Mijn foto

Enter your email address:

Delivered by FeedBurner

Mijn Blogroll

  • Ik ben op de volgende RSS-feeds geabonneerd

De digitale kloof verkleinen

Volgens mij wordt er binnen het Nederlandse onderwijs regelmatig geklaagd over trage computers en instabiele verbindingen. Ik zelf heb in het verleden -voordat ik over een MacBook beschikte- ook vaker geklaagd over programma's die langzaam opstarten of over software die vastliep.

En toch zijn dat luxeproblemen. "Klagen met gezonde benen", noemde mijn omaatje dat toen ze nog leefde (maar dan op z'n Kerkraads). Dat realiseer je je tenminste als je het artikel Schools' newest learning lab? The home leest. Deze bijdrage gaat over een initiatief van een Amerikaans schooldistrict om een computerruimte in een appartementencomplex in te richten. In dit complex wonen veel leerlingen van de school, die niet de beschikking hebben over een computer. Deze leerlingen lopen daardoor het risico dat de achterstand, die zij vaak al hebben ten opzichte van andere leerlingen, verder wordt vergroot. Op de computer staat onder meer software waarmee zij in eigen tijd aan hun taalvaardigheden kunnen werken.

Een mooi voorbeeld van een schooldistrict dat op een creatieve manier haar maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt, waarschijnlijk bij gebrek aan een 'maatschappelijk verantwoordelijke' overheid. Tegelijkertijd laat dit artikel impliciet zien hoe je dankzij ICT de leeromgeving van leerlingen kunt uitbreiden.

Ook relevant voor de Nederlandse situatie? Het computerbezit en internetgebruik is binnen Nederland breder verspreid dan in de VS. Toch denk ik dat er nog steeds (stads)delen zijn waar jongeren thuis niet beschikken over een computer. Ik vind het in eerste plaats een taak van de overheid om er voor te zorgen dat deze jongeren toegang krijgen tot internet (via brede scholen, bibliotheken, buurtcentra, en dergelijke). Nederlandse appartementencomplexen zijn daar volgens mij minder op ingericht (kleiner, geen gemeenschappelijke ruimtes).

Het is overigens ook belangrijk om je te realiseren dat de 'digitale kloof' niet uitsluitend wordt bepaald door het wel of niet hebben van een computer met internetaansluiting. Als is het er over kunnen beschikken wel een belangrijk voorwaarde voor het dichten van die kloof.

Microsoft gelooft niet echt in software as a service

De AutomatiseringsGids laat het hoofd van Microsoft's afdeling Office, Stephen Elop, aan het woord. Elop geeft aan dat Microsoft weliswaar investeert in de ontwikkeling van een webbased versie van Office. Hij gelooft echter niet dat de klassieke kantoorapplicatie gaat verdwijnen. Ook beschouwt hij Google niet echt als een concurrent op dit gebied.


Dit artikel illustreert m.i. dat Microsoft niet echt gelooft in software as a service (SaaS). Het oordeel over Google getuigt van domheid, arrogantie en/of een weinig geloofwaardige poging om een concurrent te kleineren.

Ik moet hierbij ook denken aan de verwachting van Bill Gates, zo'n 15 jaar geleden, dat internet helemaal niet zo'n grote vlucht zal nemen (waarop Microsoft pas relatief laat ging investeren in een eigen browser). Of aan de fameuze uitspraak van de voormalig president van IBM dat er niet meer dan vijf computers zullen worden verkocht. Zie ook andere -inmiddels hilarische- computervoorspellingen.

Sociale media weerspiegelen sociale verschillen

Via George Siemens kom ik terecht op de bijdrage Does Social Networking Breed Social Division?. Riva Richmond stelt hierin dat sociale netwerken mensen niet verenigen, maar bestaande sociale structuren in stand houden. Facebook herbergt bijvoorbeeld vooral hoger opgeleiden. MySpace Users zijn in meerderheid vrouwelijk, zwart of Hispanic. Richmond haalt daarbij een onderzoekster aan die stelt dat mensen sociale netwerken gebruiken om verbonden te zijn met mensen die zij al kennen. Sociale media zoals Facebook en MySpace

“mirrors and magnifies” our social divisions, rather than removes them.

