Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

Demonstratie valkenier tijdens personeelsuitstapje

Gisteren heeft het jaarlijkse uitstapje van de personeelsvereniging van mijn werk plaatsgevonden. Eén van de onderdelen was een demonstratie van een valkenier. Hieronder zie je een impressie van de roofvogels die hij bij zich had.

Je kunt je hierbij afvragen of dit 'zielig' is (en een ongewenste exploitatie van dieren) of dat dit werk er toe bijdraagt dat dieren overleven, die in de natuur zouden sterven en mogelijk zouden uitsterven (bij gebrek aan een omgeving met voldoende voedsel). Veel van deze vogels zijn in gevangenschap opgegroeid en vliegen op de 'thuisbasis' vrij rond. Bovendien heeft dit werk -net als dierentuinen- een educatieve functie. Iets wat een circus bijvoorbeeld niet heeft.

Het filmpje is gemaakt met de Flip en bewerkt in iMovie (mijn eerste 'iMovie'-product).

Hoe jongeren met media omgaan (volgens één jongere)?

Wie had tot gisteren gehoord van de vijftien jarige Matthew Robson? Ik niet. Maar ik ben vandaag al heel wat berichten tegen gekomen over deze puber die op verzoek van de Britse bank Morgan Stanley een rapport heeft geschreven over het gebruik van media door jongeren.

Robson's rapport heeft heel wat stof doen opwaaien. Op verzoek van de bank heeft hij opgeschreven hoe hij en zijn vrienden gebruik maken van kranten, TV, internet, game consoles, mobiele telefoons en andere technologieën. En wat blijkt: het beeld dat veel ouderen van jongeren en hun technologiegebruik hebben, blijkt niet te kloppen. Althans, als Matthew en zijn vrienden representatief zijn voor 'de (Britse) jongeren' (wat natuurlijk maar de vraag is).

Matthew beschrijft onder meer dat jongeren amper twitteren, maar veel gebruik maken van social networking sites als Facebook. YouTube en de mobiele telefoon zijn erg populair, maar de radio en krant nauwelijks. Zij willen graag grote TV's en draagbare apparaten waarmee zij op internet kunnen. Een mobiele telefoon moet veel muziekbestanden kunnen bevatten, en alles met een snoer is uit.

Spectaculaire uitkomsten? Ik dacht het niet. Robson's bevindingen komen ook grosso modo overeen met mijn buikgevoel. Op menig weblog en in verschillende rapporten wordt immers al diverse jaren een stuk genuanceerder gedacht over het gebruik van nieuwe media door jongeren. Hoe is dan al die aandacht voor dit rapport te verklaren (behalve uit het feit dat het qua nieuws komkommertijd is)?

  • Ik vermoed dat menig manager, politicus en journalist tot nu toe nog steeds blind in Prensky's 'net-generation'-mythe geloofde. Zij volgen geen blogs en lijken nu wakker geschud door een brick and mortar-instituut. Dikke kans dat veel van deze -vermoedelijk- oudere heren nu weer doorslaan naar een andere kant.
  • Onze samenleving interesseert zich onvoldoende voor gedegen onderzoek. Anders zouden mensen als Marc Prensky -maar ook dit rapport- toch nooit zo kritiekloos omarmd worden?
  • Het komt niet vaak voor dat een bank een vijftienjarige vraagt een rapport te schrijven, en dat vervolgens publiceert. Bovendien een rapport dat vlot geschreven is, en enkele opzienbarende conclusies bevat (voor sleutelfiguren die nog in de 20ste eeuw leven, tenminste).
  • Robson's publicatie bevat uitkomsten die erg bedreigend zijn voor traditionele media. En telkens als het nieuws over henzelf gaat, pakken deze media breed uit.

Het wachten is nu op het volgende rapport dat Matthew Robson's beschrijving ter discussie stelt.

De Personal Brand Assistant

Chris Meyer introduceert een nieuw beroep: personal brand assistant, een assistent die jouw 'online merk' onderhoudt door namens jou te bloggen, te twitteren en je social networking sites te onderhouden. Want wie heeft nu tijd om dat allemaal zelf te doen?

Meyer benadert social networking heel eenzijdig vanuit branding. Ik heb het idee dat maar een kleine fractie van de massa mensen -die actief bezig is met sociale netwerken- vanuit dit perspectief twittert, blogt, etcetera. En gelukkig maar, want anders zou social networking geen lang leven beschoren zijn. Zoals Charlene Li in Meyer's blog post schrijft: het gaat ten koste van de authenticiteit. En slechts een kleine groep zal 'baat' hebben bij online branding. De massa vergaat de lust snel.

Ik gebruik deze media vooral voor leren, kennisdelen en relaties leggen. Als je dat doet dan beschouw je de tijd die het vergt volgens mij minder als een kostenpost, en meer als een 'investering'. Social networking is ook gewoon leuk. 

