Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Hoe je een conferentie met ICT kunt versterken

Verleden week vond vond in de VS de zomerconferentie plaats van het New Media Consortium (één van de initiatiefnemers van het Horizon-rapport over trends op het gebied van ICT en onderwijs). Alan Levine laat zien hoe tijdens dit congres gebruik is gemaakt van diverse sociale media.

Bloggen, twitteren, online foto's, social bookmarking, video streams, geotagging. Het komt allemaal voorbij. Maar ook -nieuw voor mij- een sociale netwerk site, speciaal voor deze conferentie (gebaseerd op Pathable). Verder is ook gebruik gemaakt van QR-codes op conferentiebadges.

Ondanks het intensieve gebruik van technologie, heeft de congresorganisatie ook geïnvestesteerd in 'vergroening' van ICT.

Een uitgebreide post, die laat zien hoe technologie conferenties als deze kan versterken. Een mooi voorbeeld, ook voor Nederlandse congressen zoals de Onderwijsdagen 2009 of de congressen van het Consortium voor Innovatie.

Onderwijsdagen 2009, georganiseerd door SURF en Kennisnet samen

Als lid van de programmacommissie van de Onderwijsdagen 2009 (#owd2009) mag ik er natuurlijk schaamteloos reclame voor maken:

SURF en Kennisnet starten dit jaar een unieke samenwerking en organiseren gezamenlijk het tweedaagse congres Dé Onderwijsdagen 2009. Onder het motto: Samen Slim Leren biedt dit congres bestuurders, managers, adviseurs en docenten uit het primair tot en met het hoger onderwijs de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van (ICT-)innovaties in het onderwijs. Dé Onderwijsdagen 2009 vinden plaats op 10 en 11 november 2009 in de Jaarbeurs te Utrecht.

Hotlinks

- Aanmelden voor Dé Onderwijsdagen

- Foto’s Onderwijsdagen 2008 (lage resolutie)

- Website SURF

- Website Kennisnet

Bron van inspiratie
Dé Onderwijsdagen 2009 vormen de perfecte ontmoetingsplaats om collega's uit het onderwijs te spreken. Zo biedt het bezoekers de gelegenheid om ICT- en onderwijsprofessionals te ontmoeten uit het primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs en geïnformeerd te worden over de laatste trends en ontwikkelingen op het gebied van ICT en onderwijs.

Samenwerking
SURF en Kennisnet richten zich beiden op het versterken van de onderwijssector door ICT-innovaties. Rond de inzet van technologieën in het onderwijs is een tendens waarneembaar dat het niet meer alleen om ICT draait, maar steeds meer om synergie en integratie van technologische toepassingen. Er is een groot besef dat samenwerking binnen de onderwijsketen noodzakelijk is om maximaal van vernieuwingen te profiteren. Dat is ook de reden dat SURF en Kennisnet de handen ineen slaan en gezamenlijk Dé Onderwijsdagen organiseren. Tijdens het programma, dat bestaat uit presentaties en workshops, komen onderwerpen aan bod als doorgaande leerwegen, toetsen, studiekeuze, mobiliteit, innovaties en internationalisering.

Gisteren hebben we weer vergaderd over de inhoud van het programma. Volgens mij worden het geslaagde dagen.

Zo kunnen sociale netwerken werken

De komende dinsdagmorgen heb ik een bijeenkomst met de programmacommissie van de komende Onderwijsdagen (OWD2009), die SURF en Kennisnet op 10 en 11 november organiseren. Wij buigen ons die ochtend over mogelijke presentatoren/workshopleiders. Van tevoren zouden wij suggesties via een besloten wiki inventariseren.

Ik heb daartoe een tijd geleden oproep gedaan via mijn blog, en twee keer via Twitter (en via Twitter ook weer op Facebook). En bruikbare reacties gekregen via mijn blog, Twitter en Facebook. Daarnaast heb ik door mijn LinkedIn-contactenlijst gescrolld, waardoor ik ook weer op ideeën kwam.

