfolio. Waarom niet gebruik maken van integratie met andere applicaties? Waarom proberen een alomvattende ELO te maken?

OEB08: e-learning invoeren: voordelen, uitdagingen, succesfactoren (volgens onderzoek)

Laura Overton vertelde vrijdagochtend over een boeiend onderzoek over de invoering van e-learning binnen grote bedrijven.

Enkele bevindingen:

  • Lang niet elk groot bedrijf gebruikt e-learning al structureel. 40% is bezig met de invoering ervan, 17% gebruikt het sporadisch en 3% heeft amper ervaring met e-learning.
  • De toegankelijkheid van leren, en de toegenomen flexibiliteit van leren vinden bedrijven de belangrijkste voordelen van e-learning.
  • Een betere kwaliteit van het leren is de belangrijkste 'driver' van e-learning.
  • De grootste uitdagingen voor de acceptatie van e-learning zijn:
    * Gebrek aan kennis over het potentieel van e-learning.
    * Geringe bereidheid van medewerkers om te veranderen.
    * Gebrekkige expertise om e-learning te implementeren.
    De overdreven verwachtingen die leveranciers vaak wekken, vindt men ook een uitdaging.
  • Hoe meer ervaring organisaties hebben met e-learning, des te groter de voordelen die zij dan van e-learning ervaren.

Overton ging ook in op succesfactoren voor een zinvol gebruik van e-learning:

  • Er moet sprake zijn van een duidelijke behoefte vanuit de organisatie èn de individuele medewerkers.
  • Houd rekening met de context van de lerende (ICT-vaardigheden, leervoorkeuren, etc.). Onderzoek laat zien dat lerenden vaak heel verschillende opvattingen hebben over e-learning. Wat onder meer opvalt, is dat lerenden vaak een voorkeur hebben voor formeel leren.
  • Houd rekening met de context van het bedrijf (is de cultuur gericht op samenwerken, hoe staat het management tegenover e-learning, etc.). Managers in het Verenigd Koninkrijk vinden het vaak belangrijk dat medewerkers de ruimte hebben om op het werk te leren. Elders in Europa vinden managers dat veel minder belangrijk. Overton adviseerde ook om als opleidingsafdeling niet de strijd aan te gaan met de technische infrastructuur van de organisatie.
  • Investeer in expertiseontwikkeling (building capability).
  • Creëer betrokkenheid bij alle stakeholders (bijvoorbeeld door medewerkers via focusgroepen te betrekken bij beslissingen over de inrichting van e-learning). Zet bijvoorbeeld je lokale helden in het zonnetje.
  • Demonstreer de waarde, laat zien dat e-learning werkt (dat verder gaat dan klassieke return on investment-berekeningen).

Overton illustreerde ook applicaties voor e-learning heel verschillend worden toegepast. Videoconferencing en virtual classrooms worden door grote bedrijven op grote schaal gebruikt (voor docentgecentreerde instructies, vermoed ik). Social software wordt nog niet op hele grote schaal ingezet, maar veel bedrijven hebben wel plannen om dat te gaan doen.

Lauro Overton haalde een aantal rapporten aan, die volgens mij de moeite waard zijn om nog eens apart te bespreken.

OEB08: de kloof tussen praat en praktijk

De vrijdagochtend startte voor mij met een leuke ontbijtsessie, georganiseerd door het Consortium voor Innovatie. Tijdens die sessie wisselden collega's van ROC's en een uitgever ervaringen van de eerste dag uit. Het CvI had mij gevraagd deze sessie te faciliteren.

De officiële conferentie werd daarna hervat met drie inleidingen (helaas met weinig ruimte voor discussie). Wat me hier het meest opviel was het grote verschil tussen de fraaie verhalen over de invloed van technologische ontwikkelingen op onderwijs, leren en ontwikkelen enerzijds, en de e-learning praktijk van een onderneming als Total anderzijds.

Tot dusver pleitten Michael Wesch, Ton Zijlstra en Clive Shepherd op een gedreven manier voor transformatie van opleiden en leren. Deze ochtend vertelde Richard Straub (o.a. secretaris-generaal van de European Learning Industry Group) over ontwikkelingen zoals

  • Technologische revoluties met een sociale impact (web 2.0).
  • De onomkeerbare ontwikkeling van openheid (open source, open standaarden, open educational resources, etc).
  • De realisatie van een nieuw education continuum (niet meer lineair onderwijs genieten, maar een permanente mix van formeel en informeel leren).
  • Een paradigmashift in het organiseren van arbeid (van gesloten organisaties waarbij besluiten 'top down' worden genomen en waarbij centraal gepland wordt, naar open organisaties met bottom up besluitvorming en een grotere nadruk op participatie).