Eerder stelden andere onderzoekers al dat Twitteraars vooral interacteren met 'echte vrienden'.

Ik heb nooit de illusie gehad dat sociale netwerken mensen met verschillende sociaal economische statussen en dergelijke bijeen zouden kunnen brengen. Deze media zijn wel erg geschikt om mensen met dezelfde belangen, ideeën, interesses en passies bij elkaar te brengen, ook al kennen zij elkaar (nog) niet persoonlijk.

En dat Facebook meer hoger opgeleiden aantrekt, lijkt me logisch: Facebook is aanvankelijk opgericht voor alumni van Amerikaanse universiteiten. Verder vraag ik me af of de affordances van sociale netwerken ook niet van invloed zijn op de groepen mensen die zij aantrekken. De wijze waarop Hyves bijvoorbeeld is opgezet en vormgegeven spreekt jongeren meer aan dan ouderen, vermoed ik. Daar zou ook wel eens meer onderzoek naar gedaan mogen worden.

White paper over cloud computing

This white paper discusses how cloud computing transforms the way we design, build, and deliver applications, and the architectural considerations that enterprises must make when adopting and using cloud computing technology.

Sun Microsystems heeft een white paper geschreven over één van de belangrijkste technologische ontwikkelingen van dit moment: cloud computing. In iets meer dan dertig pagina's leggen zij uit wat cloud computing is, en hoe het zich verhoudt tot andere ontwikkelingen (zoals virtualisatie en de behoefte om te betalen naar gebruik). Ook gaan zij in op overwegingen die te maken hebben met de architectuur. De auteurs positioneren cloud computing als infrastructure as a service (IaaS), wat nadrukkelijk iets anders is dan software as a service. Vanzelfsprekend maken zij ook reclame voor zichzelf (daar heb je white papers voor).

Het white paper beschrijft kort en bondig (en volgens mij ook volledig) binnen welke context cloud computing aan het opkomen is. Toch is deze uitgave niet zonder meer geschikt voor beslissers binnen organisaties, die geconfronteerd worden met deze trend. Wel voor hoofden ICT of CIO's die een presentatie of document over dit thema aan het voorbereiden zijn. Voor kritische kanttekeningen bij cloud computing moeten zij overigens elders op zoek.

Via Tom Werner

Zie ook mijn verzamelde bronnen over cloud computing.

Gratis Learning Leader Fieldbook

In het gratis Learning Leader Fieldbook (met Creative Commons licentie) van het Masie Center komt een aantal vooraanstaande (Amerikaanse) experts ('leaders') aan het woord. Zij vertellen vanuit hun eigen ervaring hoe zij omgaan met tal van 'uitdagingen' op het gebied van leren en ontwikkelen.

Volgens de samensteller van dit boek hebben deze experts één ding gemeen:

a passion for the potential impact of effective learning on the outcome of business.

De hoofdstukken zijn summier van aard, maar daardoor ook gemakkelijk door te werken (het boek telt in totaal 45 bladzijdes). Zij bevatten een groot aantal tips, zoals

Don’t get seduced by the “goodness” of learning.

Een aantal podcasts 'begeleiden' dit boek. Vooral interessant voor leidinggevenden met leren en opleiden in hun portefeuille of voor degene die anderszins belangstelling heeft voor het werk van een chief learning officer.  

Conferentie Onderwijsvernieuwing en ICT 2010

Dit jaar zit in in de programmacommissie van maar liefst twee conferenties over ICT en onderwijs. Van één programmacommissie mag ik zelfs voorzitter zijn: van dé conferentie voor Onderwijsvernieuwing en ICT 2010, van het Consortium voor Innovatie.

Deze conferentie heeft als thema "De leefwereld van de leerling". Thema's worden overigens door de stuurgroep bedacht, de themagebieden en onderwerpen door de programmacommissie.  

Willem Karssenberg heeft gisteren de conferentieblog aangemaakt.