Met als resultaat een lijst met dertig suggesties. Zonder deze sociale netwerken was me dat nooit gelukt. Ik wil graag iedereen bedanken die mij geholpen heeft met tips en ideeën.

Presenteren tijdens de onderwijsdagen?

Een van mijn nevenfuncties, dit jaar, is het lidmaatschap van de programmacommissie voor de Onderwijsdagen die Stichting Surf en Kennisnet half november organiseren. Om de 88 sessies bezet te krijgen, gaat de commissie op zoek naar personen die over het gebruik van ICT en leren een 'goed verhaal' hebben. Voor een beperkt aantal sessies komt er een 'call'.

Het gaat daarbij onder meer om praktijkervaringen (wat werkt), maar ook om 'visieverhalen' (wat kan werken).

We zoeken mensen uit het basisonderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. De verhalen moeten betrekking hebben op zaken als:

  • Het op een goede manier inzetten van leermiddelen en media.
  • Organisatorische aspecten (o.a. Professionalisering medewerkers).
  • De relatie tussen verschillende onderwijssoorten en/of bedrijven/organisaties.
  • Leren-doceren.
  • Aspecten rond ICT beheer en infrastructuur.

Via een wiki inventariseert de programmacommissie mogelijke presentatoren. De programmacommissie bespreekt de resultaten van de inventarisatie. Die kandidaten worden vervolgens benaderd.

Heb je tips? Mail (wilfred@wilfredrubens.com) of twitter (@wrubens) me dan de naam van de mogelijke presentator, het onderwerp waarover de sessie gaat, en de contactgegevens. Let wel: het gaat om workshops waarbij (onderwijs)instellingen het voortouw hebben.

OWD2009: Samen Slim Leren (lid programmacommissie)

Dit jaar organiseren Surf en Kennisnet voor het eerst gezamenlijk de Onderwijsdagen 2009 (OWD2009). Ik ben dit jaar lid van de programmacommissie. De Onderwijsdagen vinden plaats in Utrecht, op 10 en 11 november 2009.

Ik heb altijd al gevonden dat verschillende onderwijssectoren veel van elkaar kunnen leren, als het gaat om de integratie van ICT in het onderwijs. Daarom was ik ook blij te horen dat Surf en Kennisnet de OWD2009 samen gaan organiseren, en heb ik toegezegd mee te werken aan de organisatie ervan.

Thema’s als doorgaande leerwegen, toetsen, studiekeuze, mobiliteit, innovaties en internationalisering komen aan bod in presentaties en workshops.

Meer informatie?

Ik blik terug op de Surf Onderwijsdagen 2008

Tijdens de Surf Onderwijsdagen 2008 ben ik twee keer met een Flip geïnterviewd. Eén keer na afloop van een sessie (geen idee of die bijdrage ergens is gepubliceerd), en één keer aan het slot.

Annemiek Scholten van Hogeschool inHolland vroeg me namelijk terug te blikken op deze boeiende conferentie. Een korte samenvatting van datgene wat ik op deze blog nader heb uitgewerkt.

Doe mee met Surfspace (maar hoe?)

Tijdens de Surf Onderwijsdagen maakte de redactie van Surfspace reclame voor het leveren van bijdrage aan deze website. Als je mee zou doen, kon je een Flip winnen.  Nou, dat wilde ik wel.

Ik wilde net mijn verslag van de OWD op Surfspace plaatsen. Via Firefox krijg je echter geen html-editor te zien. Lastig. En bij de Internet Explorer moest ik een wachtwoord invullen. Zo kom je natuurlijk nooit in aanmerking voor de Flip! Maar gelukkig is er nog de ouderwetse mail.