Richard Straub

De Global Learning Strategy van oliemultinational Total (95 duizend medewerkers in 130 landen) stak hier echter schril bij af. Christophe Binot van Total onderstreepte het belang van e-learning voor Total. Er zijn duidelijke leerbehoeften van grote groepen gebruikers, die (o.a. met het oog op reiskosten en reistijd, en “time-to-market-argumenten') worden beantwoord met e-learning. Het was echter een heel klassieke benadering van e-learning. Volledig geredeneerd vanuit de behoeften van de organisatie, en niet vanuit de behoefte van de lerende (”e-learning is no self-service”). Elke e-learning activiteit wordt getoetst. De content -zo kwam het op mij over- was sterk gericht op kennisreproductie, aangeboden door de organisatie. Web 2.0 kwam in zijn vocabulair niet voor.

Natuurlijk, een bedrijf als Total is geworteld in een Franse cultuur (met invloed op de manier van leren), en heeft te maken met

  • complexe werkprocessen die medewerkers eenvoudig weg moeten beheersen,
  • met veranderende wet- en regelgeving, die leiden tot compliancy-based learning, bijvoorbeeld als gevolg van milieuwetgeving
  • en met nieuwe applicaties en systemen die grote groepen medewerkers moeten leren beheersen.

Maar desalniettemin vond ik dat er sprake was van een grote kloof tussen de visionaire verhalen en de praktijk van deze Franse multinational.

OEB08: de noodzaak van innovatie van leerinterventies

De tweede keynote van de donderavond was van Clive Shepherd. Shepherd ging vooral in op de ontwikkeling van leren en ontwikkelen binnen arbeidsorganisaties. Volgens hem zijn manieren van leren tijdloos (vragen stellen, reflecteren, onderzoek doen, enzovoorts), maar veranderen de keuzes die we maken ten aanzien van die manieren. De ontwikkeling van nieuwe technologieën is hierop van invloed.

Shepherd vertelde dat de manier waarop de zogenaamde “Generation Y” zou willen leren, eigenlijk niet verschilt van de manier van leren van volwassenen waarvoor de andragoog Malcolm Knowles zo'n dertig jaar geleden pleitte (de lerende centraal, in een authentieke setting, enzovoorts). Shepherd was ook optimistisch over de mogelijkheden die social software biedt voor deze manier van leren (New learning media enable change). Hij signaleerde een aantal pressures, die hierop van invloed zijn:

  • Tijdsdruk
    Opleidingsafdelingen/leveranciers moeten steeds sneller in staat zijn om trainingen op te leveren. En zij slagen daar steeds minder goed in. “Je rent harder, maar blijft op dezelfde plaats”. Daarom zoeken organisaties naar andere manier van leren, die sneller beschikbaar zijn. Shepherd liet daarbij een piramide van leerinterventies zien (die hij overigens met toestemming overgenomen had van Nick Shackleton-Jones van de BBC). Bovenaan staan de trainingen en cursussen (Formal responses, een klein aandeel). In het midden staan rapid responses (korte instructies, screencasts etc). De brede basis wordt gevormd door content die door gebruikers zelf worden ontwikkeld en daardoor snel beschikbaar is (user generated responses).
  • Milieudruk
    Om de CO2-uitstoot terug te dringen, staan organisaties onder druk om het aantal reizen (t.b.v. trainingen) ter reduceren. Dit speelt vooral bij grote corporates een rol.
  • Financiële druk
    Volgens Shepherd heeft de financiële crisis grote gevolgen voor opleidingsafdelingen. De afdeling Financiën is binnen arbeidsorganisaties altijd sterker, dan de HR afdeling. HR is slecht in staat om met enige zekerheid aan te geven dat trainingen daadwerkelijke investeringen zijn (en geen kostenpost). Daarom moet je als HR-afdeling leermethodes selecteren die het effect van het leren maximaliseren, en media die hetzelfde doen met de efficiency van het leren. Social software, virtuele werelden en rapid development tools doen dat. Verder worden apparaten steeds goedkoper en toegankelijker.

Shepherd pleitte daarom voor de realisatie van de piramide van leerinterventies. Het gaat er volgens Shepherd niet om de “stoelen op het dek van de Titanic” te verplaatsen (daarmee vermijd je geen ijsberg), maar om een daadwerkelijke transformatie van leren en ontwikkelen. En voor deze verandering heb je volgens deze spreker geen jaren de tijd.

Clive Shepherd bleek ook een sterke spreker te zijn. Zijn pleidooi voor minder cursussen/trainingen (en meer user-generated materiaal) nuanceerde hij in de discussie. Als je nieuw bent op een bepaald vakgebied, dan werken instructies nog steeds het beste (cursussen/trainingen).

Bovendien wil ik hierbij aanvullen dat informele manieren van leren ook het nadeel hebben dat zij geen civiel effect hebben. Een diploma/certificaat is voor met name lager opgeleiden nog steeds een belangrijke opstap naar een hogere trede op hun carrièreladder. Het gebruik van EVC-procedures (het erkennen van eerder en elders verworven competenties) houdt hier nog volgens mij onvoldoende rekening mee. En elektronische portfolio's -waar deze manier van leren in zichtbaar kan worden gemaakt- zijn binnen bedrijven nog onvoldoende 'geland'.