Tot 9 oktober aanstaande kunnen presentatievoorstellen worden ingediend. Daarna gaat de programmacommissie deze beoordelen.

Meer informatie over dit congres lees je in de eerste blog post.

Veranderingen kun je onder meer volgen via de RSS feed.

Trends in leren, in België

Via Google Alerts kom ik net een artikel tegen over ontwikkelingen en trends binnen de Belgische opleidingswereld. Dit artikel gaat onder meer in op het aandeel e-learning:

  • 3,7% van de opleidingsbureaus gebruikt e-learning en multimedia bij leren.
  • E-learning kent een gestage groei:

    in 2006 werd deze vorm niet of amper toegepast, terwijl het in 2008 al door 6,8 % van de opleidingsverstrekkers werd gehanteerd.

Het artikel stelt verder dat binnen organisaties "klassieke opleidingsvormen" dominant zijn. Werkplekleren komt op plek twee, terwijl 41% gebruik maakt van 'blended learning'. De verwachting is dat het aandeel 'klassieke opleidingen' fors zal afnemen, ten gunste van ‘blended learning’, e-learning en werkplekleren.

Het is volgens mij voor het eerst dat ik dergelijke cijfers zie over Belgisch 'opleidingsland'. Ik schrok aanvankelijk van het aandeel ' e-learning'. Ik vind dat een laag cijfer, normaliter wordt het aandeel ' e-learning'op twintig tot dertig procent geschat (in een Westers land; in deze presentatie passeren cijfers de revu). Het aandeel 'blended learning' komt op mij wel weer als 'omvangrijk' over.

Verder zie je een vergelijkbare ontwikkeling als elders: verwachte afname van 'klassiek opleiden' ten gunste van onder meer e-learning.

Het lastige van dit soort artikelen (en de onderliggende onderzoeken) is echter: welke definitie gebruiken we? Vergelijken we misschien appels met peren?

In een digitale wereld is investeren in leren belangrijker dan kosteneffectiviteit

John Hagel III, John Seely Brown en Lang Davison zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van The 2009 Shift Index. Dit is een model dat bestaat uit economische indicatoren voor de digitale wereld.


Afbeelding 10

Bron: Deloitte

Een nogal kapitalistisch model, vind ik. Waarom zou een stimulerend innovatiebeleid bijvoorbeeld niet beter werken dan 'economische vrijheid'? 

Wat ik wel waardeer is het grote belang dat gehecht wordt aan kennisdelen, en aan de passie van werknemers. In Measuring The Big Shift concluderen Hagel III, Seely Brown en Davison bijvoorbeeld:

Companies must move beyond their fixation on getting bigger and more cost-effective to make the institutional innovations necessary to accelerate performance improvement as they add participants to their ecosystems, expanding learning and innovation in collaboration curves and creation spaces. Companies must move, in other words, from scalable efficiency to scalable learning and performance. Only then will they make the most of our new era's fast-moving digital infrastructure.

Ik denk overigens dat het belang om te investeren in leren niet alleen voor bedrijven geldt, maar ook bijvoorbeeld voor onderwijsorganisaties.

Echt onderzoek naar jongeren en technologie

Eindelijk een 'echt' onderzoek van de Universiteit van Melbourne (en anderen) naar het gebruik van technologie door studenten en docenten (in het dagelijks leven en voor leerdoeleinden). 2500 studenten hebben een vragenlijst ingevuld, en 27 focusgroeps en interviews hebben plaatsgevonden waaraan studenten en docenten hebben deel genomen. De vragenlijsten zijn her te gebruiken (Creative Commons). Verder zijn acht case studies uitgevoerd, waarbij het gebruik van verschillende technologieën binnen het onderwijs is bestudeerd.

Resultaten van het project zijn een handboek, een toolkit, workshops en een community. Verder heeft het onderzoek een aantal papers, presentaties en artikelen opgeleverd.