OWD2008: een terugblik

Ik wil drie dagen na de Surf Onderwijsdagen 2008 (OWD 2008) nog één keer samenvattend terugblikken op deze conferentie. Wat is mij opgevallen? Een aantal zaken:

  • Kwaliteit
  • Scenario's, strategie en implementatie
  • De kracht van social software
  • Discussie over technology overload en privacy
  • What's new?
  • Waarom de OWD bezoeken?

1 Kwaliteit

Deze editie van de Surf Onderwijsdagen was weer de moeite waard. In de wandelgangen sprak ik een bekende die deze editie beter vond dan die van verleden jaar. Dat zou ik niet durven te zeggen.
Ik heb een slechte keynote gehoord, en één matige sessie bijgewoond (maar waar je toch wat van meepikt). Voor het overige heb ik met plezier deelgenomen aan dit congres.

2. Scenario's, strategie en implementatie

De vier scenario's voor het hoger onderwijs geven stof tot nadenken. De scenario's staan overigens ook verder uitgewerkt op internet. Volgens mij is het zinvol om dergelijke scenario's ook voor andere onderwijssoorten uit te werken. Of ik de vier -verfrissend gepresenteerde- scenario's even toepasbaar vind, is echter de vraag.Maar wellicht was het proces hier belangrijker dan het product.
Het pleidooi van Doekle Terpstra voor circulaire innovatie via open netwerken viel me op. Ik ben blij dat een dergelijk verhaal nu ook door een bestuurder is verteld. Daarmee wordt het steeds meer mainstream.
Wat betreft de strategische dialoog rond ICT vond ik de constateringen dat organisatieproblemen niet met ICT-oplossingen aangepakt moeten worden èn dat het onderwijs vaak te veel in systemen denkt, belangrijk. Je weet het, maar je bent je er niet altijd voldoende van bewust. Het formuleren van (functionele) vragen door het onderwijs is daarbij van belang. Voor mij staat daarbij wel als een paal boven water dat ICT en informatiemanagement het onderwijs actief moeten helpen bij het stellen van die vragen.
Verder viel het belang van het turning point bij de implementatie van elektronische leeromgevingen op: ga tijdig van bottom up naar top down. Ook was de discussie over de schaalbaarheid van Moodle en de planning van de implementatie vanuit rollen voor mij zinvol.

3. De kracht van social software

Tijdens de OWD 2008 is wat mij betreft de kracht van social software voor leren onderstreept. Avans gebruikt videocasts wat mij betreft op een prima manier voor professionalisering van docenten. En zij hebben ook laten zien dat je weblogs op een zinvolle manier kunt gebruiken voor stagebegeleiding. Wel zou wat mij betreft daarbij vrijblijvendheid voorkomen moeten worden.
De kracht van social software voor leren heb ik via mijn sessie ook proberen te illustreren, en als ik de reacties hoor en lees ben ik daar best in geslaagd. Door vooraf een online peiling te gebruiken, mijn weblog en een wiki. Door tijdens mijn sessie video en een back channel te gebruiken. En ook na afloop worden weblogs gebruikt om er op te reflecteren.
Er is overigens meer technologie ingezet dan ik vooraf had gedacht. Het was pas laat bekend dat mijn sessie gestreamd zou worden. En ik had me niet gerealiseerd dat je via Adobe Connect ook kon reageren. Vandaar de twee back channels. Toen de life stream het even niet deed, zochten Pierre Gorissen en Willem Karssenberg zelf naar alternatieven. Waar ik ook geen rekening mee had gehouden, waren de mensen die foto's en filmpjes maakten. Maar ik vind dat zelforganiserend vermogen en eigen initiatief geweldig! Dank daar voor.
De kracht van social software blijkt uiteraard niet uit het gebruik van technologie op zich, maar uit de effecten van de toepassing ervan. Dankzij video en de back channel konden mensen deelnemen, die niet in staat waren de sessie life bij te wonen. De grenzen van het congres werden daarmee opgerekt. Ook genereert het gebruik van social software ook betrokkenheid. Ik heb vooraf inbreng gekregen die ik -bewust merkbaar- in mijn sessie heb verwerkt. En dat leidt dan onder meer tot de volgende reactie van Jeroen Gerth, student mediapedagogiek aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden:

Oh ja... ik vond het een bijzondere ervaring om mijn eigen naam te horen en te zien tijdens de presentatie. Het geeft voor mij aan dat ik iets in de wereld heb gebracht dat het verspreiden waard is. Geeft mij motivatie en energie. Hartelijk dank daarvoor.