Bovendien kun je social networking tools ook slim inzetten, zodat ze elkaar versterken. Een bericht op Ping.fm kan bijvoorbeeld op verschillende social networking sites worden gepubliceerd. En tweets (twitterberichten) kunnen worden verwerkt tot een blogpost (wat mij betreft niet om ze 1-op-1 te publiceren, maar door de tweets als aantekeningen te beschouwen).

De digitale kloof verkleinen

Volgens mij wordt er binnen het Nederlandse onderwijs regelmatig geklaagd over trage computers en instabiele verbindingen. Ik zelf heb in het verleden -voordat ik over een MacBook beschikte- ook vaker geklaagd over programma's die langzaam opstarten of over software die vastliep.

En toch zijn dat luxeproblemen. "Klagen met gezonde benen", noemde mijn omaatje dat toen ze nog leefde (maar dan op z'n Kerkraads). Dat realiseer je je tenminste als je het artikel Schools' newest learning lab? The home leest. Deze bijdrage gaat over een initiatief van een Amerikaans schooldistrict om een computerruimte in een appartementencomplex in te richten. In dit complex wonen veel leerlingen van de school, die niet de beschikking hebben over een computer. Deze leerlingen lopen daardoor het risico dat de achterstand, die zij vaak al hebben ten opzichte van andere leerlingen, verder wordt vergroot. Op de computer staat onder meer software waarmee zij in eigen tijd aan hun taalvaardigheden kunnen werken.

Een mooi voorbeeld van een schooldistrict dat op een creatieve manier haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, waarschijnlijk bij gebrek aan een 'maatschappelijk verantwoordelijke' overheid. Tegelijkertijd laat dit artikel impliciet zien hoe je dankzij ICT de leeromgeving van leerlingen kunt uitbreiden.

Ook relevant voor de Nederlandse situatie? Het computerbezit en internetgebruik is binnen Nederland breder verspreid dan in de VS. Toch denk ik dat er nog steeds (stads)delen zijn waar jongeren thuis niet beschikken over een computer. Ik vind het in eerste plaats een taak van de overheid om er voor te zorgen dat deze jongeren toegang krijgen tot internet (via brede scholen, bibliotheken, buurtcentra, en dergelijke). Nederlandse appartementencomplexen zijn daar volgens mij minder op ingericht (kleiner, geen gemeenschappelijke ruimtes).

Het is overigens ook belangrijk om je te realiseren dat de 'digitale kloof' niet uitsluitend wordt bepaald door het wel of niet hebben van een computer met internetaansluiting. Als is het er over kunnen beschikken wel een belangrijk voorwaarde voor het dichten van die kloof.

Microsoft gelooft niet echt in software as a service

De AutomatiseringsGids laat het hoofd van Microsoft's afdeling Office, Stephen Elop, aan het woord. Elop geeft aan dat Microsoft weliswaar investeert in de ontwikkeling van een webbased versie van Office. Hij gelooft echter niet dat de klassieke kantoorapplicatie gaat verdwijnen. Ook beschouwt hij Google niet echt als een concurrent op dit gebied.


Dit artikel illustreert m.i. dat Microsoft niet echt gelooft in software as a service (SaaS). Het oordeel over Google getuigt van domheid, arrogantie en/of een weinig geloofwaardige poging om een concurrent te kleineren.

Ik moet hierbij ook denken aan de verwachting van Bill Gates, zo'n 15 jaar geleden, dat internet helemaal niet zo'n grote vlucht zal nemen (waarop Microsoft pas relatief laat ging investeren in een eigen browser). Of aan de fameuze uitspraak van de voormalig president van IBM dat er niet meer dan vijf computers zullen worden verkocht. Zie ook andere -inmiddels hilarische- computervoorspellingen.

Sociale media weerspiegelen sociale verschillen

Via George Siemens kom ik terecht op de bijdrage Does Social Networking Breed Social Division?. Riva Richmond stelt hierin dat sociale netwerken mensen niet verenigen, maar bestaande sociale structuren in stand houden. Facebook herbergt bijvoorbeeld vooral hoger opgeleiden. MySpace Users zijn in meerderheid vrouwelijk, zwart of Hispanic. Richmond haalt daarbij een onderzoekster aan die stelt dat mensen sociale netwerken gebruiken om verbonden te zijn met mensen die zij al kennen. Sociale media zoals Facebook en MySpace

“mirrors and magnifies” our social divisions, rather than removes them.

Eerder stelden andere onderzoekers al dat Twitteraars vooral interacteren met 'echte vrienden'.

Ik heb nooit de illusie gehad dat sociale netwerken mensen met verschillende sociaal economische statussen en dergelijke bijeen zouden kunnen brengen. Deze media zijn wel erg geschikt om mensen met dezelfde belangen, ideeën, interesses en passies bij elkaar te brengen, ook al kennen zij elkaar (nog) niet persoonlijk.

En dat Facebook meer hoger opgeleiden aantrekt, lijkt me logisch: Facebook is aanvankelijk opgericht voor alumni van Amerikaanse universiteiten. Verder vraag ik me af of de affordances van sociale netwerken ook niet van invloed zijn op de groepen mensen die zij aantrekken. De wijze waarop Hyves bijvoorbeeld is opgezet en vormgegeven spreekt jongeren meer aan dan ouderen, vermoed ik. Daar zou ook wel eens meer onderzoek naar gedaan mogen worden.