De belangrijkste bevindingen:

  • Er is geen steun gevonden voor het onderscheid tussen 'digital natives - digital immigrants'. Verschillen in het gebruik van technologie worden eerder verklaard door factoren als geslacht of sociaal-economische status.
  • Studenten en docenten verschillen sterk wat betreft ervaring met technologie en hun voorkeuren om technologie binnen het hoger onderwijs in te zetten.

    It cannot be assumed that incoming university students are broadly technologically literate, just as it cannot be assumed that university staff are broadly technologically backward.

    Web 2.0 technologieën, schrijven de auteurs, worden bijvoorbeeld weinig door studenten gebruikt. Zelfs social networking is slechts populair bij een minderheid. Studenten staan over het algemeen wel positiever ten opzichte van het gebruik van technologie voor het onderwijs, dan docenten.
  • Technologieën maken tal van leeractiviteiten mogelijk die de leerprocessen van studenten kunnen verbeteren, evenals de prestaties en manieren van beoordelen. In het bijzonder geldt dat voor terreinen als zelf reflectie, peer evaluatie en onafhankelijke onderzoeksvaardigheden. Met name web 2.0 technologieën lieten positieve uitkomsten zien. Het gebruik van deze tools leidde tot grotere betrokkenheid van veel studenten bij verschillende aspecten van het onderwijs.
  • Een belangrijke succesfactor bij het gebruik van ICT in het onderwijs is de samenhang tussen didactiek, technologie en organisatorische aspecten.

    It was clear that despite the best efforts of staff, students could become disengaged or disgruntled if they felt the activity was not educationally relevant or if it was not well supported technically or administratively. Simply matching a learning design (e.g. collaborative writing) with a technology (e.g. a wiki) is unlikely to guarantee student engagement if the learning activity is not adequately supported within the course of study.

  • Een vernieuwend gebruik van ICT in het onderwijs vereist andere didactische en technologische vaardigheden. Online samenwerken moet je bijvoorbeeld leren.
  • Het gebruik van nieuwe technologieën voor het leren kan er toe leiden dat bestaand beleid op het gebied van leren, onderwijzen en ICT veranderen moet. Bijvoorbeeld over auteurschap en eigenaarschap van data.

  • Heel veel wat al langer beweerd wordt met betrekking tot ICT en onderwijs wordt -als je goed naar de conclusies kijkt- door dit onderzoek bevestigd. Verder valt op dat hoe meer onderzoeken er verschijnen, des te minder er blijft van Prensky's digitomie 'digital natives - digital immigrants'.

    Simultrain: projectmanagement nabootsen

    Vanmiddag heb ik bij Brainnovation kennis gemaakt met Simultrain. Dit is een -oorspronkelijk Zwitserse- simulatie waarin je projectleider bent (bijvoorbeeld van een ICT-project). Je start met de planning van het project. Mensen worden ingezet op taken (gebaseerd op hun bekwaamheden). Je hebt daarbij vast de beschikking over een aantal collega's, terwijl je anderen ook kunt inzetten. Als je er echter niet voor zorgt dat jouw vaste groep permanent aan het werk is, dan kost dat geld (ze zitten dan op 'de bank').

    Verder werk je onder een behoorlijke druk (een project van een aantal weken hebben we in 90 minuten doorlopen). Je moet je tal van beslissingen nemen die van invloed zijn op de kwaliteit van het werk, de motivatie van medewerkers, het tijdschema en de kosten. Voorbeeld: als je goedkope laptops aanschaft, dan is dat positief voor de kosten, maar negatief voor de motivatie (werken met inferieur materiaal).

    Het accent van deze simulatie ligt op sociaal-communicatieve vaardigheden. Leerzaam is ook dat je in een groepje beslissingen neemt. Leuk om te doen. Mooi vormgegeven. Uiteraard kun je op een aantal elementen commentaar leveren (de rol van de directeur is nogal gechargeerd uitgewerkt). Maar al met al vind ik Simultrain erg bruikbaar. De simulatie maakt onderdeel uit van een uitgebreider pakket (o.a. een e-learning cursus over de basis van projectmanagement).

    Op de website van Brainnovation vind je o.a. een brochure en een demo van de e-learning cursus (klik op dashboard).