Graag gedaan, Jeroen.
De kracht van social software zat ook wat mij betreft in het gebruik van Twitter. Ik heb Twitter nooit als een heel inhoudelijke applicatie beschouwd. Maar als je de 60 pagina's scant met Twitter-bijdragen over de OWD 2008, dan krijg je m.i. wel een goede, inhoudelijke, indruk van het congres. Ook hier valt op dat mensen die op stand de sessies hebben gevolgd, ook via Twitter een bijdrage hebben geleverd. En vergelijk dit eens met face to face-terugkoppelingen als:

Manager: Hoe was je congres?
Medewerker: O. Goed. Veel aan gehad.
Manager: Mooi. Ik hoor het wel een keer.

4. Discussie over technology overload en privacy

Ik vind het ook boeiend dat een discussie is ontstaan over het uitgebreide gebruik van technologie tijdens sessies. Mijn sessie is aanleiding voor die discussie. Er zitten m.i. twee elementen in die discussie:

  1. Technology overload?
    Je kunt je afvragen of sprake is van een overdaad aan technologie, technology overload, die afleidend werkt. Volgens is dat heel persoonlijk, en heeft dat o.a. te maken met je leervoorkeuren, in welke mate jij tech-savvy bent en hoe je het hanteert. Iemand vroeg me of ik een dergelijke sessie ook bij Gilde Opleidingen (mijn werkgever) zou verzorgen. Absoluut niet. Er is m.i. namelijk zo iets als een didactische, technologische en organisatorische zone van naaste ontwikkeling van medewerkers en organisaties. En je moet proberen daarbij aan te sluiten. Dus proberen medewerkers en organisaties net een stapje verder te brengen dan waar ze zich nu bevinden op het gebied van organisatiestructuur en -cultuur, ICT en didactiek. Als je dat niet doet, dan schiet je je doel voorbij. Ik hoop ook niet dat ik het imago krijg dat ik altijd een "overdaad" aan technologie gebruik. Moqub schrijft bijvoorbeeld:

    Iedereen die Wilfred kent weet dat hij graag experimenteert en wil laten zien wat nieuwe technologie voor het onderwijs kan betekenen.