White paper over cloud computing

This white paper discusses how cloud computing transforms the way we design, build, and deliver applications, and the architectural considerations that enterprises must make when adopting and using cloud computing technology.

Sun Microsystems heeft een white paper geschreven over één van de belangrijkste technologische ontwikkelingen van dit moment: cloud computing. In iets meer dan dertig pagina's leggen zij uit wat cloud computing is, en hoe het zich verhoudt tot andere ontwikkelingen (zoals virtualisatie en de behoefte om te betalen naar gebruik). Ook gaan zij in op overwegingen die te maken hebben met de architectuur. De auteurs positioneren cloud computing als infrastructure as a service (IaaS), wat nadrukkelijk iets anders is dan software as a service. Vanzelfsprekend maken zij ook reclame voor zichzelf (daar heb je white papers voor).

Het white paper beschrijft kort en bondig (en volgens mij ook volledig) binnen welke context cloud computing aan het opkomen is. Toch is deze uitgave niet zonder meer geschikt voor beslissers binnen organisaties, die geconfronteerd worden met deze trend. Wel voor hoofden ICT of CIO's die een presentatie of document over dit thema aan het voorbereiden zijn. Voor kritische kanttekeningen bij cloud computing moeten zij overigens elders op zoek.

Via Tom Werner

Zie ook mijn verzamelde bronnen over cloud computing.

Gratis Learning Leader Fieldbook

In het gratis Learning Leader Fieldbook (met Creative Commons licentie) van het Masie Center komt een aantal vooraanstaande (Amerikaanse) experts ('leaders') aan het woord. Zij vertellen vanuit hun eigen ervaring hoe zij omgaan met tal van 'uitdagingen' op het gebied van leren en ontwikkelen.

Volgens de samensteller van dit boek hebben deze experts één ding gemeen:

a passion for the potential impact of effective learning on the outcome of business.

De hoofdstukken zijn summier van aard, maar daardoor ook gemakkelijk door te werken (het boek telt in totaal 45 bladzijdes). Zij bevatten een groot aantal tips, zoals

Don’t get seduced by the “goodness” of learning.

Een aantal podcasts 'begeleiden' dit boek. Vooral interessant voor leidinggevenden met leren en opleiden in hun portefeuille of voor degene die anderszins belangstelling heeft voor het werk van een chief learning officer.  

Conferentie Onderwijsvernieuwing en ICT 2010

Dit jaar zit in in de programmacommissie van maar liefst twee conferenties over ICT en onderwijs. Van één programmacommissie mag ik zelfs voorzitter zijn: van dé conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT 2010, van het Consortium voor Innovatie.

Deze conferentie heeft als thema "De leefwereld van de leerling". Thema's worden overigens door de stuurgroep bedacht, de themagebieden en onderwerpen door de programmacommissie.  

Willem Karssenberg heeft gisteren de conferentieblog aangemaakt.

Tot 9 oktober aanstaande kunnen presentatievoorstellen worden ingediend. Daarna gaat de programmacommissie deze beoordelen.

Meer informatie over dit congres lees je in de eerste blog post.

Veranderingen kun je onder meer volgen via de RSS feed.

Trends in leren, in België

Via Google Alerts kom ik net een artikel tegen over ontwikkelingen en trends binnen de Belgische opleidingswereld. Dit artikel gaat onder meer in op het aandeel e-learning:

  • 3,7% van de opleidingsbureaus gebruikt e-learning en multimedia bij leren.
  • E-learning kent een gestage groei:

    in 2006 werd deze vorm niet of amper toegepast, terwijl het in 2008 al door 6,8 % van de opleidingsverstrekkers werd gehanteerd.

Het artikel stelt verder dat binnen organisaties "klassieke opleidingsvormen" dominant zijn. Werkplekleren komt op plek twee, terwijl 41% gebruik maakt van 'blended learning'. De verwachting is dat het aandeel 'klassieke opleidingen' fors zal afnemen, ten gunste van ‘blended learning’, e-learning en werkplekleren.

Het is volgens mij voor het eerst dat ik dergelijke cijfers zie over Belgisch 'opleidingsland'. Ik schrok aanvankelijk van het aandeel ' e-learning'. Ik vind dat een laag cijfer, normaliter wordt het aandeel ' e-learning'op twintig tot dertig procent geschat (in een Westers land; in deze presentatie passeren cijfers de revu). Het aandeel 'blended learning' komt op mij wel weer als 'omvangrijk' over.

Verder zie je een vergelijkbare ontwikkeling als elders: verwachte afname van 'klassiek opleiden' ten gunste van onder meer e-learning.

Het lastige van dit soort artikelen (en de onderliggende onderzoeken) is echter: welke definitie gebruiken we? Vergelijken we misschien appels met peren?