    Klopt, maar ik probeer wel aan te sluiten bij mijn doelgroep. Bij gastcollege's probeer ik altijd een ELO ter voorbereiding en eventuele afronding te gebruiken. Bij de Surf Onderwijsdagen heb ik nu twee keer geëxperimenteerd met een back channel (verleden jaar via sms). Maar ik gebruik ook alleen werkvormen zoals 'gewone' opdrachten of discussie.
    Mijn verwachting was dat de meeste deelnemers aan mijn sessie wel 'om konden gaan' met veel technologie. Al werd ter plekke meer technologie gebruikt dan ik verwacht had (zie hierboven). Ik kan me voorstellen dat dit afleidt. Verleden jaar had ik daar meer last van. Daarom had ik dit jaar besloten iemand te vragen de online bijdragen actief te modereren (nogmaals dank, Pierre).
  2. Privacy
    Je loopt grote kans gefilmd en gefotografeerd te worden tijdens een congres als de OWD 2008. Ik kan me ook voorstellen dat niet iedereen dat wil, ook al heb ik daar zelf geen moeite mee (uitgezonderd privégesprekken en het publiceren van minder flatteuze foto's). Wat kun je daar aan doen?
    Volgens mij moet je als organisatie altijd aankondigen dat er foto's gemaakt worden. Laatst was ik op een congres waar dat bij binnenkomst stond aangegeven. Verder vind ik dat je voorafgaand aan een sessie moet aangeven dat de sessie wordt opgenomen. Ik was bij één sessie waar achteraf werd verteld dat de workshop was uitgezonden. Dat zou wat mij betreft anders moeten. Daarom heb ik ook bij de start van de sessie wel degelijk verteld dat de sessie werd gestreamd. Ook had ik het op de wiki van de sessie en op mijn weblog aangekondigd.
    Als fotograaf/filmer heb je hierin volgens mij ook een taak. Je hoeft niet elke foto te publiceren (de minder flatteuze dus), je kunt mensen vragen of ze er bezwaar tegen hebben als jij hen close-up fotografeert/filmt, je kunt om toestemming vragen als je gaat fotograferen/filmen.
    En als gefotografeerde kun je er wat aan doen. Op een congres waar technologie belangrijk is, kun je verwachten dat ICT ook wordt gebruikt. Ik ben het eens met Moqub die vindt dat dat vaak te weinig gebeurt. Als je dat ècht niet wilt, moet je m.i. niet naar een dergelijk congres toegaan. Volgens mij is het ook een fact of life dat dit anno 2008 gebeurt: user generated content, you know. Verder kun je ook zelf aangeven het niet op prijs te stellen als je close-up wordt gefotografeerd. Ook door achteraf te vragen een foto te verwijderen. Dankzij het gebruik van tags staan alle online gepubliceerde foto's immers mooi bij elkaar. Een button, zoals Moqub die suggereert,lijkt mij wat overdreven.

5.What's new?

Gisteren vroeg een collega mij of ik tijdens de OWD 2008 nog nieuwe ontwikkelingen heb gezien? Persoonlijk niet. Volgens mij heeft dat twee redenen. Wat bekend is voor mij, zal voor een ander mogelijk wel nieuw zijn. De tweede reden is dat ik de pre-conference sessie van Werner Vogels van Amazon over Cloud Computing niet heb bijgewoond:

Cloud Computing is immers één van de nieuwste trends, waar het onderwijs vermoedelijk over een paar jaar effect van zal merken (als je het tenminste ècht over cloud computing hebt, en niet als je iets cloud computing noemt).

6. Waarom de OWD bezoeken?

Je kon heel wat keynotes en sessies online bekijken. Ook na afloop. Verder heeft menigeen belogd en getwitterd, en staan ook presentaties op Slideshare. Hoef je de OWD dan niet meer fysiek bij te wonen? Als het even kan wel, vind ik. In de wandelgangen heb ik veel gesproken met oude bekenden, ook over zaken die niet publicabel zijn. Ik heb nieuwe mensen ontmoet (die ik soms alleen online of van naam kende). Je mist ook de sfeer, en die sfeer is moeilijk via een weblog over te brengen. Terwijl sfeer wel belangrijk is voor de totaal-ervaring, en dus het leereffect.
Daarom probeer ik er volgend jaar weer bij te zijn. Al dan niet met een eigen bijdrage.

OWD 2008: de strategische dialoog rond ICT

In de laatste sessie van de eerste dag van de Surf Onderwijsdagen 2008 stond de strategische dialoog rond ICT centraal. Jos London, kersvers informatiemanager van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR), vertelde op een open manier over zijn eerste ervaringen bij de EUR. In zijn bevindingen bleef hij wat mij betreft soms steken in algemeenheden (bijvoorbeeld over het belang van programmamanagement). Toch bevatte zijn betoog enkele interessante elementen:

  • ICT-ontwikkelinjgen gaan vaak helemaal niet zo snel. Het duurt vaak lange tijd voor nieuwe technologieën worden gebruikt.
  • Er bestaat weinig evidence over de werking van technologieën. Het ontbreekt vaak aan echt goede business cases.
  • ICT is voor veel bestuurders vaak een non-issue. Informatiemanagement en informatievoorzieningen zijn voor bestuurders dikwijls onbekende begrippen.
  • Bestuurders denken vaak operationeel, en maar weinig aan strategie als het gaat om ICT.
  • Het onderwijs denkt veel in systemen, en weinig in functionaliteiten. Bovendien is de invloed van ICT-ers daarbij onevenredig groot.
  • Automatiseringsafdelingen komen vaak met oplossingen, waarbij oude bedrijfsprocessen in nieuwe systemen worden ingebed (en deze laatsten niet optimaal worden gebruikt; denk aan ERP-systemen zoals SAP).
  • Een bottom up benadering is dikwijls beter dan een top down strategie. Dat betekent volgens London dat je eerst vragen en wensen moet inventariseren, en deze op basis van functionaliteiten en bedrijfsdomeinen moet ordenen. En daarbinnen volgordelijkheid moet aanbrengen.
  • Je moet voorkomen dat ICT-oplossingen voor organisatieproblemen worden ontwikkeld.
  • Bij het aanpakken van oplossingen, zorgen leveranciers vaak voor verwarring.
  • Je hebt niet alleen op centraal niveau een informatiemanager nodig, je hebt ook op organisatieonderdeel informatiemanagement nodig.
  • Gebruik een informatiearchitectuur vooral als denkkader.
  • Wat betreft sturing ligt het wat bij de business en het informatiemanagement, en het hoe bij het informatiemanagement en de ICT-afdeling.

Opvallend was dat Jos London aangaf dat het belangrijk was dat je je verdiept in bestuurders, en hun problemen, en dat je probeert hun taal te spreken. Zijn slides waren echter vaak niet toegespitst op bestuurders...

OWD 2008: keynote Doekle Terpstra

Een rasbestuurder die een keynote houdt over ICT in het onderwijs: als dat maar goed gaat. Maar ik deel de mening van Pierre Gorissen dat de keynote van Doekle Terpstra van de HBO Raad "zeker niet slecht" was. Sterker: behalve

  • enkele algemeenheden (bijv. over het belang van kennis en onderzoek voor de economische ontwikkeling),
  • een onterechte generalisatie ('de nieuwe student'; later pleitte hij overigens er voor om studenten als een gedifferentieerde groep te benaderen)
  • en een grote overdrijving (Amsterdam als Silicon Valley aan de Noordzee, dankzij Surf),

had Terpstra zeker interessante zaken te melden. Hij gaf terecht aan dat het innovatieve karakter van Nederland verbeterd moet worden, ook al scoort ons land redelijk hoog wat betreft concurrerend vermogen (volgens het World Economic Forum; op het gebied van technologie nemen 'wij' de eerste plaats in).

Terpstra schetste ook dat innovatie niet langer lineair tot stand komt, maar circulair. Dus via netwerken, en multidisciplinaire samenwerking, waarbij het gaat om de kunst van het combineren.

Dit deed mij denken aan het belang van patroonherkenning, waar Teemu Arina onlangs over schreef. Helaas legde Terpstra niet expliciet de link met web 2.0, wisdom of crowds, en dergelijke.

Wel pleitte hij voor het faciliteren van open netwerken, door Surf, waarbinnen nieuwe ideeën moeten ontstaan en elders ontwikkelde ideeën geïmplementeerd kunnen worden. Ik neem aan dat Terpstra impliciet ook pleit voor open educational resources. Dat hij overigens netwerken en communities of practices door elkaar haalde, zal alleen mensen als Stephen Downes of George Siemens gestoord hebben (al waren beide heren er dit jaar niet).

Ik moest bij Terpstra's pleidooi voor samenwerking tussen studenten, professionals, ICT-ers en docenten overigens denken aan het paper dat ik verleden jaar schreef over integrale beroepsvorming via beroepsgemeenschappen. Sluit m.i. hierbij naadloos aan.